maandag 30 mei 2016

David Bösch met Die Meistersinger von Nürnberg in München (****)

THE TIMES THEY ARE A-CHANGIN'

Het kost weinig moeite om zich de stress voor de geest te halen die Fritz Kempfler, de nazi-burgemeester van Bayreuth ondervond toen hij getuige was van de laatste opvoering van Die Meistersinger tijdens het oorlogsjaar 1944. Koude rillingen liepen over zijn rug bij de woorden van Hans Sachs "Zelfs al verging het Heilige Roomse Rijk tot stof, dan bleef ons nog de heilige Duitse kunst!". Kempfler besefte maar al te goed dat hij enkele maanden later op de ruïnes van het Derde Rijk zou staan kijken. De heilige Duitse kunst bleef echter overeind: reeds in mei 1945 stond in Milaan de eerste naoorlogse productie van Die Meistersinger weer op de planken.

De kunstutopie die Wagner voor zijn ingebeelde Nürnberg ontwerpt is in essentie a-politiek. Houders van een politiek mandaat zijn nergens te bespeuren. De meesterzangers zijn een open elite, beslissingen laten ze over aan de volkssoevereiniteit. Daarmee staat Wagners Nürenberg wel erg haaks op de politieke dictatuur van het Derde Rijk. Toch wisten de nationaalsocialisten zich het werk probleemloos toe te eigenen. In het derde bedrijf trekt Wagner immers nadrukkelijk de kaart van het nationalisme. Het is een passage die menig toeschouwer vandaag nog een ongemakkelijk gevoel bezorgt en regisseurs vinden het doorgaans nodig om op dit punt een statement te maken. Dat is nergens voor nodig. Nationalisme leidt niet tot oorlog zoals een linkse oikofobe elite ons probeert aan te praten, dezelfde elite die kritiek op de islam lange tijd onbespreekbaar maakte en daardoor medeplichtig is aan de dood van onschuldige burgers bij de recente aanslagen in Brussel en Parijs.

Het is weinig waarschijnlijk dat Wagner, de nationalist, zich vandaag zou vinden in de artificiële constructie die de Europese Gemeenschap heet. Wat dat betreft deel ik de analyses van eurosceptische conservatieven als Roger Scruton en Thierry Baudet. Voorstanders van de Europese gedachte menen dat de EU vrede heeft gebracht. De waarheid is dat alle pogingen om Europa politiek te verenigen tot grote spanningen leidt. Nationalisme leidt niet tot oorlog. Imperialisme leidt tot oorlog: het imperialisme van Adolf Hitler, van Benito Mussolini, van Napoleon. Fascisme en nationaalsocialisme waren beide expliciet gericht op Europese eenwording. Het is de Europese eenwording die leidt tot oorlog. Verre van een bron van oorlog is nationalisme de kracht die democratie mogelijk maakt, zegt Baudet. Te veel natie kan ontsporen in imperialisme, zo leerde de geschiedenis. Te weinig natie leidt naar een sociaal-economisch kerkhof. Het is het gebrek aan nationale eenheid dat het bestuur van ons land zo moeilijk maakt: België als een "failed nation", we zien er dagelijks voorbeelden van. Alleen een Europa van soevereine natiestaten heeft toekomst, zegt Baudet en dat is iets anders dan de supra-nationale onzin die we vandaag meemaken.

Die Meistersinger gaat ook over artistieke authenticiteit. Authenticiteit die noodzakelijk verweven is met nationalisme. Niets is zo fake als Veerle Baetens zichzelf horen uitroepen tot queen van de bluegrass in "The broken circle breakdown". Geroofde kunst kan nooit authentiek zijn. Dat leert Wagner ons middels de figuur van Beckmesser. De meest authentieke creatievelingen zijn zij die putten uit de volksziel aldus kunst producerend die geborgenheid biedt en identiteitsstichtend is. Zij zijn de blijvers. Kosmopolitische dilettanten als Meyerbeer behoren tot de waan van de dag. Of zoals David van Reybrouck het ooit formuleerde met een gepaste boommetafoor : "Hoe je je takken ver kan strekken als je wortels goed verankerd zijn".

David Bösch behoort tot die generatie Duitsers die complexloos naar het verleden van hun land kijken. Hij verlegt de handeling van het stuk naar de jaren 1968, precies 100 jaar na zijn Münchense première. Stunde Null ligt nog tamelijk vers in het geheugen en het geschonden Nürnberg is nog altijd in aanbouw; dat merken we aan de sjofele flats in deze woestijn van beton. Centraal staat een podium in de vorm van een boksring. Het competitie-element is meetaf aan vertegenwoordigd. Voor de Katharinakerk is er geen ruimte, de openingsscène vervangt Bösch door een katholieke(!) processie.

Ik wil Marc Didden niet op gedachten brengen maar met zijn leren vestje, gitaar en sneakers lijkt Walther von Stolzing erg goed op zijn idool Bob Dylan. Good Knight staat op zijn t-shirt. Op rustige momenten rolt hij een sigaretje. Als het even kan probeert hij te rollebollen met Eva in de bestelwagen van de Firma Meisterbräu, sponsor van Pogners event. Dat is zo ontwapenend, zo fris, zo typisch Bösch dat je zowat de hele opvoeringsgeschiedenis van het werk bij het asvat zou willen zetten. Rebels en nonchalant, Jonas Kaufmann weet deze olifant in de Nürnbergse porceleinwinkel probleemloos gestalte te geven. Eva is allesbehalve een blonde bakvis. Als echte soixantehuitard neemt ze haar lot zelf in de hand.

De leerjongens (heren op leeftijd) zijn schattig in hun korte broeken. David eigent zich meer stijl toe. Een gipsen buste van Wagner poetst hij op met enkele scheuten glasreiniger. De Sing-Stuhl blijkt een electrische stoel te zijn. De Merker kan er met zichtbaar genot stroomstoten doorheen jagen. Markus Eiche's Beckmesser is alles behalve een karikatuur, hoogstens een archetypische ambtenaar, aanvankelijk in donker streepjespak, compleet met koffiethermos in de lederen boekentas. Hij beheerst het hele eerste bedrijf, vocaal en scenisch, meer dan Sachs, meer dan de beeldenstormer Stolzing. Na zijn mislukte auditie gooit deze laatste Wagners buste aan gruzelementen. Met het f-gebaar verlaat hij de arena.

Hans Sachs runt een mobiele shop. Zijn Citroen is als een worstenkraam. Een stevige geut gin gaat in zijn koffie voor de Fliedermonoloog. Ook het tweede bedrijf weet Beckmesser te beheersen ook al biedt Wolfgang Koch zeer goed weerwerk in het ruzieduet. Hij toont hem hoe hij zijn serenade van op een wankele schaarlift kan houden. Dat gaat gepaard met de nodige slapstick. Voor de nachtelijke rel dagen de leerjongens op met baseballbats en apenmaskers. Beckmesser krijgt er flink van langs. De nachtwacht is een politieagent. Met zijn knuppel zegent hij het publiek. Wanneer de rust is teruggekeerd wordt hij geïntimideerd door de leerjongens die in het slapende stadje Nürnberg zoveel onvermoede agressie hebben laten ontsporen. Pegida komt om de hoek kijken, had Kaufmann vooraf aan een krant verklaard maar expliciete verwijzingen naar Pegida of de Keulse oudejaarsnacht zijn mij geheel ontgaan.

De onuitgesproken relatie tussen Sachs en Eva is het emotionele hart van het stuk. Bösch besteedt er geen aandacht aan en rateert daarmee de meest cruciale scène : "Sachs, mein Freund" kan nauwelijks ontroeren, empathie voor Sachs' verzaking geeft hij geen kans. Anderzijds is Bösch bijzonder succesvol in de herwaardering van Beckmesser. Markus Eiche speelt en zingt dat fantastisch. Voor zijn pantomime daagt Beckmesser op in rolstoel en met een nekverband. Een grote bos bloemen voor zijn aanbedene draagt hij op zijn schoot maar die weigert ze harteloos. Echt een pijnlijk moment!
De meesterzangers doen hun entree op de feestweide geruggesteund door een visueel teleurstellende videowall. Hun namen staan te lezen op spandoeken. Die van Beckmesser ontbreekt. Die heeft zich ondertussen in een glitterkostuum gehesen. Dat was in de jaren 60 al heel erg fout. Zijn geloof in de overwinning is nog intact. Waarom ook niet? Hij heeft tenslotte de looks van George Clooney. Op een ukelele ramt hij zich naar de afgrond.

Net zoals in Elektra en Idomeneo bij Opera Vlaanderen is er geen plaats voor een happy end. Walther en Eva muizen er vanonder en verdwijnen in een stortregen van zilverpapier. De stomdronken David kotst de voor de winnaar bedoelde beker onder. Er blijft Hans Sachs niets anders over als een sigaretje op te steken, een ideetje dat hij ook uit Berlijn meebracht. Even overweegt Beckmesser om Sachs overhoop te schieten maar gebruikt de kogel uiteindelijk voor zichzelf. Hoe zal het verder gaan met dit Nürnberg? The answer, my friend is blowing in the wind.

Wolfgang Koch kon zijn portret van Sachs als soixantehuitard in de productie van Andrea Moses uit Berlijn moeiteloos inbrengen. Zijn lichaamstaal is explicieter als in Berlijn maar zijn acteren blijft toch altijd een beetje geforceerd. De Fliedermonoloog is mooi gearticuleerd maar te zwak in projectie want Kochs stem mist focus. Cruciale accenten als "Lenzes Gebot" moet hij over een orkestraal tutti afleveren en daar slaagt hij niet in. Hij mist ook de kleur van een basbariton. Wagner schrijft zelfs een bas voor. Daarom kijken we uit naar Bryn Terfel volgend seizoen.

Jonas Kaufmann maakte niet zo'n beste beurt. De partij ligt hem niet zo goed. Het open, romige, zonnige geluid dat Walther behoeft, laat hij niet horen. Zijn prijslied blijft gesmoord in zijn somber timbre. Klaus Florian Vogt presteerde beter in Berlijn ondanks de slanke stemvoering. Merkwaardig hoe Vogt zijn eigen maatstaven creëert als "heldentenor".

Marcus Eiche zette een nieuwe standaard neer voor de interpretatie van Beckmesser. Zijn stem heeft focus. Zelfs in de stillere passages projecteert hij probleemloos.

Okka von der Damerau als Magdalene en Benjamin Bruns als David vormden een uitstekend stel, zowel vocaal als scenisch. Christof Fischesser als Pogner moest alle zeilen bijzetten om te projecteren. De stem wordt vaak heel erg dun.

Kirill Petrenko, Münchens hoogvereerde GMD, neemt de ouverture bij gesloten doek. Het doet dat vrij snel : 8 minuten en 33 sekonden om precies te zijn, gemeten met Apple technologie. Dat is precies even snel als Roger Norrington op zijn CD van 1995. Het geeft een idee van de polsslag van deze lezing. Het leverde twee intense, explosieve climaxen op. Voortdurend wil je naar de details in het orkest luisteren. Meestal zijn het dwarsfluiten en klarinetten die om aandacht vragen. Dit was werk van een goudsmid, dynamisch en agogisch heel gedifferentieerd. Petrenko toonde zich ook een liefhebber van extreme dynamiek : het "Wach auf"-koor startte hij vanuit een extreem forte. Het is een heel fysieke inzet waarmee hij die precisie van zijn orkestleden verlangt. De orkestpartituren stonden vol met extra tempoaanduidingen aangebracht met stickers. Waar hij die vandaan haalde kwamen we van de mediaschuwe maestro niet te weten.

Het volgende rendez-vous met Die Meistersinger is gepland in Londen in de regie van Kasper Holten.

Seizoen 2016-2017 : de keuze van Leidmotief

De teerlingen zijn geworpen, de programma's van de diverse operahuizen in Europa zijn bekend. Zoals steeds ligt het zwaartepunt van onze keuze op Wagner en de operaliteratuur van de twintigste eeuw.

SEPTEMBER 2016
13.09 | Brussel | Verdi - MACBETH
14.09 | Antwerpen | Janacek - DE ZAAK MAKROPOULOS
26.09 | Londen | Bellini - NORMA (Utopolis)
29.09 | Basel | Stockhausen - DONNERSTAG AUS LICHT
30.09 | Straatsburg | Britten - THE TURN OF THE SCREW

OKTOBER 2016
08.10 | New York | Wagner - TRISTAN UND ISOLDE Kinepolis)
09.10 | Parijs | Puccini - TOSCA
10.10 | Parijs | Saint-Saens - SAMSON ET DALILA
11.10 | Lyon | Prokovief - L'ANGE DE FEU
16.10 | Amsterdam | Puccini - MANON LESCAUT
20.10 | Antwerpen | Wagner - DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

NOVEMBER 2016
03.11 | Londen | Puccini - TOSCA
04.11 | Londen | Sjostakovitsj - THE NOSE
13.11 | Brussel | Strauss - CAPRICCIO
18.11 | Hamburg | Wagner - LOHENGRIN
19.11 | Hamburg | Eötvös/Bartok - SENZA SANGUE / HERZOG BLAUBARTS BURG

DECEMBER 2016
03.12 | Frankfurt | Tsjaikovski - EUGEN ONEGIN
04.12 | München | Sjostakovitsj - LADY MACBETH VON MZENSK
11.12 | Parijs | Adams - EL NINO
12.12 | Parijs | Mascagni/Hindemith - CAVALLERIA RUSTICANA / SANCTA SUSANNA
13.12 | Brussel | Rimsky-Korsakov - DE GOUDEN HAAN
17.12 | Londen | Strauss - DER ROSENKAVALIER
18.12 | Londen | Verdi - IL TROVATORE

JANUARI 2017
11.01 | Brussel | Defoort - DARAL SHAGA
28.01 | Brussel | Wagner - LOHENGRIN

FEBRUARI 2017
05.02 | Antwerpen | Verdi - SIMON BOCCANEGRA
07.02 | Hamburg | Verdi - OTELLO
16.02 | Parijs | Wagner - COSI FAN TUTTE (UGC)
18.02 | Hamburg | Berg - LULU
19.02 | Berlijn | Ligeti - LE GRAND MACABRE (concertant)

MAART 2017
07.03 | Zürich | Trojahn - OREST
08.03 | Zürich | Verdi - OTELLO
09.03 | Frankfurt | Berlioz - LES TROYENS
12.03 | Brussel | Janacek - DAGBOEK VAN EEN VERDWENENE
14.03 | Londen | Wigglesworth - THE WINTER'S TALE
15.03 | Londen | Wagner - DIE MEISTERSINGER VON NÜRNBERG
20.03 | Lyon | Strauss - ELEKTRA
21.03 | Lyon | Wagner - TRISTAN UND ISOLDE
26.03 | Amsterdam | Berg - WOZZECK
27.03 | Rijsel | Wagner - DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

APRIL 2017
06.04 | Brussel | Hosokawa - MATSUKAZE
09.04 | Wenen | Wagner - PARSIFAL
13.04 | Baden-Baden | Puccini - TOSCA
14.04 | Frankfurt | Debussy - PELLEAS ET MELISANDE
18.04 | Gent | Czernowin - INFINITE NOW

MEI 2017
02.05 | Brussel | Puccini - MADAMA BUTTERFLY
13.05 | New York | Strauss - DER ROSENKAVALIER (Kinepolis)
15.05 | Parijs | Berg - WOZZECK
16.05 | Parijs | Tsjaikovski - EUGENE ONEGUINE
23.04 | Wiesbaden | Wagner - DAS RHEINGOLD
24.04 | Wiesbaden | Wagner - DIE WALKÜRE
25.04 | München | Wagner - TANNHÄUSER
26.04 | Wiesbaden | Wagner - SIEGFRIED
28.05 | Wiesbaden | Wagner - GÖTTERDÄMMERUNG

JUNI 2017
02.06 | Berlijn | Britten - BILLY BUDD
04.06 | Berlijn | Wagner - DER FLIEGENDE HOLLÄNDER
05.06 | Berlijn | Reimann - MEDEA
18.06 | Amsterdam | Strauss - SALOME
20.06 | Gent| Rimsky-Korsakov - SADKO
21.06 | Brussel | Bartok/Ligeti - HERTOG BLAUWBAARDS BURCHT / LUX AETERNA
28.06 | Londen | Verdi - OTELLO (Utopolis)

JULI 2017
06.07 | Baden-Baden | Mozart - LA CLEMENZA DI TITO (concertant)
08.07 | Zürich | Wagner - LOHENGRIN
09.07 | Zürich | Lehar - DAS LAND DES LÄCHELNS
16.07 | Düsseldorf | Wagner - DAS RHEINGOLD
20.07 | Baden-Baden | Tsjaikovski - EUGEN ONEGIN
21.07 | Baden-Baden | Rachmaninov - DIE GLOCKEN

dinsdag 10 mei 2016

Patrice Chéreau met Elektra in New York (****)

O BROTHER, WHERE ART THOU ?

Dat de dvd-opname van het Festival van Aix (2013) mij niet bijzonder enthousiast maakte, daarover heb ik reeds bericht. Dat lag zowel aan Patrice Chéreau als aan de bezetting. Evelyn Herlitzius werd naar aanleiding van deze over het paard getilde festivalproductie zowat gecanoniseerd tot de Elektra van haar generatie terwijl een kleuter van 12 kan horen hoe haar stem aan flarden ligt.

Met Nina Stemme op de affiche had Peter Gelb een opportuniteit gecreëerd om de dialoog met Chéreau te hernemen. Twee maanden na de première in Aix viel Chéreau ten prooi aan het kankermonster, een jammerlijk gevolg van zijn tabaksverslaving. De regieaanwijzingen voor zijn dood, afgedrukt op de vele pakjes Gauloises die hij tot zich nam, had hij jarenlang genegeerd. Niet verwonderlijk want van het negeren van regieaanwijzingen had hij tenslotte zijn beroep gemaakt.
Iemand moet mij nu maar eens uitleggen waarom dit een mijlpaal in de opvoeringsgeschiedenis van het werk zou moeten zijn. Beter gezegd, een legertje perscommentatoren hebben dat reeds gedaan maar de gehanteerde argumentatie is van zo'n ondraaglijke lichtheid dat ze maar één ding kan betekenen: de onaantastbaarheid celebreren van Chéreau, de legende. Heeft Chéreau de afgelopen 15 jaar meer gepresteerd dan de middelmaat ? Jongere collega's hebben hem al lang voorbij gestoken.

De ruggegraat van elke opvoering van Elektra zijn het orkest en de hoofrolvertolkster. De lakmoestest voor beide partijen komt al snel: de gekmakende aria "Allein! Weh ganz allein". Stemme werd gepast aangevuurd met archaïsche klanken uit het orkest en kon scoren met een stevig accent op "Wunde". Dan weet je : dit zit helemaal goed. De rest van de voorstelling bleef even problematisch als in Aix.

Klytämnestra reduceren van de groteske hysterica die zij is tot de treurende moeder van Iphigenia is geen goed idee. Dat zegt haar muziek die voluit het Duits expressionisme aankondigt. Waltraud Meiers passage is dan ook geen hoogtepunt in het stuk. Meier was nooit een overtuigende Klytämnestra, ook niet bij Lehnhoff of bij Carsen. Driekwart van de partij speelt zich af in het lagere en het middenregister, de schemerzone waarin ze haast geen stem meer bezit. In de finale van haar droomvertelling kon ze enigszins boeien, precies omdat ze hysterischer begon te ageren, hetgeen de regisseur had verboden. Het was Stemme die in de finale van het moeder-dochterduet zorgde voor onvermoede vocale hoogtepunten.

Nina Stemme demonstreerde opnieuw haar grote vocale beheersing. Ze schakelt moeiteloos over in pianomodus, ze kan de stem laten aanzwellen, ze geeft glans aan alle hoogdramatische uithalen met een vrijwel perfect vibrato en timbre. Wie doet beter ?

Eric Owens als Orestes heeft enkel zijn markante kop aan te bieden; timbre en vibrato ervoer ik als onaangenaam.

Adrienne Piezoncka, zelf een niet onaardige dramatische sopraan, klonk alsof ze had ingezet op een wedstrijd met de hoofdrolvertolkster. Dat wil zeggen : onvoldoende gedifferentieerd van haar zuster, onvoldoende romig, onvoldoende meisjesachtig, veel te matuur.

Esa-Pekka Salonen en het orkest van de Metropolitan lieten de collega's van Aix (het Orchestre de Paris) bijna klinken als een ambtenarenorkest. Hier was alles voorhanden in het reuzenorkest: veel detail, de granieten akkoorden van het Agamemnoon-motief, de Weense flair van de Aegisth-muziek, het obscene geweld van de beide moorden, de snelle tempowijzigingen, de primitieve ritmes in de contrabassen, de sinistere kleuren in de houtblazers, de snijdende klanken van het koper, dit alles dynamisch extreem gedifferentieerd zonder de solisten te overschaduwen. Zo perfect heb ik Elektra's muziek totnogtoe enkel van Christian Thielemann gehoord.

dinsdag 3 mei 2016

Seizoen 2016-2017 : Viva l'opéra



De UGC cinema's van Antwerpen/Brussel presenteren een stevig aanbod volgend seizoen.
Wij weerhouden enkel de belangrijkste producties :

NIEUWE PRODUCTIES - LIVE :

13.10.2016
Camille Saint-Saens - SAMSON ET DELILAH (Parijs)
Daminano Michieletto / Philippe Jordan
Cast : Anita Rachvelishvili, Aleksandrs Antonenko,Nicolas Testé, Egils Silins

16.02.2017
W.A. Mozart - COSI FAN TUTTE (Parijs)
Anne Teresa De Keersmaeker / Philippe Jordan
Cast : Ida Falk-Winland, Stephanie Lauricella, Cyrille Dubois, Edwin Crossley-Mercer, Simone Del Savio, Maria Celeng

25.04.2017
Nikolai Rimski-Korsakov - HET SNEEUWMEISJE
Dmitri Tcherniakov / Mikhail Tatarnikov
Cast : Aida Garifulina, Rupert Enticknap, Martina Serafin, Luciana D'Intino, Vasily Efimov, Raman Vargas

OUDERE PRODUCTIES :

15/18.09.2016
Giuseppe Verdi - IL TROVATORE (Salzburg)
Alvis Hermanis / Daniele Gatti
Cast : Anna Netrebko, Placido Domingo, Francesco Meli, Marie-Nicole Lemieux, Riccardo Zanellato

15/18.12.2016
Giacomo Puccini - TOSCA (Zürich)
Robert Carsen / Paolo Carignani
Cast: Jonas Kaufmann, Emily Magee, Thomas Hampson

02/05.02.2017
W.A. Mozart - IDOMENEO (Wenen)
Damiano Michieletto / René Jacobs
Cast : Richard Croft, Gaëlle Arquez, Sophie Karthäuser, Marlis Petersen

11/14.05.2017
Mascagni/Leoncavallo - CAVALLERIA RUSTICANA /PAGLIACCI (Salzburg)
Philipp Stölzl / Christian Thielemann
Cast: Jonas Kaufmann,Liudmyla Monastyrska, Ambrogio Maestri, Maria Agresta,Dimitri Platanias

09/12.03.2017
Giuseppe Verdi - LA FORZA DEL DESTINO (München)
Martin Kusej / Asher Fisch
Cast : Jonas Kaufmann, Anja Harteros

zondag 1 mei 2016

David Bösch met Idomeneo in Antwerpen (*****)


Roberto Saccà als Idomeneo © Annemie Augustijns

KAPITEIN ZONDER KOMPAS

Waarom zouden we onze tijd nog verspillen met de opera seria, een kunstvorm die in de 18e eeuw al gedateerd was ? Gluck vond het nodig om er zijn tanden in te zetten en zijn "reformopera" ging over de tongen tijdens de "querelle des bouffons", een geanimeerde discussie die Mozart meemaakt als hij met zijn moeder in Parijs verblijft. Idomeneo is een hybriede vorm van opera seria en tragédie lyrique en daarom wel eens het hoogtepunt van de reformopera genoemd. Tien jaar geleden zagen we Karl-Ernst Hermann roemloos mislukken met het werk in Salzburg, een bloedloze productie die door een temperamentvolle Anja Harteros moest worden gered. Als Opera Vlaanderen iets heeft aangetoond dan toch wel dat Mozarts "eersteling" kilometers verheven is boven de reformgedrochten van Gluck. Bezoekers van de Ruhrtriennale kunnen dat binnenkort zelf vaststellen want Johan Simons heeft zich Glucks Alceste laten aanpraten door René Jacobs. Wij zullen met veel plezier andere oorden opzoeken in augustus.

Het is fascinerend om te zien hoe Mozart de esthetische grondslagen van de opera seria, waarin Idomeneo toch voor driekwart in verankerd is, onderuit haalt. Daarvoor moet je wachten tot de finale van het tweede bedrijf. Tot zolang heerst de conventie van de opera seria met recitatieven (zowel secco als accampagnato) afgewisseld met aria's. Zeer behoorlijke aria's overigens als "Padre,germani, addio" (Ilia) en "Tutte nel cor vi sento" (Elettra) en het geweldige "Fuor del mar" (Idomeneo). Hier en gedurende het hele derde bedrijf kondigt zich de schepper aan van de Da Ponte opera's. Als de 25-jarige hoforganist van Salzburg met Idomeneo zijn eerste grote operasucces viert in München, bevindt hij zich aan de vooravond van zijn Weense periode. Salzburg heeft hij nog maar net achter zich gelaten samen met het gezeur van zijn vader Leopold. De aartsbisschoppelijk schop onder de kont moet nog volgen. Zijn emancipatie van Leopold Mozart en van Salzburg betekent tegelijk ook zijn artistieke emancipatie. Niet geheel toevallig staat in Idomeneo ook een vader/zoon-relatie centraal.

De ouverture toont ons de voorgeschiedenis via animatie ontsproten aan het brein van een kind. David Bösch herneemt daarmee de kinderkameresthetiek van Elektra van vorig seizoen. Tegen een sterrenhemel plaats hij een hobbelpaard, een teddybeer, een scheepje, een bal. Het is duidelijk dat hij zal pogen een generatieconflict te projecteren op het stuk.

Het spectaculaire aanmeren van Idomeneo en zijn schipbreukelingen, is een scène die hij met even veel effect zal recupereren voor de openingsscène van Der Fliegende Holländer in Frankfurt. Idomeneo is een beetje een getraumatiseerde terugkeerder uit de oorlog. Een mensenleven is hem niet veel meer waard. Het maakt zijn absurde gelofte de eerste sterveling die hij zal ontmoeten te offeren om het vege lijf te redden, een beetje meer geloofwaardig. Jammergenoeg zal het zijn zoon Idamante zijn.

Het slotkoor "Nettuno s'onori" is het scenisch hoogtepunt van het eerste bedrijf. Er wordt een knaap ritueel geofferd aan Neptunus en muziek en dans krijgt een originele invulling: een octopus van papier-mâché daalt uit de toneeltoren. Het is een antiek symbool voor Kreta en een piñata, zo verklapte dramaturg Koen Bollen, die naar Mexicaans gebruik zolang bewerkt wordt met stokken tot hij alle snoep en cadeautjes vrijgeeft.

Roberto Saccà maakt van Idomeneo's centrale aria "Fuor del mar" het hoogtepunt van het tweede bedrijf. Hij speelt met een fles bubbels, verbrijzelt het fluitglas in zijn hand en vergeet niet "non cessa minacciar" te beklemtonen. Dat doet hij tegenover de bloedmooie, naïef ogend videobeelden van Falko Herold die aan Marc Chagall herinneren. Geweldig ook hoe hij, het hele stuk door, zijn vergulde koningskroon alle hoeken van de kamer laat zien.

Elettra is een beetje geschift en een beetje gothic. In een roes van zinsbegoocheling laat ze zich in een bruidskleed hijsen dat ze zorgvuldig meezeult in een reiskoffer. Ook de Trojanen, vertrekkensklaar en uitgerust met reiskoffers, komen toasten in het aansluitende koor "Placido é il mar".

De hogepriester verschijnt als een zombie. Hij lijkt de incarnatie van Idomeneo's duistere oorlogsschuld en baart daarmee een zeemonster dat de koning vooral in zichzelf herkent. Ondertussen is de scène ingenomen door grote Golgotha kruisen en theelichtjes om de goden te paaien. Maar ook de vlucht in het spirituele biedt geen soelaas.

Het belachelijke lieto fine dat Mozart ongetwijfeld door zijn opdrachtgever in de maag gesplitst kreeg wordt door de regisseur stijlvol opgeblazen. Die prefereert het stuk te laten eindigen in het donkerste pessimisme, een beetje in de trant van Lohengrin : de koning neemt afscheid van het leven en slikt giftabletten, zijn zoon en zijn kersverse bruid storten in bij de aanblik van hun nieuwe verantwoordelijkheid. Ilia's rivale Elettra heeft zich nog maar pas de polsen overgesneden met een bijl, haar aangereikt door de schim van Orestes. Stuurloos staart de massa in de verte. In hun met bloed doordrenkte gewaden zingen ze als contrapunt: "laat de godin van het huwelijk hun eeuwige zielenvrede schenken." De oude generatie heeft gefaald maar de nieuwe, overempathische generatie kan het duidelijk niet aan. Het vergt weinig moeite om daarin het actuele onvermogen van politiek links en het falende Europa van Merkel te herkennen.

Mozartzang op topniveau krijg je in Antwerpen niet te horen maar met deze bijzonder homogene cast komt Opera Vlaanderen wel dicht in de buurt. Ilia moet het hebben van messa di voce, Elettra van dramatische uithalen en spannende coloraturen. Dat hebben we allebei een beetje gemist. Vooral Ana Quintans zorgt voor het mooie weer met haar kristalheldere soubrette. Van haar drie charmante aria's scoort ze het best met "Zeffiretti lusinghieri". Renata Pokupic heeft zich de broekenrol van Idamante goed toegeëigend en met Ilia vormt ze een erg mooi paar. In het borstregister wordt de stem een beetje dun. Serena Farnocchia's voordracht is dynamisch onvoldoende gedifferentieerd. Met haar grote nummer "D'Oreste, d'Aiace" maakt ze desondanks grote indruk.

Roberto Sacca overtuigt meer in dit repertoire dan door zijn halfslachtige pogingen het Wagnervak te veroveren. Als de getormenteerde koning was hij scènisch net zo sterk als de resignerende vader.

Vandaag is het gebruikelijk om de versie van 1781 (München) te spelen. Meestal schrapt men het afsluitende ballet, soms schrapt men Elettra's finale furie-aria. Dat laatste heeft Paul McCreesh gelukkig niet gedaan maar het ballet is integraal geschrapt. Het koor heeft het laatste woord; voor een nabeschouwing over Idamante en Ilia liefdesgeluk laat Bösch geen enkele ruimte.

Make no mistake : Idomeneo behoort tot de canon en met deze herinstudering door Barbora Horakova Joly (oorspronkelijk te zien geweest in Basel in 2013) zou Mozart wellicht "arcicontentissima" geweest zijn.

Het volgende rendez-vous met David Bösch wordt Die Meistersinger von Nürnberg in München.