dinsdag 10 mei 2016

Patrice Chéreau met Elektra in New York (****)


Waltraud Meier, Nina Stemme © Marty Sohl

O BROTHER, WHERE ART THOU ?

Dat de dvd-opname van het Festival van Aix (2013) mij niet bijzonder enthousiast maakte, daarover heb ik reeds bericht. Dat lag zowel aan Patrice Chéreau als aan de bezetting. Evelyn Herlitzius werd naar aanleiding van deze over het paard getilde festivalproductie zowat gecanoniseerd tot de Elektra van haar generatie terwijl een kleuter van 12 kan horen hoe haar stem aan flarden ligt.

Met Nina Stemme op de affiche had Peter Gelb een opportuniteit gecreëerd om de dialoog met Chéreau te hernemen. Twee maanden na de première in Aix viel Chéreau ten prooi aan het kankermonster, een jammerlijk gevolg van zijn tabaksverslaving. De regieaanwijzingen voor zijn dood, afgedrukt op de vele pakjes Gauloises die hij tot zich nam, had hij jarenlang genegeerd. Niet verwonderlijk want van het negeren van regieaanwijzingen had hij tenslotte zijn beroep gemaakt.
Iemand moet mij nu maar eens uitleggen waarom dit een mijlpaal in de opvoeringsgeschiedenis van het werk zou moeten zijn. Beter gezegd, een legertje perscommentatoren hebben dat reeds gedaan maar de gehanteerde argumentatie is van zo'n ondraaglijke lichtheid dat ze maar één ding kan betekenen: de onaantastbaarheid celebreren van Chéreau, de legende. Heeft Chéreau de afgelopen 15 jaar meer gepresteerd dan de middelmaat ? Jongere collega's hebben hem al lang voorbij gestoken.

De ruggegraat van elke opvoering van Elektra zijn het orkest en de hoofrolvertolkster. De lakmoestest voor beide partijen komt al snel: de gekmakende aria "Allein! Weh ganz allein". Stemme werd gepast aangevuurd met archaïsche klanken uit het orkest en kon scoren met een stevig accent op "Wunde". Dan weet je : dit zit helemaal goed. De rest van de voorstelling bleef even problematisch als in Aix.

Klytämnestra reduceren van de groteske hysterica die zij is tot de treurende moeder van Iphigenia is geen goed idee. Dat zegt haar muziek die voluit het Duits expressionisme aankondigt. Waltraud Meiers passage is dan ook geen hoogtepunt in het stuk. Meier was nooit een overtuigende Klytämnestra, ook niet bij Lehnhoff of bij Carsen. Driekwart van de partij speelt zich af in het lagere en het middenregister, de schemerzone waarin ze haast geen stem meer bezit. In de finale van haar droomvertelling kon ze enigszins boeien, precies omdat ze hysterischer begon te ageren, hetgeen de regisseur had verboden. Het was Stemme die in de finale van haar duet met haar dochter zorgde voor onvermoede vocale hoogtepunten.

Nina Stemme demonstreerde opnieuw haar grote vocale beheersing. Ze schakelt moeiteloos over in pianomodus, ze kan de stem laten aanzwellen, ze geeft glans aan alle hoogdramatische uithalen met een vrijwel perfect vibrato en timbre. Wie doet beter ?

Eric Owens als Orestes heeft enkel zijn markante kop aan te bieden; timbre en vibrato ervoer ik als onaangenaam.

Adrienne Piezoncka, zelf een niet onaardige dramatische sopraan, klonk alsof ze had ingezet op een wedstrijd met de hoofdrolvertolkster. Dat wil zeggen : onvoldoende gedifferentieerd van haar zuster, onvoldoende romig, onvoldoende meisjesachtig, veel te matuur.

Esa-Pekka Salonen en het orkest van de Metropolitan lieten de collega's van Aix (het Orchestre de Paris) bijna klinken als een ambtenarenorkest. Hier was alles voorhanden in het reuzenorkest: veel detail, de granieten akkoorden van het Agamemnoon-motief, de Weense flair van de Aegisth-muziek, het obscene geweld van de beide moorden, de snelle tempowijzigingen, de primitieve ritmes in de contrabassen, de sinistere kleuren in de houtblazers, de snijdende klanken van het koper, dit alles dynamisch extreem gedifferentieerd zonder de solisten te overschaduwen. Zo perfect heb ik Elektra's muziek totnogtoe enkel van Christian Thielemann gehoord.

dinsdag 3 mei 2016

Seizoen 2016-2017 : Viva l'opéra



De UGC cinema's van Antwerpen/Brussel presenteren een stevig aanbod volgend seizoen.
Wij weerhouden enkel de belangrijkste producties :

NIEUWE PRODUCTIES - LIVE :

13.10.2016
Camille Saint-Saens - SAMSON ET DELILAH (Parijs)
Daminano Michieletto / Philippe Jordan
Cast : Anita Rachvelishvili, Aleksandrs Antonenko,Nicolas Testé, Egils Silins

16.02.2017
W.A. Mozart - COSI FAN TUTTE (Parijs)
Anne Teresa De Keersmaeker / Philippe Jordan
Cast : Ida Falk-Winland, Stephanie Lauricella, Cyrille Dubois, Edwin Crossley-Mercer, Simone Del Savio, Maria Celeng

25.04.2017
Nikolai Rimski-Korsakov - HET SNEEUWMEISJE
Dmitri Tcherniakov / Mikhail Tatarnikov
Cast : Aida Garifulina, Rupert Enticknap, Martina Serafin, Luciana D'Intino, Vasily Efimov, Raman Vargas

OUDERE PRODUCTIES :

15/18.09.2016
Giuseppe Verdi - IL TROVATORE (Salzburg)
Alvis Hermanis / Daniele Gatti
Cast : Anna Netrebko, Placido Domingo, Francesco Meli, Marie-Nicole Lemieux, Riccardo Zanellato

15/18.12.2016
Giacomo Puccini - TOSCA (Zürich)
Robert Carsen / Paolo Carignani
Cast: Jonas Kaufmann, Emily Magee, Thomas Hampson

02/05.02.2017
W.A. Mozart - IDOMENEO (Wenen)
Damiano Michieletto / René Jacobs
Cast : Richard Croft, Gaëlle Arquez, Sophie Karthäuser, Marlis Petersen

11/14.05.2017
Mascagni/Leoncavallo - CAVALLERIA RUSTICANA /PAGLIACCI (Salzburg)
Philipp Stölzl / Christian Thielemann
Cast: Jonas Kaufmann,Liudmyla Monastyrska, Ambrogio Maestri, Maria Agresta,Dimitri Platanias

09/12.03.2017
Giuseppe Verdi - LA FORZA DEL DESTINO (München)
Martin Kusej / Asher Fisch
Cast : Jonas Kaufmann, Anja Harteros

zondag 1 mei 2016

David Bösch met Idomeneo in Antwerpen (*****)


Roberto Saccà als Idomeneo © Annemie Augustijns

KAPITEIN ZONDER KOMPAS

Waarom zouden we onze tijd nog verspillen met de opera seria, een kunstvorm die in de 18e eeuw al gedateerd was ? Gluck vond het nodig om er zijn tanden in te zetten en zijn "reformopera" ging over de tongen tijdens de "querelle des bouffons", een geanimeerde discussie die Mozart meemaakt als hij met zijn moeder in Parijs verblijft. Idomeneo is een hybriede vorm van opera seria en tragédie lyrique en daarom wel eens het hoogtepunt van de reformopera genoemd. Tien jaar geleden zagen we Karl-Ernst Hermann roemloos mislukken met het werk in Salzburg, een bloedloze productie die door een temperamentvolle Anja Harteros moest worden gered. Als Opera Vlaanderen iets heeft aangetoond dan toch wel dat Mozarts "eersteling" kilometers verheven is boven de reformgedrochten van Gluck. Bezoekers van de Ruhrtriennale kunnen dat binnenkort zelf vaststellen want Johan Simons heeft zich Glucks Alceste laten aanpraten door René Jacobs. Wij zullen met veel plezier andere oorden opzoeken in augustus.

Het is fascinerend om te zien hoe Mozart de esthetische grondslagen van de opera seria, waarin Idomeneo toch voor driekwart in verankerd is, onderuit haalt. Daarvoor moet je wachten tot de finale van het tweede bedrijf. Tot zolang heerst de conventie van de opera seria met recitatieven (zowel secco als accampagnato) afgewisseld met aria's. Zeer behoorlijke aria's overigens als "Padre,germani, addio" (Ilia) en "Tutte nel cor vi sento" (Elettra) en het geweldige "Fuor del mar" (Idomeneo). Hier en gedurende het hele derde bedrijf kondigt zich de schepper aan van de Da Ponte opera's. Als de 25-jarige hoforganist van Salzburg met Idomeneo zijn eerste grote operasucces viert in München, bevindt hij zich aan de vooravond van zijn Weense periode. Salzburg heeft hij nog maar net achter zich gelaten samen met het gezeur van zijn vader Leopold. De aartsbisschoppelijk schop onder de kont moet nog volgen. Zijn emancipatie van Leopold Mozart en van Salzburg betekent tegelijk ook zijn artistieke emancipatie. Niet geheel toevallig staat in Idomeneo ook een vader/zoon-relatie centraal.

De ouverture toont ons de voorgeschiedenis via animatie ontsproten aan het brein van een kind. David Bösch herneemt daarmee de kinderkameresthetiek van Elektra van vorig seizoen. Tegen een sterrenhemel plaats hij een hobbelpaard, een teddybeer, een scheepje, een bal. Het is duidelijk dat hij zal pogen een generatieconflict te projecteren op het stuk.

Het spectaculaire aanmeren van Idomeneo en zijn schipbreukelingen, is een scène die hij met even veel effect zal recupereren voor de openingsscène van Der Fliegende Holländer in Frankfurt. Idomeneo is een beetje een getraumatiseerde terugkeerder uit de oorlog. Een mensenleven is hem niet veel meer waard. Het maakt zijn absurde gelofte de eerste sterveling die hij zal ontmoeten te offeren om het vege lijf te redden, een beetje meer geloofwaardig. Jammergenoeg zal het zijn zoon Idamante zijn.

Het slotkoor "Nettuno s'onori" is het scenisch hoogtepunt van het eerste bedrijf. Er wordt een knaap ritueel geofferd aan Neptunus en muziek en dans krijgt een originele invulling: een octopus van papier-mâché daalt uit de toneeltoren. Het is een antiek symbool voor Kreta en een piñata, zo verklapte dramaturg Koen Bollen, die naar Mexicaans gebruik zolang bewerkt wordt met stokken tot hij alle snoep en cadeautjes vrijgeeft.

Roberto Saccà maakt van Idomeneo's centrale aria "Fuor del mar" het hoogtepunt van het tweede bedrijf. Hij speelt met een fles bubbels, verbrijzelt het fluitglas in zijn hand en vergeet niet "non cessa minacciar" te beklemtonen. Dat doet hij tegenover de bloedmooie, naïef ogend videobeelden van Falko Herold die aan Marc Chagall herinneren. Geweldig ook hoe hij, het hele stuk door, zijn vergulde koningskroon alle hoeken van de kamer laat zien.

Elettra is een beetje geschift en een beetje gothic. In een roes van zinsbegoocheling laat ze zich in een bruidskleed hijsen dat ze zorgvuldig meezeult in een reiskoffer. Ook de Trojanen, vertrekkensklaar en uitgerust met reiskoffers, komen toasten in het aansluitende koor "Placido é il mar".

De hogepriester verschijnt als een zombie. Hij lijkt de incarnatie van Idomeneo's duistere oorlogsschuld en baart daarmee een zeemonster dat de koning vooral in zichzelf herkent. Ondertussen is de scène ingenomen door grote Golgotha kruisen en theelichtjes om de goden te paaien. Maar ook de vlucht in het spirituele biedt geen soelaas.

Het belachelijke lieto fine dat Mozart ongetwijfeld door zijn opdrachtgever in de maag gesplitst kreeg wordt door de regisseur stijlvol opgeblazen. Die prefereert het stuk te laten eindigen in het donkerste pessimisme, een beetje in de trant van Lohengrin : de koning neemt afscheid van het leven en slikt giftabletten, zijn zoon en zijn kersverse bruid storten in bij de aanblik van hun nieuwe verantwoordelijkheid. Ilia's rivale Elettra heeft zich nog maar pas de polsen overgesneden met een bijl, haar aangereikt door de schim van Orestes. Stuurloos staart de massa in de verte. In hun met bloed doordrenkte gewaden zingen ze als contrapunt: "laat de godin van het huwelijk hun eeuwige zielenvrede schenken." De oude generatie heeft gefaald maar de nieuwe, overempathische generatie kan het duidelijk niet aan. Het vergt weinig moeite om daarin het actuele onvermogen van politiek links en het falende Europa van Merkel te herkennen.

Mozartzang op topniveau krijg je in Antwerpen niet te horen maar met deze bijzonder homogene cast komt Opera Vlaanderen wel dicht in de buurt. Ilia moet het hebben van messa di voce, Elettra van dramatische uithalen en spannende coloraturen. Dat hebben we allebei een beetje gemist. Vooral Ana Quintans zorgt voor het mooie weer met haar kristalheldere soubrette. Van haar drie charmante aria's scoort ze het best met "Zeffiretti lusinghieri". Renata Pokupic heeft zich de broekenrol van Idamante goed toegeëigend en met Ilia vormt ze een erg mooi paar. In het borstregister wordt de stem een beetje dun. Serena Farnocchia's voordracht is dynamisch onvoldoende gedifferentieerd. Met haar grote nummer "D'Oreste, d'Aiace" maakt ze desondanks grote indruk.

Roberto Sacca overtuigt meer in dit repertoire dan door zijn halfslachtige pogingen het Wagnervak te veroveren. Als de getormenteerde koning was hij scènisch net zo sterk als de resignerende vader.

Vandaag is het gebruikelijk om de versie van 1781 (München) te spelen. Meestal schrapt men het afsluitende ballet, soms schrapt men Elettra's finale furie-aria. Dat laatste heeft Paul McCreesh gelukkig niet gedaan maar het ballet is integraal geschrapt. Het koor heeft het laatste woord; voor een nabeschouwing over Idamante en Ilia liefdesgeluk laat Bösch geen enkele ruimte.

Make no mistake : Idomeneo behoort tot de canon en met deze herinstudering door Barbora Horakova Joly (oorspronkelijk te zien geweest in Basel in 2013) zou Mozart wellicht "arcicontentissima" geweest zijn.

Het volgende rendez-vous met David Bösch wordt Die Meistersinger von Nürnberg in München.

woensdag 27 april 2016

Seizoen 2016-2017 : Oper Frankfurt



Intendant Bernd Loebe kan mij met zijn affiche voor het komende seizoen minder bekoren dan met die van het lopende seizoen.

PREMIERES :

1. Peter Tsjaikovski - EUGEN ONEGIN
Jim Lucassen / Sebastian Weigle
Cast: Sara Jakubiak, Judita Nagyova, Daniel Schmutzhard, Mario Chang, Robert Pomakov

2. Hector Berlioz - LES TROYENS
Eva Maria Höckmayer / John Nelson
Cast : Bryan Register, Tanja Ariane Baumgartner, Claudia Mahnke, Gordon Bintner

3. Claude Debussy - LA DAMOISELLE ELUE
Arthur Honegger - JEANNE D'ARC AU BÛCHER
Alex Ollé / Marc Soustrot
Cast : Elizabeth Reiter , Katharina Magiera, Marion Cotillard,

HERNEMINGEN :

1. Richard Wagner - LOHENGRIN
Jens_Daniel Herzog / Stefan Blunier
Cast : Andreas Bauer, Vincent Wolfsteiner, Annette Dasch, Robert Hayward, Sabine Hogrefe

Seizoen 2016-2017 : Opéra de Lyon



Heeft Serge Dorny de smaak te pakken gekregen van DDR-regisseurs tijdens zijn intermezzo in Dresden? Uit Dresden importeert hij de sinds 1986 legendarische Elektra van Ruth Berghaus. Gaan we Berghaus dan uiteindelijk toch nog te zien krijgen? Uit Bayreuth importeert hij de Tristan und Isolde van Heiner Müller. Beide voorstellingen zijn te combineren ter plaatse.

NIEUWE PRODUCTIES :

1. Sergei Prokovief - L'ANGE DE FEU
Benedict Andrews / Kazushi Ono
Cast : Ausrine Stundyte, Laurent naouri, Dmitry Golovnin, Alma Svilpa

2. Arthur Honegger - JEANNE AU BÛCHER (co-productie met De Munt)
Romeo Castellucci / Kazushi Ono
Cast : Audrey Bonnet, Denis Podalydès, Ilse Eerens, Valentine Lemercier, Marie Karall

3. Richard Strauss - ELEKTRA
Ruth Berghaus / Hartmut Haenchen
Cast : Elena Pankratova, Katrin Kapplush, Lioba Braun, Christof Fischesser

4. Richard Wagner - TRISTAN UND ISOLDE
Heiner Müller / Hartmut Haenchen
Cast : Daniel Kirch, Ann Petersen, Christof Fischesser, Alejandro Marco-Buhrmeister, Eve-Maud Hubeaux

maandag 25 april 2016

Kent Nagano met Tristan und Isolde in Hamburg (****½)



FOR YOUR EARS ONLY

Gelukkig overleefde Kent Nagano het tweede bedrijf van "Tristan und Isolde". Felix Mottl (†1911) en Joseph Keilberth (†1968) was het destijds niet vergund. Iedereen haalde probleemloos het einde van de voorstelling behalve de enscenering van Ruth Berghaus. Die sneuvelde omdat de vakbond (ver.di) het technisch personeel tot een waarschuwingsstaking had weten te verleiden. Ja, u leest het goed: staken om te waarschuwen! Don't try this at home. Wij hopen hen bij ons volgende bezoek terug aan het werk te zien met een fijne loonsverhoging.

Over Ruth Berghaus' legendarische productie, die mij in eerste instantie naar Hamburg had gelokt, kan ik dus niets rapporteren. Slechts weinigen leken dit te betreuren. De Hamburgse staatsopera had immers een mooie cast verzameld en de indruk ontstond al snel dat orkest en solisten extra hun best zouden doen om de afvalligheid van hun stakende collega's te compenseren. Aldus geschiedde.

Bij mijn vorig bezoek aan de staatsopera hadden we enkele reserves opgetekend. "Les Troyens" hadden we niet gehoord met de gewenste transparantie. Het ontbrak het orkest aan detail, kleur en dynamische accentuering. Lag het aan het orkest of aan de akoestiek? We gingen het orkest, dat volgens lokale waarnemers onder Kent Nagano op een hoger niveau is getild, verdenken van slordigheid. De orkestbak ontvlucht voor deze concertante opvoering hoefden we niet lang te wachten om vast te stellen dat het orkest in blakende gezondheid verkeerde. Onze reserves gingen meteen op de schop. Hier was een corpus aan het werk dat ageerde als één man, zich volledig engageerde en voldoende precisie aan de dag legde. Kent Nagano van zijn kant stuurde aan op een lezing die agogisch heel gedifferentieerd was, erg traag zonder spanningsloos te worden in de eerste prelude, vlot en krachtig in de naar hysterie neigende uithoeken van de partituur.

Ricarda Merbeth kon mij meteen bekoren door haar charmante verschijning en haar bloedmooi timbre. Ze zong Isolde met veel engagement en vol overgave. De stem kreeg regelmatig te weinig ademsteun en werd daardoor te dun maar op alle cruciale momenten had ze haar dramatische sopraan paraat en liet ze niet in de steek. Beter dan verwacht kon ze standhouden naast Stephen Gould. Hun liefdesduet was dan ook het vocale hoogtepunt van de avond. Behalve de beelden van Berghaus heb ik hier niets gemist.

Stephen Gould bevestigde zijn status van numero uno onder de Tristans. Wat onmiddellijk opviel: het grote gemak waarmee zijn stem de zaal vult, hij hoeft er niet eens voor te zingen. In het tweede bedrijf was hij grandioos, de lyrische delen nam hij soms met teveel stem, anderzijds was hij ook in staat tot pianissimi die hem tot in de kopstem voerden. Ook in het derde bedrijf presteerde hij weer uitstekend.

Wilhelm Schwinghammer zong de partij van Koning Marke met alle nuances. We hoorden een grote monoloog, geschraagd door een mooi timbre, die hij wist af te ronden met een indrukwekkende finale.

Werner van Mechelens Kurwenal was voldoende genuanceerd maar zijn timbre kon mij minder bekoren. Het bezat onvoldoende glans. Het ontbrak zijn voordracht daardoor aan pure zinnelijkheid.

Lioba Braun als Brangäne liet het minst aangename timbre horen. Haar voordracht was dynamisch weinig gedifferentieerd en daardoor nooit echt in staat om te boeien.

Romeo Castellucci met La Passione in Hamburg (***)


© Bernd Uhlig
WIR SETZEN UNS MIT TRÄNEN NIEDER

Laat ik even toelichten waarom ik niet van Bach houd. Wat maakt muziek tot goede muziek? Het antwoord op die vraag is eigenlijk heel simpel. Muziek moet noodzakelijkerwijs een geestelijke connectie maken. Muziek kan opwinding of ontroering veroorzaken. Essentieel is dat men er zich emotioneel aan kan beroezen. Muziek kan door de vorm ook intellectueel fascineren. Muziek die niets van dit alles in zich draagt verschraalt tot platte verveling. Alle muziek kan je vanuit dit perspectief benaderen, van U2 tot Bernd Alois Zimmermann. Mijn stelling is nu dat de componist die dit alles voor mekaar krijgt en daarbij zowel het hart als het hoofd bedient, zijn plaats in het pantheon van de allergrootste toondichters heeft verdiend. Automatisch kom je dan uit bij iemand als Richard Wagner, eerder dan bij Johann Sebastian Bach. Het curieuze is dat het meester Bach is die gecelebreerd wordt als de grootste muzikale geest van het Avondland. Die reputatie kan, als je de Klara-ambtenaren bezig hoort, met niets aan het wankelen worden gebracht. Ben ik dan de enige die meester Bach de meest overschatte figuur uit de muziekgeschiedenis vindt? Samen met Bachs spirituele vader, Maarten Luther, toen hij in Worms voor keizer en kerk gevraagd werd zijn ketterse stellingen te herroepen, zou ik willen zeggen : "Ich stehe hier und kann nicht anders."

Bach mag het contrapunt tot een voor zijn tijd duizelingwekkende hoogte hebben gebracht, zijn werk is daardoor in hoge mate cerebraal. Veel Apollo en weinig Dionysos. Bachs muziek kan intellectueel fascineren maar is emotioneel steriel. Zijn populairste tearjerker "Erbarme dich", is van een onstellende harmonische eenvoud. Toch voert het nummer menig top-100 lijstje aan. In elke opera van Mozart, om slechts een kleine sprong in de geschiedenis te maken, is meer genialiteit terug te vinden dan in de Mattheuspassie, dit iconische werk van de barok, dat door zijn verlammende monotonie, althans voor mij, ook een monument der verveling is.

Het zijn geen open geesten die stil blijven staan bij de gedachte dat klassieke muziek eindigt met de dood van Wagner. Het zijn evenmin open geesten die dat doen bij de dood van Bach. Ze bestaan in even grote getale.
Bachs apologie kadert in de overdreven aandacht die barokmuziek krijgt in de media. Al decennia lang bokst zij boven haar soortelijk gewicht. Urenlang gegijzeld worden door barokcomponisten van laag allooi, het behoort tot de dagelijks terreur op Klara.

Wat Bach verbindt met Wagner is dat hij in dezelfde mate misbruikt is geworden door de nationaal-socialisten. Het was de kille discipline in het werk van Bach dat de nazi's zo aantrekkelijk vonden, naast zijn raszuiverheid en zijn spirituele aanhankelijkheid aan Maarten Luther, de grote antisemiet. Nazi-musicoloog Richard Eichenauer vatte het zo samen: "De fuga is blond en heeft blauwe ogen". Minder bekend is dat Bachs muziek even goed te horen was op de Naziparteitage als die van Wagner. Maar in tegenstelling tot Wagner heeft Bachs reputatie hieronder allerminst te lijden.

In de Johannespassie worden de joden nochtans uitdrukkelijk gestigmatiseerd als de moordenaars van Christus. Sommige dirigenten wijzigen daarom de tekst en vervangen "die Juden" door "die Leute". In Berlijn werden de gewraakte passages enkele jaren geleden vervangen door fragmenten uit de joodse liturgie. Toch wordt Bach door de meeste musicologen van antisemitisme vrijgesproken. Mogelijk geheel terecht, ook al had hij Luthers pamflet "Die Juden und ihre Lügen" in zijn bibliotheek staan. Die houding ten aanzien van de monumentale Bach waarbij hij enigszins dreigt te worden opgepoetst, staat in scherp contrast met het vergrootglas waarmee joodse onderzoekers in Wagners werk op zoek gaan naar sporen van antisemitisme die er niet zijn.
Opmerkelijk daarbij is dat Bachs muzikale vlam na zijn dood brandend werd gehouden door een coterie van Berlijnse joden, met name door de families Mendelssohn en Itzig. Met de eerste heropvoering van de Mattheuspassie in 1829 zal Felix Mendelssohn vervolgens het fundament leggen voor Bachs internationale wederopstanding.

La Passione is de theatraliseringspoging waarmee Romeo Castellucci in Hamburg Bachs Mattheuspassie tot een tam Bühnenweihfestspiel heeft getransformeerd. De Deichtorhallen, een seculiere kathedraal voor hedendaagse kunst is daarvoor tot een klinisch witte ruimte omgeturnd. Orkest en koor zijn volledig in het wit, enkel de evangelist draagt een blauwe sjaal om de hals. Het is een vorm van onthechting en de dirigent wast ritueel de handen voor hij aan zijn job begint.

Castellucci heeft het werk opgedeeld in 18 scènes rond een thema dat verband houdt met de tekst. Bij elke scène wordt een object voorgesteld of worden figuranten opgevoerd. Zo zien we een gekantelde bus voorbij trekken, een metaforisch beeld voor het menselijk lijden in groep. Een doornenkroon van prikkeldraad wordt in een electrolysebad verguld. Van een boom worden de takken met snoeischaren verwijderd. Een lam wordt vol kunstbloed gepompt. Een figurant wordt in bidhouding in een polyestersarcofaag opgesloten. Twee worstelaars gaan een kamp aan. Het zijn beelden die gevoelsmatig weinig teweeg brengen en slechts met moeite appeleren aan de beeldenmagiër van de Tragedia Endogomidia of de Divina Commedia.

Interessanter wordt het wanneer Castellucci hengelt naar onze empathie en ons laat participeren aan het lijden. Zo mogen 14 figuranten, tijdens Christus' kruisiging, elk om beurt, aan een zweefrek hangen in de houding van een gekruisigde. Een andere scène toont een dokwerker die beide onderbenen heeft verloren door een werkongeval. Hij verwijdert de prothesen en strompelt moeizaam naar de uitgang.

Ian Bostridge zong een uitstekende evangelist, dynamisch heel gedifferentieerd, emotioneel geëngageerd en expressief. Hayoung Lee en Christina Gansch als de sopranen en Dorottya Lang als de alt waren aan mekaar gewaagd, maar geen van hen liet echt gave registerovergangen horen. Philippe Sly leverde met zijn hoge bas de gaafste prestatie af als Jesus, gedragen door een mooi timbre dat voortdurend herinnerde aan Peter Mattei.

Kent Nagano en het Philharmonisches Staatsorchester Hamburg speelden de Mattheuspassie op moderne instrumenten met een orgel in de continuopartij. Het koor, opgedeeld in twee helften, flankeerde het orkest.
De Audi Jugendchorakademie bestond vooral uit erg jonge mensen en presteerde desalniettemin uitstekend. Dat het slotkoor "Wir setzen uns mit Tränen nieder" er bovenuit stak kwam toch vooral omdat deze drie uur lange zit eindelijk voorbij was.

Bach laat ik voortaan over aan zijn fans. Mij niet meer gezien. Ich habe genug. BWV 82.

Het volgende rendez-vous met Romeo Castellucci is gepland in München met Tannhäuser.