donderdag 2 juli 2015

Calixto Bieito met Carmen in Londen (****)

BREAKING BAD

Onlangs kon je in het Verenigd Koninkrijk tijdens dezelfde week twee emblematische Carmenproducties zien waarvan later zal worden gezegd dat ze de opvoeringsgeschiedenis van het werk decennia lang hebben gedomineerd. David McVicars productie voor Glyndebourne en Calixto Bieito's Carmen in het Londense Coliseum, zijn twee zeer verschillende maar even geniale ensceneringen.

Bieito's legendarische Carmen heeft ondertussen de halve wereld afgereisd. In 2004 was ze nog te zien in de Vlaamse Opera. Het best is ze gekend van de dvd-registratie met Roberto Alagna en Béatrice Uria-Monzon in Barcelona. De vraag die zich stelde was dan ook of ze kon overeind blijven in deze heropgewarmde, Engelse versie? You bet, she did!

"Goede opera is als een stierengevecht". Het zijn woorden van Calixto Bieito. In Carmen kan je dat ook letterlijk nemen: het stierengevecht als metafoor voor de corrida tussen de seksen. Als een gevelde stier zal Carmen tijdens de laatste maten van het stuk door Don José door de arena van de liefde worden gesleurd. Bieito gaat het stuk te lijf op de voor hem eigengereide wijze, volstrekt onsentimenteel, net zoals de partituur van Georges Bizet dat ook lijkt aan te geven. Hier dus geen postkaarten-Sevilla maar een verpauperde en rechteloze samenleving in de nadagen van het Franco regime. Toch is dit de meest Spaanse Carmen ooit. Het Spanje van het libretto zit hier in de details, meestal beter verstopt dan de iconische stier van Osborne in het derde bedrijf. Mannelijke begeerte spat van het scherm van zodra het doek is opgegaan. Af en toe zijn er ook hints te zien naar kindermisbruik. Bieito toont Carmen niet uitsluitend als de ongenaakbare femme fatale of de principiële vrijheidsheldin maar ook als empatisch slachtoffer van Don José's mateloze jaloezie.

Wat deze productie extra aantrekkelijk maakt is dat alle intermezzi met bijzonder knappe toneelvondsten zijn ingevuld : de goocheltruuk van de pooierachtige neger Lilas Pastia, de dans van het schattige zigeunermeisje met haar pop, de choreografie van de naakte soldaat met de denkbeeldige stier in het blauwe schijnsel van de maan onder begeleiding van de geweldige fluitsolo van het derde bedrijf. In het laatste bedrijf toont hij de opwinding van een mensenmassa in een stadium met enkel een koord als attribuut. Dat alleen is al een masterclass inzake regie. Uiteindelijk laat Bieito zien wat een fantastisch meesterwerk er schuilt in deze meest populaire opera van het repertoire. Een betere definitie van een geniale regie kan ik niet bedenken. Anders uitgedrukt: er is Carmen vóór Bieito en er is Carmen na Bieito. Na Bieito is de typische Carmen-productie van de jaren 80 gewoon niet meer te verdragen. Ziedaar nog een betere definitie.

In de uitstekende vertaling van Christopher Cowell werd de zangers Engels in de mond gelegd dat nooit als problematisch hoefde te worden ervaren maar dat anderzijds ook niets toevoegde. Hoe je het ook bekijkt, het Engels klinkt zakelijker dan het Latijnse origineel : de kleuren en de articulatie van de originele prosodie gaan een beetje verloren en de recitatieven willen wel eens klinken als in een musical. Waarom de ENO aan dit archaïsche systeem blijft vasthouden is mij een raadsel. Hebben we ondertussen niet geleerd om boventitels te lezen ? Ik kan er enkel een verontrustend ouderwetse uitloper van taalimperialisme in zien.

Eleanor Dennis als Michaela liet de fraaiste zang horen. Met een soliede techniek, probleemloze registerovergangen en een stevige projectie is ze zondermeer geschikt om rollen met een meer spinto-karakter aan te vatten.

Waarom de Letse Justina Gringyte een blonde pruik kreeg aangemeten als Carmen is mij niet duidelijk. Stem en acteerprestaties zaten goed zonder echt in positieve zin op te vallen.

Eric Cutler, die de volgende Lohengrin in Brussel zou moeten worden, wist ondanks zijn boomlange gestalte een groot fysiek engagement in zijn vertolking te steken. In de intense en erg gewelddadige finale presteerde hij voortreffelijk. Met zijn licht baritonaal timbre klonk zijn tenor voldoende viriel, zonder daarom een voorbestemdheid voor de grote Wagnerhelden te laten vermoeden. Onaangename, kelige bijgeluiden als bij Jonas Kaufmann, waren geheel afwezig en zijn "Flower Song" wist hij te besluiten met een aardig pianissimo in de kopstem. Naar zijn Lohengrin zijn we nu al benieuwd.
De expressief articulerende Leigh Melrose schakelde in zijn portret van Escamillo op een fascinerende manier tussen machismo en kwetsbaarheid.

Richard Armstrong hield vlotte tempi aan en wist zijn manschappen voldoende aan te sporen tot een efficiënte, karaktervolle lezing. Dat leverde vooral tijdens de orchestrale omlijsting van Escamillo's aantreden een geweldig muzikaal hoogtepunt op.

zaterdag 27 juni 2015

Evelyn Herlitzius vervangt Anja Kampe in Bayreuth als Isolde


Is er een nieuw schandaal in de maak in Bayreuth ? Na Eva-Maria Westbroek verlaat nu ook Anja Kampe de arena als Isolde. Nauwelijks vier weken voor de première geeft ze de fakkel door aan Evelyn Herlitzius. Heeft Kampe de partij onderschat? Ze neemt immers ook de partij van Sieglinde voor haar rekening. Dat kan ik moeilijk geloven want ze heeft de partij al in Glyndebourne gezongen.

De meer voor de hand liggende reden moet weeral in de buurt van Christian Thielemann worden gezocht, zo bericht de krant Merkur. Vrijdagavond zou het tussen Thielemann en Kampe tot een botsing gekomen zijn. Thielemann zou haar het leven behoorlijk lastig hebben gemaakt sinds hij de verkiezing tot chef van de Berliner Philharmoniker moest afstaan aan Kirill Petrenko. Anja Kampe, moet u weten, is tegenwoordig de levensgezellin van Petrenko.

Als dit waar blijkt te zijn dan heb ik het met Thielemannn, de meest onwagneriaanse egotripper van het dirigentengilde nu wel eventjes gehad. Wat de Bayreuther "Tristan und Isolde" betreft is de mislukking nu reeds ingeprogrammeerd want Herlitzius behoort niet tot de categorie van dramatische sopranen die mij ook maar in het minst kunnen bekoren. Also, vielen Dank, gute Freunde aus Bayreuth!

Van Eva-Maria Westbroek is geweten dat ze een auditie met Thielemann niet heeft aangedurfd. Westbroek heeft haar Isolde-debuut vervolgens naar Baden-Baden verschoven maar zoals we hebben kunnen vaststellen tijdens de live-transmissie van "Cavalleria Rusticana" uit New York kampt ze tegenwoordig met behoorlijk wat problemen in de hoogte. Benieuwd af ze dat plan zal doorzetten onder Sir Simon Rattle volgend jaar.

maandag 22 juni 2015

Kirill Petrenko wordt de nieuwe chef van de Berliner Philharmoniker



Op het conclaaf van 11 mei, achter gesloten deuren en geheel afgesloten van de wereld, kwam de Berliner Philharmoniker niet tot een consensuskandidaat om Sir Simon Rattle op te volgen aan het hoofd van het beste orkest van de wereld. Aan Christian Thielemann, behoeder van de Duitse traditie en Andris Nelsons, de jonge Letse nieuwlichter met veel meer zin voor avontuur, scheidden zich de geesten. Nelsons, die wellicht de meest dwingende lichaamstaal hanteert onder de dirigenten en zich thuis ook meneer Kristine Opolais mag noemen, was duidelijk mijn favoriet.

Tot ieders verrassing maakten de Berliner vandaag bekend dat het de weinig charismatische, bijna autistische Kirill Petrenko zal worden, de illustere GMD van München. Waarschijnlijk zal de wolk van ruzie waar Christian Thielemann zich in hult, hem parten hebben gespeeld. Ook nu is hij in Bayreuth weer niet onbesproken gebleven waar hij door sommigen beticht wordt van een "Rauswurf" van Eva Wagner-Pasquier. Dat was mijn aandacht nauwelijks waard want het werk van Wagner-Pasquier als castingdirecteur is beslist discutabel. Petrenko was de eerste, nadien Barenboim, om voor haar, en voor het verwijderen van Lance Ryan als Siegfried, in de bres te springen.

Het typeert de man ten voete uit. Petrenko is een harde werker, verlangt perfectie en schijnt die, te oordelen aan het resultaat, ook te verkrijgen van zijn manschappen. Met Wagners Ring zette hij het provinciale Meiningen op de wereldkaart en sindsdien is zijn reputatie alleen maar gestegen. In Bayreuth doet hij Christian Thielemann vergeten als de enige zaligmakende Wagnerguru. Sterker nog: in München excelleert hij keer op keer in het repertoire van de twintigste eeuw dat hem na aan het hart ligt ("Die Soldaten", "Lulu" ...). In artistiek opzicht is Petrenko dus een logische keuze omdat hij de kwaliteiten van de beide tegenkandidaten verenigt. Het concertleven in de Berlijnse Philharmonie kan vanaf 2018 weer wat boeiender worden. Je hoort mij niet klagen.

Hier een klein staaltje van zijn passioneel-dwingende dirigeerstijl in het "Poème de l'extase et de l'amour" van Scriabin.






zondag 21 juni 2015

"Geschriften over eigen werk" bij Uitgeverij IJzer

Philip Westbroek toont moed en kennis van zaken in het voorwoord van zijn nieuwe vertaling voor Uitgeverij IJzer, "Geschriften over eigen werk". In zijn korte biografische schets noemt hij Carl Friedrich Wilhelm de echte vader van Richard Wagner. Zelfs de vermaarde musicoloog Thomas Grey leek dat onlangs weer eens in twijfel te trekken in een artikel voor The Opera Quarterly. Wat een hardnekkige kwakkel! De latere vijandschap van Friedrich Nietzsche noemt hij infaam. Nietzscheanen, besmet door de kleingeestigheid van hun held, hoor je doorgaans het tegenovergestelde beweren. Maar de moed ontbreekt om Wagners jodenkritiek in het juiste daglicht te stellen.

Hoe kan je jezelf overgeven aan de niet geringe inspanning om "Oper und Drama", een boekje waarvan Martin van Amerongen vond dat niemand erop zat te wachten, te vertalen en tegelijkertijd Wagners kritiek op diens artistieke antipode Meyerbeer afdoen als "kleinzielig" en "abject" ? Wagner blijkt voor de vertaler alleen maar toonaangevend in zijn opvattingen zolang hij het water van de vijver van de politieke correctheid niet vertroebelt.
In de vorige editie maakte Westbroek het zelfs zo bont de vrijheid van meningsuiting te willen opofferen om een hedendaagse variant van Wagner, Geert Wilders, de mond te kunnen snoeren. Samen met Frank Furedi zou ik kunnen opwerpen dat zulke reactie op populisme gevaarlijker is dan het populisme zelf. Anders uitgedrukt: wie zo ondemocratisch omgaat met zijn morele gelijk is niet in staat om over Wagners jodenkritiek een evenwichtig oordeel te formuleren.

Uitgeverij IJzer vond het zelfs nodig om haar lezers van "Opera en Drama" een opgepoetste Meyerbeer te presenteren als contrapunt voor Wagners jodenkritiek aan de hand van een recensie van musicoloog Emmanuel Overbeeke. Over de corrumpering van het Parijse kunstleven door joodse artiesten en zakenlui anno 1850, in casu de gefortuneerde Giacomo Meyerbeer, daarover lees je geen woord. Terwijl er genoeg bewijsmateriaal voorhanden is. Het spijt me zeer maar dit is het soort intellectuele oneerlijkheid dat ik onverdraaglijk vind.

Leo Cornelissen stelt in zijn voorwoord dat hedendaagse regisseurs een boek als dit maar eens ter hand moeten nemen want met de bedoelingen van de componist wordt al eens een loopje genomen. Dat is een erg conservatief standpunt. Kom je aan de bedoelingen van de componist moeilijk voorbij, zijn regieaanwijzingen zijn volstrekt irrelevant. Hedendaagse regisseurs verspillen daar hun tijd niet mee. Ze kijken doorheen het prisma van hun eigentijdse ogen naar de regenboog uit het verleden. En dan brengt het meer op om associatieve verbanden te leggen met hedendaagse kunstenaars en filosofen dan met de gedateerde reflecties van een componist. Dat is geen perverse strategie maar een noodzakelijke vereiste voor de vooruitgang van het theater. Elke opvoering van een theaterstuk is tenslotte telkens weer opnieuw een reddingspoging. Toch gaat het vaak fout. Waarom?

Terwijl de tekst multi-interpretabel is, zeker in het geval van Wagner, is de partituur dat veel minder. De muziek, gefixeerd op de lessenaars van het orkest, ontwikkelt haar eigen dramaturgie en het is de rol van de regisseur om deze te laten werken in zijn eigen voordeel. Het is hier dat het regelmatig fout loopt, zelfs bij de meest getalenteerden onder onze regisseurs. Eigenlijk hebben we te maken met een probleem van dramaturgen eerder dan van regisseurs.

Zoals verwacht stammen de teksten in dit boek voor een groot deel uit "Eine Mitteilung an meine Freunde" uit 1851, toen de ontluikende componist Wagner nog de behoefte voelde om zijn werk te verklaren. Later, toen hij een gevestigd icoon van het operaleven werd, deed hij dat veel minder, niettegenstaande zijn werken meer dan ooit raadselachtiger werden. Later moeten we het stellen met wat brieffragmenten. Zelfs tegenover Cosima houdt hij de lippen op elkaar, bijvoorbeeld wanneer zij een versleutelde formule als "Erlösung dem Erlöser" tracht te duiden. Ook in dit boek ga je dus, in tegenstelling tot wat de flaptekst suggereert, vruchteloos op zoek naar de betekenis van de Ring of van Parsifal, twee werken die Wagner nooit heeft uitgelegd en dus in beide gevallen een grote interpretatieve vrijheid heeft toegestaan. Het grootste deel van deze teksten hebben we al in allerlei programmaboeken kunnen nalezen, zelfs in vertaling. Het leuke is dat ze nu eens gebundeld zijn. Maar of regisseurs dit gaan lezen? Ben je gek!

dinsdag 9 juni 2015

Seizoen 2015-2016 : de keuze van Leidmotief


Nu alle nieuwe seizoensprogramma's bekend zijn is het duidelijk dat de Opéra de Paris de te kloppen opera van het jaar zal zijn in het komende seizoen. Althans op papier. In Duitsland is het Bernd Loebe, de intendant van Frankfurt die de hoogste ogen gooit.

Leidmotief zal in de mate van het mogelijke alle volgende voorstellingen, échte en virtuele, trachten te bezoeken en daarover reflecteren :

19.09 |Gent| Richard Wagner - TANNHAÜSER
20.09 |Bochum| Richard Wagner - DAS RHEINGOLD
25.09 |Zürich| Alban Berg - WOZZECK
26.09 |Frankfurt| Helmut Lachenmann - DAS MÄDCHEN MIT DEN SCHWEFELHÖLZERN

09.10 |Hamburg| Hector Berlioz - LES TROYENS
10.10 |Berlijn (Komische Oper)| Leonard Bernstein - WESTSIDE STORY
11.10 |Berlijn (Staatsoper)| Richard Wagner - DIE MEISTERSINGER VON NÜRNBERG

13.10 |Wenen| Giuseppe Verdi - MACBETH (live-stream)
17.10 |New York| Giuseppe Verdi - OTELLO (via Kinepolis)
20.10 |Parijs| Arnold Schönberg - MOSES UND ARON
31.10 |New York| Richard Wagner - TANNHÄUSER (via Kinepolis)

21.11 |New York| Alban Berg - LULU (via Kinepolis)
22.11 |Salzburg| Richard Strauss - ARABELLA (via UGC)
29.11 |Parijs| Bela Bartok/Francis Poulenc - LE CHATEAU DE BARBE BLEUE /LA VOIX HUMAINE

10.12 |Londen| Mascagni/Leoncavallo - CAVALLERIA RUSTICANA /PAGLIACCI (via Utopolis)
15.12 |Antwerpen| Giacomo Puccini - LA BOHEME
17.12 |Parijs| Hector Berlioz - LA DAMNATION DE FAUST (via UGC)
20.12 |Wenen| Leos Janacek - VEC MAKROPULOS (live-stream)

16.01 |New York| Georges Bizet - LES PECHEURS DE PERLES (via Kinepolis)
25.01 |Lyon| Dmitri Sjostakovitsj - LADY MACBETH DE MZENSK
04.02 |Londen| Giuseppe Verdi - LA TRAVIATA (via Utopolis)
11.02 |Parijs| Giuseppe Verdi - IL TROVATORE (via UGC)
14.02 |Antwerpen| Giuseppe Verdi - OTELLO
18.02 |Straatsburg| Leos Janacek - L'AFFAIRE MAKROPOULOS
19.02 |Frankfurt| Leos Janacek - DIE SACHE MAKROPOULOS
28.02 |Berlijn (Komische Oper)| Peter Tsjaikovski - EUGEN ONEGIN
29.02 |Berlijn (Deutsche Oper)| Vincenzo Bellini - I CAPULETTI E I MONTECCHI (concertant)

05.03 |New York| Giacomo Puccini - MANON LESCAUT (via Kinepolis)
13.03 |Amsterdam| Modest Moesorgski - CHOVANSJTSJINA
17.03 |Parijs| Peter Tsjaikovski - IOLANTA/CASSE NOISETTE (via UGC)
21.03 |Londen| Modest Moesorgski - BORIS GODUNOV (via Utopolis)
25.03 |Antwerpen| Alexander Zemlinsky - DER KÖNIG KANDAULES
28.03 |Baden-Baden| Richard Wagner - TRISTAN UND ISOLDE

02.04 |New York| Giacomo Puccini - MADAME BUTTERFLY (via Kinepolis)
08.04 |Frankfurt| Richard Wagner - DER FLIEGENDE HOLLÄNDER
09.04 |Frankfurt| Giacomo Puccini - IL TRITTICO
10.04 |Zürich| Giuseppe Verdi - MACBETH
17.04 |Wenen| Leos Janacek - JENUFA (live-stream)
21.04 |Hamburg| J.S. Bach - LA PASSIONE
22.04 |Hamburg| Richard Wagner - TRISTAN UND ISOLDE
26.04 |Parijs| Giuseppe Verdi - RIGOLETTO (via UGC)
30.04 |New York| Richard Strauss - ELEKTRA (via Kinepolis)

03.05 |Antwerpen| W.A. Mozart - IDOMENEO
22.05 |Parijs| Richard Strauss - DER ROSENKAVALIER
23.05 |Parijs| Aribert Reimann - LEAR
25.05 |Frankfurt| Leos Janacek - DAS SCHLAUE FÜCHSLEIN
26.05 |München| Richard Wagner - DIE MEISTERSINGER VON NÜRNBERG

02.06 |Wenen| Giuseppe Verdi - DON CARLO (live-stream)
09.06 |Amsterdam| Peter Tsjaikovski - PIQUE DAME
14.06 |Brussel| Mark Grey - FRANKENSTEIN
22.06 |Parijs| Giuseppe Verdi - AIDA
28.06 |Straatsburg| Giuseppe Verdi - DON CARLO
30.06 |Frankfurt| Alban Berg - WOZZECK

zondag 7 juni 2015

Dmitri Tcherniakov met LULU in München
(live-stream) (****½)


ET DIEU CREA LA FEMME

"Ik moet verder doen, ik kan niet stoppen, ik heb de tijd niet meer". Het is een ijlende Alban Berg die deze woorden toevertrouwt aan zijn echtgenote in de zomer van 1935. Getekend door astma, hartklachten en een dodelijke vermoeidheid legt hij de laatste hand aan zijn Vioolconcerto. De orchestratie van Lulu heeft hij daarvoor tijdelijk onderbroken. Een insectenbeet half augustus heeft hem op het pad van een voortschrijdende bloedvergiftiging gezet. De laatste twee maanden houdt hij zich overeind met tonnen aspirine. Op 16 december begeeft het hart van de componist.

Kunstenaars als deze Alban Berg verdienen al mijn respect. Veel eerder dan de getalenteerde dilettanten die hun lier aan de wilgen hangen wanneer ze een beetje uit de mode geraken. Echte kunst ontstaat vanuit een persoonlijke urgentie.

Ook financieel zit Berg op zijn tandvlees tijdens zijn laatste levensjaar. In nazi-Duitsland staat Berg ondertussen op de index. Op 7 december 1934 had Joseph Goebbels, doelend op Schönberg, in een publieke speech nog uitgehaald naar het esthetische principe van de atonaliteit, immers had ze niet "het dramatische bewijs geleverd van hoe sterk de joodse intellectuele infectie bezit had genomen van het nationale lichaam ?". Voor de Arïer Alban Berg gold geen uitzondering. De enige Lulu-muziek die Berg tijdens zijn leven zal horen is de Suite, 5 dagen voor zijn dood in Wenen. Voor de première (1937) zal worden uitgeweken naar Zürich. Berg ligt dan al 2 jaar onder de zoden. Thomas Mann zag er een superlatieve productie. De mooiste muziek vond hij terug in de tussenspelen: "Often there were Tristan-like effects, proving that Wagner was at his most modern and most influential in that work", schreef hij in zijn dagboek.
Het nazi-tijdschrift "Die Musik" daarentegen schreef : "This music is an end not a beginning; it is an expression of the tired metropolitan intelligence, of European decadence, of the athrophying basis of a world that is becoming extinct. This music is the mirror of that world that staggered into a world war; it comes a quarter of a century too late"

Of hoe de valse Wagnerianen, verblind door een politiek project, de moderniteit van deze partituur niet zagen terwijl de echte Wagneriaan daar wel toe in staat was.

Is Wozzeck het meesterwerk van het expressionisme, met Lulu vindt Berg zich eigenlijk weer opnieuw uit. En niet alleen omdat hij het werk dit keer in een strikte 12-toonstechniek schrijft. Kon Kurt Weill Wozzeck nog "de grandioze conclusie van het traditionele Wagneriaanse drama" noemen, met Lulu is Berg een stuk opgeschoven in de richting van het episch theater van Bertolt Brecht. Voor Brecht was illusie en sensuele bevrediging het verwerpelijke doel van traditionele opera. Het stoorde Brecht dat opera de toeschouwer stimuleerde om zich emotioneel te engageren en zich over te geven aan tomeloze identificatie met de personages. Bijgevolg zou de toeschouwer tot "was" worden in de handen van de componist-tovenaar en daardoor wilsonbekwaam tot het vellen van een moreel oordeel.

Het geniale van Lulu is dat Berg bewijst hoezeer Brecht ongelijk heeft gehad. Het is precies de zinnelijke, emotionele kracht van Bergs muziek die ons verplicht stelling te nemen ten aanzien van Lulu's morele situatie. We doen dat vooral in de finale wanneer de emotionele intensiteit even hoog oplaait als tijdens het finale tussenspel van Wozzeck. Met Lulu verenigt Berg als het ware het epische en het dramatische theater.

Om onze blik te focussen op de strijd tussen de geslachten koos Dmitri Tcherniakov dit keer voor een transparante arena. Een labyrinth van 52 glazen platen neemt het gehele toneel in, schept een wat vermoeiend eenheidsdecor maar anderzijds ook een geniale ruimte waarin alle personages het noorden kwijt raken en waarin we ook onszelf, het auditorium en de dirigent weerspiegeld zien. Ook de sexuele en morele hypocrisie van de Weense samenleving van het fin-de-siècle sijpelt via dit spiegelpaleis ongegeneerd naar binnen. Voor Berg was dit niets minder als het hoofdthema van de opera.

Heel bewust heeft Tcherniakov Lulu willen bevrijden van haar verkeerde imago als de gewetenloze mannenverslindster wiens geslacht zich opent als een doos van pandora voor de mannen die haar als geile gieren omcirkelen. Door Wedekind, de auteur van het stuk, was dat alvast zo niet bedoeld. Wedekind zag de rol van Lulu als volstrekt passief.
Lulu is m.a.w. het vrouwelijke projectievlak van allerlei mannelijke obsessies. De mannen uit haar omgeving zijn te zwak om met hun obsessies om te gaan. Eén voor één gaan ze ten onder aan het eigen falen.

Marlis Petersen speelt geen Lolita-popje en ook geen femme fatale. Dat maakt ze al meteen duidelijk tijdens de introductie van de Dierentemmer. Met negen producties op haar palmares is ze zowat de meest ervaren Lulu van de planeet. Ze beschikt over de agiliteit om vliegensvlug over te schakelen van parlando modus op de meer lyrische en dramatische passages van de rol. Vooral de coloraturen maken grote indruk. Beschikt ze niet over de uitzonderlijke fysieke beweeglijkheid van Barbara Hannigan (de Lulu van Warlikowski in Brussel) ze kan wel betere vocale prestaties voorleggen. Ze zal het mij hopelijk vergeven dat ik met veel genoegen naar haar onderste rondingen heb zitten kijken. Graag zien we haar terug in New York na de zomer.

Alle scènes zijn uitstekend geregisseerd. Dat zit soms in onverwachte hoekjes zoals het sigaren rokende trio van Schigolch, de Atleet en de Schooljongen halfverwege het tweede bedrijf. Vooral de relatie met Dr. Schön krijgt aandacht van de regisseur. Bo Skovhus mag zich met zijn markante bariton uitleven in een gewelddadig portret van de krantenmagnaat, zonder twijfel één van de beste rollen uit zijn carrière.

Anonieme figuranten bevolken het spiegelpaleis tijdens de tussenspelen met een boeiende choreografie. Tatiana Baganova doubleert de actie op de voorscène en laat de dansende koppels met mekaar in interactie gaan, erotisch tijdens het eerste, met geweld tijdens het tweede tussenspel. Het zet de muzikaal reeds fantastische tussenspelen extra in de verf. Daardoor gaf het palindroom-tussenspel, door de componist bedoeld als filmmuziek, geen beeldmateriaal te zien.

Alsof de geest van Berg ermee gemoeid was en Friedrich Cerha's voltooiing van het derde bedrijf leek af te keuren, draaide de live-stream, kort voor de aanvang van het derde bedrijf, bij mij thuis geheel in de soep. Wat volgt heb ik slechts uit de krant. Was de Parijse scène weer eens overbodig zoals Cerha-critici beweren ? Helemaal aan het eind bevrijdt Tcherniakov zijn heldin van Berg en Wedekind door zichzelf van het leven te beroven met een mes uit de zak van Jack The Ripper. Geschwitz laat hij in leven om het lot van Lulu te bewenen in de slotmaten. Dat is consequent en vermoedelijk niet zonder effect.

Ook de kleinere rollen waren in deze productie voortreffelijk bezet met Daniela Sindram als Gräfin Geschwitz, Martin Winkler als Tierbändiger/Athlet, Matthias Klink als Alwa en Rainer Trost als Maler/Ein Neger.

Voor het koper en de pauken is in dit stuk een prominente rol weggelegd. Sirenen, deurbellen, jazzsyncopes en klavierriffs doorwoelen de partituur. En voortdurend sluipt de jeugdig delinquente persoonlijkheid van de saxofoon door het notenbeeld, zoals Stravinsky het uitdrukte. Kirill Petrenko weet de Bayerische Staatskapelle te kneden naar alle dynamische vereisten van het stuk, het ene moment als Straussiaans monsterorkest, het andere moment met gereduceerd orkest in de sfeer van een cabaret. Voor Petrenko was dit weer een grote prestatie, helemaal in de lijn van Die Soldaten.

Het volgende rendez-vous met Lulu is in november in New York, opnieuw met Marlis Petersen en ditmaal in de regie van William Kentridge.

Voor meer recensies van Lulu, gelieve hieronder te klikken op het label Lulu.

woensdag 3 juni 2015

De live-stream van LE ROI ARTHUS


Wanneer de pure zinnelijkheid van het zingen onvoldoende waarneembaar is in het theater loont het dan nog de moeite om zich met beide oren naar het theater te begeven? Hieronder stipte ik de problematische akoestiek aan van de Opéra Bastille. Als deze live relay iets bewees dan toch dat het dit manco van de Parijse opera uitstekend wist te compenseren. De balans was uitstekend en de solisten klonken in de huiskamer alsof ze in Parijs met puur vocaal geweld in staat waren de muren te slopen.

Bovendien kwam de intimiteit die de camera creëert tussen de scène en de toeschouwer thuis de sterk gecontesteerde enscenering van Graham Vick zeer ten goede. De drie duetten van het overspelige koppel wonnen aan erotische geloofwaardigheid maar ook de prachtige monoloog van Lyonnel en het duet van Arthus en Merlin wonnen erdoor aan dramatische spankracht. En de flamboyante dirigeerstijl van Philippe Jordan was tastbaarder dan ooit.

De live stream leverde bovendien een onverwacht extraatje op : de vertraagde flashbacks tijdens de preludes en de tussenspelen. Heel mooi allemaal.

De kans dat ik de door UGC aangekondigde premières van de Opéra Bastille volgend seizoen in de cinemazaal zal trachten mee te maken is door deze ervaring dan ook merkelijk gestegen. Haters van opera in de cinema wilde ik dit toch even meegeven.