donderdag 21 augustus 2014

Bernd Weikl diffameert Wagner


De bekende zanger Bernd Weikl heeft zich zopas ontpopt tot een eigenaardig soort nestbevuiler. Eerlijk gezegd waren we hem, als strontvervelende zanger uit de Wolfgang Wagner era, al lang vergeten. De inkt van Joachim Köhlers verrassende bekentenis was nog maar pas droog of Weikl kwam even verrassend met een boekje op de proppen waarin hij de stelling verdedigt dat Wagner in Duitsland zou moeten worden verboden. Weikl wil Wagners geschriften op de index en de opvoering van zijn werken door de rechter laten verbieden. Echt waar. Een heel hoofdstuk van zijn boekje "Warum Richard Wagner in Deutschland verboten werden muss" is gewijd aan paragraaf 130/131 van het Duitse strafrecht. Te oordelen aan de commentaren op Amazon.de kreeg hij meteen heel politiek correct Duitsland aan zijn zijde. Weikl beweert dat Wagners werk vol antisemitische boodschappen steekt. Die zijn dan wel zo goed verborgen dat ze hem niet verhinderd hebben om met deze werken een grote carrière uit te bouwen die hem 25 jaar lang op de planken van Bayreuth heeft gebracht. Het geval Weikl is weer eens symptomatisch voor hoe moeilijk Duitsers het hebben om met hun verleden in het reine te komen. Bon, we gaan dit lezen en komen daar ten gepaste tijde op terug.

zaterdag 16 augustus 2014

IL TROVATORE in Salzburg (live-stream)


PICTURES AT AN EXHIBITION

Het was weer eens de schuld van Anna Netrebko dat ik mijn rendez-vous met de Salzburger Festspiele deze zomer heb gemist. Oostenrijkers zorgen goed voor mekaar en dus hadden ze vorig jaar in een mum van tijd alle kaartjes van deze Trovatore onder mekaar verdeeld. Ik was dan ook best tevreden toen ik vernam dat ik de twee voorstellingen die ik ter plaatse had willen zien (Der Rosenkavalier/Il Trovatore) via live-streaming van op de chaise longue thuis kon genieten en mijn voyeuristisch ogenpaar kon laten rusten op het décolleté van de Russische publiekslieveling op een manier zoals ik dat in het Große Festspielhaus nooit voor mekaar had kunnen krijgen. Het was ook een beetje de schuld van Placido Domingo, een naar het schijnt genereuse artiest, geridderd in een ander tijdvak, maar ondertussen een dinosauriër die om één of andere reden nog steeds een karrevracht aan fans met zich meezeult. Het is iets dat al decennia lang mijn verstand te boven gaat. In maart volgend jaar komt hij in Berlijn de legendarische Macbeth van Peter Mussbach met zijn aanwezigheid opvrolijken en alle kaartjes zijn al de deur uit. Ik twijfel nu of ik daar naartoe zal gaan. L'enfer c'est les autres.

Regisseur Alvis Hermanis gaat er prat op een estheet te zijn. Onlangs liet hij echter ook verstaan dat hij ernaar streeft om de meest ouderwetse regisseur van de operascène te worden. Ik durf hopen dat dat ironisch was bedoeld en dat hij zich op een bepaalde manier wil afzetten tegen de campy trash-esthetiek van het Duitse Regietheater. Met deze Trovatore zette hij alleszins een stap in deze richting.
Met zijn sterk uitvergrote emoties en onwaarschijnlijke plot is "Il Trovatore" bijna een draak van een stuk. Je ziet het Shakespeare of Schiller niet zo meteen bedenken en Verdi moet dat later ook wel hebben beseft. De vraag is dus : hoe valt "Il Trovatore" nog te redden? Laat ik een museum op het toneel brengen, de personages als gidsen en suppoosten aankleden, hen laten dromen van de personages op het canvas (de Florentijnse „Eleonore von Toledo“?, de Troubadour van Giovanni Carianis ?) en hen in de huid en de kleren van die droompersonages laten sluipen telkens als het mij goed uitkomt, zo moet Hermanis hebben gedacht. Een kanjer van een regisseur die dat tot een goed einde kan brengen. Om maar te zeggen, het werkte zo goed als nooit. Het resulteerde vooral in een concertante opvoering, vol conventionele operagestiek te midden van een indrukwekkende parade aan schilderijen die curator Hermanos vooral aan de Italiaanse Renaissance had ontleend. Het was het soort beeldenvloed dat het panoramische toneel van Salzburg ook absoluut nodig heeft. Hermanis, de estheet was weer eens geslaagd. Maar je zag de personages voortdurend te paard tussen werkelijkheid en fictie en ook hoe dat de intensiteit van hun spel in verwarring bracht. Tijdens het zeer dramatische duet tussen Azucena en Manrico, ter hoogte van "Stride la vampa", kon je toeristen met hoofdtelefoons en audioguides in het museum zien rondlopen, zonder verdere interesse voor het dramatische gebeuren, kortom een compleet zinloze oefening. De climax van "Il figlio mio" valt dan vanzelf een beetje dood omdat de scène het niet toelaat temeer daar het primitieve element vuur dat hier een belangrijke dramatisch rol vervult geheel afwezig is. Vanuit de getoonde handeling is het hysterische gedrag van Azucena totaal onverklaarbaar. Slechte punten dus voor Hermanis de regisseur.

Het zigeunerkoor werd opgevoerd als een choreografie. Die blonk niet bepaald uit door originaliteit maar was niettemin een verademing in vergelijking met de gebruikelijke kitsch waaraan zelfs David McVicar zich had laten vangen in New York.

Het sterkst werkte nog de finale. Ditmaal met flinke steun van Daniele Gatti. Waarom is Gatti altijd sterk in finales en ongelijk in de rest van zijn parcours? Alle schilderijen zijn verdwenen als Azucena haar ultieme bekentenis doet voor een lege wand en de bevallige Leonore , geprangd tussen haar twee rivalen, haar laatste adem uitblaast. Hermanis deconstrueert op dat moment zijn eigen concept. Maar dan is het te laat en is de mislukking van deze reddingsoperatie al lang een feit.

Anna Netrebko maakte een wat aarzelende start, je kan je voorstellen onder welke prestatiedruk zo iemand moet staan. Vergeleken met Venera Gimadieva in "La Traviata" vorige week trof mij onmiddellijk de diepere kleur. Met een timbre als een gerookte zalm lijkt ze langzaam te evolueren naar een mezzo. Ze heeft echter nog alles in huis om spinto sopraanrollen als deze van alle toeters en bellen te voorzien. Dit was opnieuw zangkunst van een grote zinnelijkheid, technisch volkomen, zonder registerbreuken, met alle trillers en adembenemende terugnames van de stem tot bijna pianissimi in "D'amor sull'ali rosee". Medeklinkers krijg je van haar zelden te horen en dat zal het grootste probleem worden bij het bemeesteren van de toekomstige partij van Elsa.
Met dat andere Verdi-debuut, Lady Macbeth, dat ze onlangs in München vierde en dat ze in oktober zal overdoen in New York, zal ze Maria Callas voorgoed naar de geschiedenisboeken verwijzen. Deze Leonore was niet echt een debuut, ze had het in Berlijn al eens gedaan met Domingo in de "Alice in Wonderland"- enscenering van Philip Stölzl, zopas verschenen op dvd. Vladimir Poetin zal wellicht tevreden zijn geweest. Hoe meer Russische sopranen de absolute top bereiken, hoe meer peren wij zullen moeten eten. Limburg houdt voortaan van opera!

Placido Domingo zag je voortdurend achter zijn adem aanhollen. De ouderdomsdeken van het operasterrendom werd aangekondigd als "in ademnood" maar alle krantencommentaren van de andere voorstellingen wijzen op hetzelfde deficit: truken van de foor dus om de schade te beperken bij de fans. In "Tace la notte" pakte hij zelfs uit met een mekkerend vibrato. Later herstelde hij zich. Hoedanook Domingo is geen bariton van het niveau dat hier vereist is voor graaf Luna, dat moet toch voor iedereen duidelijk zijn. Is het ergste niet dat hij na een carrière van meer dan 50 jaar op de planken nog steeds niet in staat blijkt om één natuurlijk gebaar te produceren. In de aria "Ardite e qual furente amore" zat hij mee te deinen op Verdi's muziek. Je moet al een hevige fan zijn om daar niet zeeziek van te worden. Over zijn artistieke hoogdagen zwijg ik zedig maar ik geloof nooit dat het zoveel sterker is geweest. Wat mij betreft heeft deze dinosauriër altijd het charisma gehad van een kaartjesknipper bij de NMBS.

De weinig charismatische Francesco Meli leverde een voortreffelijke Manrico af, karaktervoĺ, toonvast en dynamisch gedifferentieerd. In zijn aria "Amor, sublime amore" klonk hij even gecultiveerd als een Carlo Bergonzi maar de beroemde stretta in "Di quella pira" naam hij dan toch een beetje met de handrem op. Tot een zekere chemie met zijn geliefde Léonore kwam het nooit.

Riccardo Zanellato als Fernando beschikt over een kernachtige bariton en verloor zich niet in conventionele operagebaren. Dat deed Marie-Nicole Lemieux des te meer en katapulteerde de voorstelling daarmee naar de jaren 50. Best mogelijk dat ze instructies van de regisseur uitvoerde. Lemieux staat te boek als een coloratuur contralt. Daar had ik nog nooit van gehoord. Met de laagste vrouwenstem heeft dit alleszins niets te maken want haar timbre verschilt nauwelijks van dat van Netrebko. Een échte mezzo is hier vandoen, iemand van het slag van Fiorenza Cossotto of Rita Gorr. De noodzakelijke, donkere kleur ontbrak geheel en haar parcours verliep heel wat brokkeliger dan dat van haar beroemde collega.

Bayreuth kreeg hiermee een goed idee van wat haar te wachten staat met Lohengrin in 2018. Dat het mooi zal worden staat buiten kijf en dat er geen ratten te zien zullen zijn ook. Hopelijk vindt de Letse regisseur ook een beetje tijd om wat ernstiger over zijn conceptuele aanpak na te denken.


maandag 11 augustus 2014

LA TRAVIATA in Glyndebourne (live-stream)


A STAR IS BORN

Opera's gebaseerd op een burgerlijk, melodramatisch gegeven als "La Traviata" hebben het voordeel van de herkenbaarheid. Anderzijds is de scenografische vrijheid beperkt: je kan er niet omheen, als regisseur moet je scènes tonen van het mondaine leven( in dit geval een champagne en oesters slurpende demi-monde), een speeltafel, een salon voor de confrontaties met vader Germont , een slaapkamer voor de finale. Willy Decker was de laatste die dat stramien met succes had weten te doorbreken. Geslaagde opvoeringen van het werk lijken daardoor allemaal op mekaar en het risico bestaat die moeilijk te omzeilen voorspelbaarheid te verwarren met saaiheid. Meer dan anders moeten regisseur en scenograaf dus inzetten op het spel en op frisse toetsen in de decors. Dat is wat Tom Cairns en Hildegard Bechtler hebben klaargespeeld in Glyndebourne. Zij hadden bovendien het geluk dat hun gevallen heldin ook klaar staat voor het grote werk binnen de Champions League der sopranen. Nu ja, wat heet geluk? In Sussex heet het gewoon casting, iets waar ze in Bayreuth tegenwoordig maar weinig verstand van hebben.

Mark Elder, zoals steeds een rots in de branding, kon zijn manschappen van de London Philharmonic tot elk soort dramatische efficiëntie bewegen. Het enthousiasme en de intelligentie waarmee hij Verdi, het werk zelf en zijn 30-jarige Violetta stond te prijzen tijdens het intermezzo, was pure klasse. Je ziet het Antonio Pappano niet meteen doen.

Hildegard Bechtlers decors toonden spaarzame rekwisieten maar zeer esthetisch, betrokken op vandaag en toch gevoileerd met een zekere tijdloosheid. Daarbij waren alle scènes voortreffelijk uitgelicht door Peter Mumford.

Michael Fabiano zette zijn tenor efficiënt in voor Alfredo maar miste warmte en sensualiteit. In de hoogte klinkt hij al gauw benepen en zijn bewegingen zijn altijd een beetje houterig. De kwaliteiten van een Alfredo toets ik meestal aan "De' miei bollenti spiriti" en vooral aan zijn uitloper "O mio Rimorso!". Hier moet hij tot een opwindend rubato in staat zijn in plaats van het orkest slaafs te volgen zoals de meeste tenoren doen. Dat deed hij echter niet en het afsluitende "laverò" was gewoon lelijk.

Heel anders was het gesteld met Venera Gimadieva, in alles de gelijke van de jonge Netrebko. De voordracht van de beeldschone Russische was niet alleen vlekkeloos, sensueel en opwindend, ze weet ook alle subtiliteiten van een rol te integreren in haar lichaamstaal en te bewegen met een grote natuurlijkheid. "E strano" zingt ze in het bijzijn van haar dienstmaagd Annina, een voorafschaduwing van het latere "Addio del passato", dat ze even vlekkeloos zal afleveren. Sterven doe je vooral alleen, moet Tom Cairns hebben gedacht want als Violetta haar laatste adem uitblaast, met de rug naar het auditorium, is het toneel leeg. Onnodig te zeggen dat sommige frames van deze gefilmde versie (camera: François Roussillon) adembenemend mooi waren.

Tassis Christoyannis' vaderlijke preken als Giorgio Germont klinken wat te dun bij gebrek aan emissie maar ze zijn voortreffelijk qua interpretatie. Hij toont zich erg tevreden met zichzelf, vooral met de schranderheid waarmee hij zijn slag thuis haalt en het offer van Violetta op zak weet te steken. Later zal hij iets minder overtuigen als hij komt getuigen van zijn schuldgevoel.

Het koor van de zigeunerinnen en de matadors was goed zonder daarom op te vallen door originaliteit.

"Fresh and thrillingly unfamiliar", vond The Independent. Zoals het altijd zou moeten zijn, zou ik er willen aan toevoegen. Nog te zien op de site van Glyndebourne of The Telegraph tot 17 augustus.


woensdag 6 augustus 2014

De Tiroler Ring in Erl 2015



Na de waanzinnige 24-Stunden-Ring van deze zomer zullen de Tiroler Festspiele volgend jaar hun semi-scènische Ring opnieuw hernemen gedurende 1 cyclus gespreid over 4 opeenvolgende dagen van 30.07 tot 2.08. De kaartenverkoop is reeds gestart. En omdat Gustav Kuhn een toffe peer is, een hecht orkest om zich heen heeft verzameld, de akoestiek van het in hout uitgevoerde Passionsspielhaus fantastisch wordt genoemd, het gemiddelde niveau van de zangers heel behoorlijk is en de cyclus naadloos aansluit met de finale van de Festspiele in München zal Leidmotief volgend jaar van de partij zijn.

Is het fijne aan dit festival niet dat als er iemand boe roept het een koe kan zijn? Heel anders als in Bayreuth dus (of toch niet ?)

Naar de Tiroler Festspiele 2015

zondag 3 augustus 2014

Ondertussen in Bayreuth ...


De Ring van Frank Castorf is bij zijn tweede jaar opnieuw op grote afwijzing gestoten. Lance Ryan, de Siegfried van dienst, vertelde aan de pers : " Ik heb nog nooit zoveel haat, zoveel woede, zoveel wraak meegemaakt. Men neemt alles zeer persoonlijk. Het is om angst van te krijgen". Ryan heeft dan ook de Ring van Chéreau niet meegemaakt. Het was een uitspraak die hij ook wel een beetje op zichzelf betrok want ook in Bayreuth beseft men stilaan dat het met zijn Siegfried-carrière voorbij is. Spijtig. Uitgerekend in Bayreuth de afgang van deze fascinerende acteur meemaken, dat moet bijzonder pijnlijk zijn.

Ryans uitspraak zegt wellicht ook evenveel over de gebrekkige theatersmaak van de gemiddelde Bayreuthse pelgrim als over de productie van Castorf zelf. Om dat te beoordelen moet je de productie hebben gezien. Dat heb ik niet dus neem ik daarover dan ook geen stelling in maar de commentaren over orale sex, copulerende krokodillen, lawaaierige kalashnikovs, de indrukwekkende scenografie en de ronduit schitterende beelden (zie hierboven) zijn eerder van aard om diep in mij de gedachte te laten rijpen deze productie toch maar eens te gaan bekijken, bijvoorbeeld in het laatste jaar. Een profi als Castorf mag de kans krijgen om nog wat bij te vijlen.

Dat na de laatste tonen van Götterdämmerung vorige vrijdag een boe-orkaan losbrak was enigszins voorspelbaar. Iets minder voorspelbaar was dat een niet gering deel van het publiek Castorf een staande ovatie bedacht. Welkom in Bayreuth! Gaan we naar een heruitgave van 1980 ?

Het meest verontrustende nieuws uit Bayreuth hadden we enkele weken geleden al gekregen. Dat was de verlenging van het contract van Katharina Wagner met 5 jaar. Het gebeurde allemaal in de coulissen en zonder slag of stoot. Weinigen bleken hun borst te hebben nat gemaakt ten voordele van een scenario zonder de Wagners. Ook spijtig.

Daarmee kregen we dan een inkijk in Katharina Wagners blunderboek voor de komende vijf jaar. Haar eigen Tristan (2015) en de Parsifal van Jonathan Meese (2016) waren al gepland. Barrie Kosky, de intendant van de Komische Oper, zal Die Meistersinger voor zijn rekening nemen in 2017. Als intendant staat hij voor een zeer brede programmering, van operette tot en met Die Soldaten. Dat bevalt mij. Op zich is het een goed idee om een prettig gestoorde joodse regisseur op Die Meistersinger los te laten. Benieuwd hoe hij de vis comica van het werk en het personage van Beckmesser in het bijzonder zal aanpakken. Het blijft bang afwachten want Kosky is vooral bekend van een zwakke Ring in Hannover (met Siegfried in het kostuum van Superman: walgelijker bestaat echt niet!), veel bloot en vergezochte referenties naar de iconografie van Hollywood. Van hem zag ik totnogtoe slechts een strontvervelende Zauberflöte. Met Michael Volle en Klaus Florian Vogt is hij alvast zwak bezet. Vogt, één van de meest atypische Wagnertenoren die je maar kan vinden en zijn lammetjespaptenor echt wel hoort te beperken tot Lohengrin, lijkt wel een abonnement in de wacht te hebben gesleept op de Groene Heuvel. In de productie van Meese zingt hij ook de Parsifal, een rol die hij echt niet aankan. Krassimira Stoyanaova tenslotte is dan weer veel te oud voor Eva.

Het zal wachten zijn tot 2018 vooraleer er nog eens gevochten zal worden voor kaarten : de Lohengrin van superestheet Alvis Hermanis gekoppeld aan de glamour van Anna Netrebko en het dirigaat van Christian Thielemann zal de kaartjes voor deze productie als sneeuw voor de zon doen verdwijnen.

Tannhäuser (2019) wordt dan weer uitbesteed aan de jonge Duitse regisseur Tobias Kratzer. Is mevrouw Wagner echt niet in staat haar provinciale blik over de landsgrenzen te werpen? Weet zij echt niet dat grote operaregisseurs in Duitsland op minder dan één hand zijn te tellen? Of zijn de grote internationale regisseurs niet langer geïnteresseerd om hun zomers in Bayreuth door te brengen? En zo ja, hoe zou dat dan komen? Bayreuth lijkt grote artiesten nog nauwelijks aan zich te kunnen binden. Geruchten doen nu de ronde dat Kirill Petrenko het na 2 zomers voor bekeken zal houden.

dinsdag 29 juli 2014

Jossi Wielers "Tristan und Isolde" in Stuttgart


LIEFDESSPEL ONDER EEN PANOPTISCHE BLIK

Bepalend voor deze voorstelling was de keuze van de scenograaf. Omdat Anna Viebrock het werk reeds op haar palmares had staan via haar samenwerking met Christoph Marthaler in Bayreuth hadden Jossi Wieler en Sergio Morabito ditmaal gekozen voor Bert Neumann, chef-scenograaf aan de Berlijnse Volksbühne en vertrouweling van Frank Castorf.

Het centrale beeld van zijn scenografie was het "panopticon" van de achttiende-eeuwse Britse filosoof Jeremy Bentham. Het is een gevangenissysteem waarbij één opzichter vanuit een centrale wachttoren alle cellen die als bij een cyclorama rond de toren zijn opgesteld voortdurend kan bespieden zonder zelf te worden gezien. Michel Foucault schrijft erover in "Surveiller et punir". Elke cel is een klein theater, schrijft Foucault, waarin de acteur alleen is, volkomen geïndividualiseerd en op elk moment zichtbaar. Hij wordt gezien zonder zelf te kunnen zien. Met enige verbeelding kan je er een vroege metafoor in zien voor de belachelijke internet-hype die Facebook heet. Wie zich overgeeft aan één van de gevangeniscellen van Mark Zuckerberg weet dat hij genadeloos bespied zal worden zonder ooit de torenwachter in zijn blikveld te krijgen. Wielers Melot is bovendien een achterbaks sujet, gehuld in een hoodie, compleet met Rigoletto-bochel. Kan het zijn dat Wieler er spelenderwijs een joodse karikatuur mee bedoeld heeft? Zuckerberg als Melot: het is een even angstaanjagende als amusante gedachte. Het beeld van de wachttoren had Wieler trouwens al eens met succes gebruikt in het tweede bedrijf van Siegfried. Ditmaal was het een replica van een panoptische gevangenis die dienst deed tijdens de Machado-dictatuur op Cuba tijdens de jaren twintig. Ze oogde erg fraai en was telkens opnieuw sfeerbepalend bij de aanvang van elk akte.

Wanneer het beeld van het panopticon langzaam overvloeit in het eerste scènebeeld, krijgen we een eenmaster te zien, deinend op een zachte golfbeweging. Het tafereel lijkt wel cinematografisch en is uitstekend uitgelicht. Het achterdoek simuleert een constante golfbeweging, de kartonnen golven op het voorplan lijken uit een archaïsche barokopera geplukt. Had deze postkaartenromantiek een naïef kantje, ze was anderzijds ook gekruid met de typische Wielerse humor. Driemaal hangt Isolde over de reling om te braken en ze laat zich een sjekkie rollen door haar dienstmaagd Brangäne. In hun middeleeuws-orientaals aandoende kostuums leverde dit en prettig gestoord contrapunt op. Net zoals Brünnhilde in het derde bedrijf van Siegfried is Isolde relationeel dominant en zal ze Tristan te lijf gaan met een voor ons zeer herkenbare vrouwelijke lichaamstaal. Het bezorgde dit eerste bedrijf meer dan eens een welgekomen spanning tussen traditie en moderniteit.

Ook al is het woord traditie hier gevallen, ter verdediging van de regisseur weze meteen opgemerkt dat er geen enkel stereotiep gebaar te noteren viel. Nochtans was de scène voortdurend in beweging. De touwen van de eenmaster waren bijzonder efficiënt om Isoldes overkokende emoties fysiek te temperen.

Met het drinken van de liefdesdrank verdwijnen de geliefden minutenlang in het ruim van het schip en komt de focus tijdens dit kantelmoment volledig op Brangäne te liggen, die zo preciseert Morabito, de drankjes niet met opzet heeft verwisseld. Wagner zegt het niet expliciet in de tekst en laat die mogelijkheid dus zondermeer toe. In tegenstelling tot andere regisseurs heeft Wieler zich niet uitgeput om aan te tonen dat de liefdesdrank er niet toe doet.

In de nabespreking die volgde bracht Sylvain Cambreling een interessante anekdote over Wieland Wagner in herinnering. Die zou in zijn laatste enscenering van "Tristan und Isolde" de beide geliefden, in het aanschijn van de dood, mekaar zowat hebben laten oppeuzelen van pure lust, een bijzonder sterke regieaanwijzing die zo snel mogelijk door een kundige regisseur moet worden opgepakt.

Het Cubaanse panopticon oogt weer erg fraai bij de aanvang van het tweede bedrijf. Wieler, nog steeds bekommerd om spanning tussen traditie en moderniteit, laat Isolde als een ouderwetse Senta rusteloos spinnend wachten op Tristan. Bij zijn aankomst maakt het panopticon plaats voor een naar beneden hangend woud van kitscherige zwarte guirlandes. Met drie touwen als lianen in een ourwoud trachten de solisten beweging te brengen in het liefdesduet. Dat werkt eerder kunstmatig. Het is dan ook aartsmoeilijk. Nochtans was dit één van de uitgangspunten van het regieteam. De angst om het einde van de partij niet te halen verlamt de zangers, zegt Morabito. Theatermakers van hun kant voelen zich geremd door teveel eerbied voor het iconische werk. En dus is het resultaat heel vaak een concertante opvoering en dat, zo meent Morabito, is in eclatante tegenspraak met de bedoelingen van het Gesamtkunstwerk. Hoe lofwaardig deze poging ook is, ze kan niet overtuigen.

Sexueel grensoverschrijdend gedrag viel er in Cornwall niet te noteren, het liefdesduet werd getekend door kinderlijke uitgelatenheid zoals Peter Konwitschny dat al eens had voorgedaan in München. Tristan neemt standjes aan van een hond of een aap. De waarschuwingen van Brangäne slaan de geliefden lachend in de wind. Als de puberale pret uit is kijken we tegen een verblindende wand van neon-licht. Koning Marke houdt zijn tragische monoloog en ontdoet zich onderwijl van zijn kleren. Hij eindigt in ondergoed. Dat kan banaal lijken maar het werkte uitstekend temeer omdat Attila Jun tijdens zijn doorleefde vertolking met een overweldigende emissie stond te zingen en daarmee de beste vocale prestatie van de avond afleverde.

Het derde bedrijf was het zwakste. Het toont ons een lekgeslagen boot met een gapend gat in de romp, gehuld in neon-licht, het licht van de dag. Wieler had niets beters bedacht dan Tristan een tikkeltje radeloos over het toneel te laten schrijden, steunend op een wandelstok. Van Kurwenal krijgen we een bijna klassieke homo-erotische interactie te zien. Door Isoldes slotzang zal Tristan terug tot leven worden gewekt, het publiek in een getransfigureerde houding aanstaren om vervolgens na enkele minder geslaagde choreografische bewegingen alleen van het podium te stappen.

Christiane Iven leverde een temperamentvolle Isolde af, met een mooie emissie en een gaaf vibrato. De registerovergangen waren niet altijd even fraai en tegen het einde van het tweede bedrijf begon ze hoorbaar vermoeid te geraken.
Ook voor Erin Caves, een lyrische tenor met spinto mogelijkheden, was dit een debuut. Met een bewonderenswaardige frasering en een weinig problematische hoogte leek hij moeiteloos het einde te halen. Het ontbrak hem alleszins aan de baritonale kleur die zijn prestatie glans en zinnelijkheid had moeten geven en die hier geheel ontbrak. Door het orkest werd zijn prestatie dan ook regelmatig toegedekt.

Katerina Karneus had zich in Glyndebourne al laten opmerken als een uitstekende Brangäne.
Ook Shigeo Ishino was een uitstekende Kurwenal met een kernachtige bariton en ruime mogelijkheden als acteur.

Van een analytische dirigent als Sylvain Cambrelain kon een voortreffelijk orchestrale lezing worden verwacht, zonder gezwollen pathos en met vlotte tempi. Hij liet zijn manschappen ook bijzonder luid musiceren en door de voortreffelijke akoestiek van dit theater was hij toch meestal in balans met de solisten. Enkel de ondermaatse Tristan bracht hij daarmee in de problemen.

vrijdag 4 juli 2014

Gerard Mortier ontvangt eerste Mortier Award



Gerard Mortier werd in Graz posthuum gevierd voor zijn levenswerk. De Laudatio werd uitgesproken door Michael Haneke. Sylvain Cambreling nam het Sysyphus-beeldje - een ontwerp van Alexander Polzin- in ontvangst.

De Mortier Award is een nieuwe 2-jaarlijkse prijs, in het leven geroepen door het tijdschrift Opernwelt en door de Ring Award (Internationaler Wettbewerb für Regie und Bühnengestaltung) met de bedoeling persoonlijkheden te bekronen die zich, geheel in de geest van Mortier, exemplarisch met muziektheater hebben ingelaten.

Albrecht Thiemann, de nieuwe hoofdredacteur van Opernwelt, noemde Mortier "de invloedrijkste opera- en festivalintendant van Europa."