woensdag 27 april 2016

Seizoen 2016-2017 : Oper Frankfurt



PREMIERES :

1. Peter Tsjaikovski - EUGEN ONEGIN
Jim Lucassen / Sebastian Weigle
Cast: Sara Jakubiak, Judita Nagyova, Daniel Schmutzhard, Mario Chang, Robert Pomakov

2. Hector Berlioz - LES TROYENS
Eva Maria Höckmayer / John Nelson
Cast : Bryan Register, Tanja Ariane Baumgartner, Claudia Mahnke, Gordon Bintner

3. Claude Debussy - LA DAMOISELLE ELUE
Arthur Honegger - JEANNE D'ARC AU BÛCHER
Alex Ollé / Marc Soustrot
Cast : Elizabeth Reiter , Katharina Magiera, Marion Cotillard,

HERNEMINGEN :

1. Richard Wagner - LOHENGRIN
Jens_Daniel Herzog / Stefan Blunier
Cast : Andreas Bauer, Vincent Wolfsteiner, Annette Dasch, Robert Hayward, Sabine Hogrefe

Seizoen 2016-2017 : Opéra de Lyon



Heeft Serge Dorny de smaak te pakken gekregen van DDR-regisseurs tijdens zijn intermezzo in Dresden? Uit Dresden importeert hij de sinds 1986 legendarische Elektra van Ruth Berghaus. Gaan we Berghaus dan uiteindelijk toch nog te zien krijgen? Uit Bayreuth importeert hij de Tristan und Isolde van Heiner Müller. Beide voorstellingen zijn te combineren ter plaatse.

NIEUWE PRODUCTIES :

1. Sergei Prokovief - L'ANGE DE FEU
Benedict Andrews / Kazushi Ono
Cast : Ausrine Stundyte, Laurent naouri, Dmitry Golovnin, Alma Svilpa

2. Arthur Honegger - JEANNE AU BÛCHER (co-productie met De Munt)
Romeo Castellucci / Kazushi Ono
Cast : Audrey Bonnet, Denis Podalydès, Ilse Eerens, Valentine Lemercier, Marie Karall

3. Richard Strauss - ELEKTRA
Ruth Berghaus / Hartmut Haenchen
Cast : Elena Pankratova, Katrin Kapplush, Lioba Braun, Christof Fischesser

4. Richard Wagner - TRISTAN UND ISOLDE
Heiner Müller / Hartmut Haenchen
Cast : Daniel Kirch, Ann Petersen, Christof Fischesser, Alejandro Marco-Buhrmeister, Eve-Maud Hubeaux

maandag 25 april 2016

Kent Nagano met Tristan und Isolde in Hamburg (****½)



FOR YOUR EARS ONLY

Gelukkig overleefde Kent Nagano het tweede bedrijf van "Tristan und Isolde". Felix Mottl (†1911) en Joseph Keilberth (†1968) was het destijds niet vergund. Iedereen haalde probleemloos het einde van de voorstelling behalve de enscenering van Ruth Berghaus. Die sneuvelde omdat de vakbond (ver.di) het technisch personeel tot een waarschuwingsstaking had weten te verleiden. Ja, u leest het goed: staken om te waarschuwen! Don't try this at home. Wij hopen hen bij ons volgende bezoek terug aan het werk te zien met een fijne loonsverhoging.

Over Ruth Berghaus' legendarische productie, die mij in eerste instantie naar Hamburg had gelokt, kan ik dus niets rapporteren. Slechts weinigen leken dit te betreuren. De Hamburgse staatsopera had immers een mooie cast verzameld en de indruk ontstond al snel dat orkest en solisten extra hun best zouden doen om de afvalligheid van hun stakende collega's te compenseren. Aldus geschiedde.

Bij mijn vorig bezoek aan de staatsopera hadden we enkele reserves opgetekend. "Les Troyens" hadden we niet gehoord met de gewenste transparantie. Het ontbrak het orkest aan detail, kleur en dynamische accentuering. Lag het aan het orkest of aan de akoestiek? We gingen het orkest, dat volgens lokale waarnemers onder Kent Nagano op een hoger niveau is getild, verdenken van slordigheid. De orkestbak ontvlucht voor deze concertante opvoering hoefden we niet lang te wachten om vast te stellen dat het orkest in blakende gezondheid verkeerde. Onze reserves gingen meteen op de schop. Hier was een corpus aan het werk dat ageerde als één man, zich volledig engageerde en voldoende precisie aan de dag legde. Kent Nagano van zijn kant stuurde aan op een lezing die agogisch heel gedifferentieerd was, erg traag zonder spanningsloos te worden in de eerste prelude, vlot en krachtig in de naar hysterie neigende uithoeken van de partituur.

Ricarda Merbeth kon mij meteen bekoren door haar charmante verschijning en haar bloedmooi timbre. Ze zong Isolde met veel engagement en vol overgave. De stem kreeg regelmatig te weinig ademsteun en werd daardoor te dun maar op alle cruciale momenten had ze haar dramatische sopraan paraat en liet ze niet in de steek. Beter dan verwacht kon ze standhouden naast Stephen Gould. Hun liefdesduet was dan ook het vocale hoogtepunt van de avond. Behalve de beelden van Berghaus heb ik hier niets gemist.

Stephen Gould bevestigde zijn status van numero uno onder de Tristans. Wat onmiddellijk opviel: het grote gemak waarmee zijn stem de zaal vult, hij hoeft er niet eens voor te zingen. In het tweede bedrijf was hij grandioos, de lyrische delen nam hij soms met teveel stem, anderzijds was hij ook in staat tot pianissimi die hem tot in de kopstem voerden. Ook in het derde bedrijf presteerde hij weer uitstekend.

Wilhelm Schwinghammer zong de partij van Koning Marke met alle nuances. We hoorden een grote monoloog, geschraagd door een mooi timbre, die hij wist af te ronden met een indrukwekkende finale.

Werner van Mechelens Kurwenal was voldoende genuanceerd maar zijn timbre kon mij minder bekoren. Het bezat onvoldoende glans. Het ontbrak zijn voordracht daardoor aan pure zinnelijkheid.

Lioba Braun als Brangäne liet het minst aangename timbre horen. Haar voordracht was dynamisch weinig gedifferentieerd en daardoor nooit echt in staat om te boeien.

Romeo Castellucci met La Passione in Hamburg (***)


© Bernd Uhlig
WIR SETZEN UNS MIT TRÄNEN NIEDER

Laat ik even toelichten waarom ik niet van Bach houd. Wat maakt muziek tot goede muziek? Het antwoord op die vraag is eigenlijk heel simpel. Muziek moet noodzakelijkerwijs een geestelijke connectie maken. Muziek kan opwinding of ontroering veroorzaken. Essentieel is dat men er zich emotioneel aan kan beroezen. Muziek kan door de vorm ook intellectueel fascineren. Muziek die niets van dit alles in zich draagt verschraalt tot platte verveling. Alle muziek kan je vanuit dit perspectief benaderen, van U2 tot Bernd Alois Zimmermann. Mijn stelling is nu dat de componist die dit alles voor mekaar krijgt en daarbij zowel het hart als het hoofd bedient, zijn plaats in het pantheon van de allergrootste toondichters heeft verdiend. Automatisch kom je dan uit bij iemand als Richard Wagner, eerder dan bij Johann Sebastian Bach. Het curieuze is dat het meester Bach is die gecelebreerd wordt als de grootste muzikale geest van het Avondland. Die reputatie kan, als je de Klara-ambtenaren bezig hoort, met niets aan het wankelen worden gebracht. Ben ik dan de enige die meester Bach de meest overschatte figuur uit de muziekgeschiedenis vindt? Samen met Bachs spirituele vader, Maarten Luther, toen hij in Worms voor keizer en kerk gevraagd werd zijn ketterse stellingen te herroepen, zou ik willen zeggen : "Ich stehe hier und kann nicht anders."

Bach mag het contrapunt tot een voor zijn tijd duizelingwekkende hoogte hebben gebracht, zijn werk is daardoor in hoge mate cerebraal. Veel Apollo en weinig Dionysos. Bachs muziek kan intellectueel fascineren maar is emotioneel steriel. Zijn populairste tearjerker "Erbarme dich", is van een onstellende harmonische eenvoud. Toch voert het nummer menig top-100 lijstje aan. In elke opera van Mozart, om slechts een kleine sprong in de geschiedenis te maken, is meer genialiteit terug te vinden dan in de Mattheuspassie, dit iconische werk van de barok, dat door zijn verlammende monotonie, althans voor mij, ook een monument der verveling is.

Het zijn geen open geesten die stil blijven staan bij de gedachte dat klassieke muziek eindigt met de dood van Wagner. Het zijn evenmin open geesten die dat doen bij de dood van Bach. Ze bestaan in even grote getale.
Bachs apologie kadert in de overdreven aandacht die barokmuziek krijgt in de media. Al decennia lang bokst zij boven haar soortelijk gewicht. Urenlang gegijzeld worden door barokcomponisten van laag allooi, het behoort tot de dagelijks terreur op Klara.

Wat Bach verbindt met Wagner is dat hij in dezelfde mate misbruikt is geworden door de nationaal-socialisten. Het was de kille discipline in het werk van Bach dat de nazi's zo aantrekkelijk vonden, naast zijn raszuiverheid en zijn spirituele aanhankelijkheid aan Maarten Luther, de grote antisemiet. Nazi-musicoloog Richard Eichenauer vatte het zo samen: "De fuga is blond en heeft blauwe ogen". Minder bekend is dat Bachs muziek even goed te horen was op de Naziparteitage als die van Wagner. Maar in tegenstelling tot Wagner heeft Bachs reputatie hieronder allerminst te lijden.

In de Johannespassie worden de joden nochtans uitdrukkelijk gestigmatiseerd als de moordenaars van Christus. Sommige dirigenten wijzigen daarom de tekst en vervangen "die Juden" door "die Leute". In Berlijn werden de gewraakte passages enkele jaren geleden vervangen door fragmenten uit de joodse liturgie. Toch wordt Bach door de meeste musicologen van antisemitisme vrijgesproken. Mogelijk geheel terecht, ook al had hij Luthers pamflet "Die Juden und ihre Lügen" in zijn bibliotheek staan. Die houding ten aanzien van de monumentale Bach waarbij hij enigszins dreigt te worden opgepoetst, staat in scherp contrast met het vergrootglas waarmee joodse onderzoekers in Wagners werk op zoek gaan naar sporen van antisemitisme die er niet zijn.
Opmerkelijk daarbij is dat Bachs muzikale vlam na zijn dood brandend werd gehouden door een coterie van Berlijnse joden, met name door de families Mendelssohn en Itzig. Met de eerste heropvoering van de Mattheuspassie in 1829 zal Felix Mendelssohn vervolgens het fundament leggen voor Bachs internationale wederopstanding.

La Passione is de theatraliseringspoging waarmee Romeo Castellucci in Hamburg Bachs Mattheuspassie tot een tam Bühnenweihfestspiel heeft getransformeerd. De Deichtorhallen, een seculiere kathedraal voor hedendaagse kunst is daarvoor tot een klinisch witte ruimte omgeturnd. Orkest en koor zijn volledig in het wit, enkel de evangelist draagt een blauwe sjaal om de hals. Het is een vorm van onthechting en de dirigent wast ritueel de handen voor hij aan zijn job begint.

Castellucci heeft het werk opgedeeld in 18 scènes rond een thema dat verband houdt met de tekst. Bij elke scène wordt een object voorgesteld of worden figuranten opgevoerd. Zo zien we een gekantelde bus voorbij trekken, een metaforisch beeld voor het menselijk lijden in groep. Een doornenkroon van prikkeldraad wordt in een electrolysebad verguld. Van een boom worden de takken met snoeischaren verwijderd. Een lam wordt vol kunstbloed gepompt. Een figurant wordt in bidhouding in een polyestersarcofaag opgesloten. Twee worstelaars gaan een kamp aan. Het zijn beelden die gevoelsmatig weinig teweeg brengen en slechts met moeite appeleren aan de beeldenmagiër van de Tragedia Endogomidia of de Divina Commedia.

Interessanter wordt het wanneer Castellucci hengelt naar onze empathie en ons laat participeren aan het lijden. Zo mogen 14 figuranten, tijdens Christus' kruisiging, elk om beurt, aan een zweefrek hangen in de houding van een gekruisigde. Een andere scène toont een dokwerker die beide onderbenen heeft verloren door een werkongeval. Hij verwijdert de prothesen en strompelt moeizaam naar de uitgang.

Ian Bostridge zong een uitstekende evangelist, dynamisch heel gedifferentieerd, emotioneel geëngageerd en expressief. Hayoung Lee en Christina Gansch als de sopranen en Dorottya Lang als de alt waren aan mekaar gewaagd, maar geen van hen liet echt gave registerovergangen horen. Philippe Sly leverde met zijn hoge bas de gaafste prestatie af als Jesus, gedragen door een mooi timbre dat voortdurend herinnerde aan Peter Mattei.

Kent Nagano en het Philharmonisches Staatsorchester Hamburg speelden de Mattheuspassie op moderne instrumenten met een orgel in de continuopartij. Het koor, opgedeeld in twee helften, flankeerde het orkest.
De Audi Jugendchorakademie bestond vooral uit erg jonge mensen en presteerde desalniettemin uitstekend. Dat het slotkoor "Wir setzen uns mit Tränen nieder" er bovenuit stak kwam toch vooral omdat deze drie uur lange zit eindelijk voorbij was.

Bach laat ik voortaan over aan zijn fans. Mij niet meer gezien. Ich habe genug. BWV 82.

Het volgende rendez-vous met Romeo Castellucci is gepland in München met Tannhäuser.

dinsdag 19 april 2016

Seizoen 2016-2017 : Staatsoper Hamburg


Intendant Georges Delnon is erg goed bezig in Hamburg. Dit is nog maar zijn tweede seizoen en 4 van de 5 premières kunnen ons echt wel bekoren. Hamburg heeft daarmee meer interessante premières in de aanbieding dan de 3 huizen van Berlijn samen.
Extra interessant wordt Hamburg door de opening van de geweldige Elbphilharmonie in januari 2017 met bijna hetzelfde programma als de Philharmonie van Parijs.

PREMIERES :

1. Peter Eötvös - SENZA SANGUE
Bela Bartok - HERZOG BLAUBARTS BURG
Dmitri Tcherniakov / Peter Eötvös
Cast : Angela Denoka, Sergei Leiferkus, Balint Szabo, Claudia Mahnke

2. Giuseppe Verdi - OTELLO
Calixto Bieito / Paolo Carignani
Cast : Gregory Kunde/Torsten Kerl, Claudio Sgura, Dinara Alieva

3. Alban Berg - LULU
Christoph Marthaler / Kent Nagano
Cast: Barbara Hannigan, Anne-Sofie von Otter, Jochen Smeckenbecher, Matthias Klink

4. Richard Strauss - DIE FRAU OHNE SCHATTEN
Andreas Kriegenburg / Kent Nagano
Cast: Roberto Sacca, Emily Magee, Linda Watson, Andrzey Dobber, Lise Lindstrom

HERNEMINGEN :

1.Peter Tsjaikovski - PIQUE DAME
Willy Decker / Gregor Bühl
Cast : Torsten Kerl, Vladimir Baykov, Alexey Bogdanchikov, Barabara Haveman

2. Richard Wagner - LOHENGRIN
Peter Konwitschny / Kent Nagano
Cast : Roberto Sacca, Wilhelm Schwinghammer, Ann Petersen, Wolfgang Koch, Tanja Ariane Baumgartner

donderdag 14 april 2016

David Bösch met Der Fliegende Holländer in Frankfurt (****)


Wolfgang Koch als Holländer © Barbara Aumüller

HANG ON TO A DREAM

Sinds jaar en dag ben ik een koele minnaar van Der Fliegende Holländer. De figuur van Senta heb ik steeds als hoogst problematisch ervaren. Daar heeft deze productie van David Bösch niets aan veranderd. Het is ook niet Wagners beste muziek, al is het even duidelijk dat hij met de compositie van de Holländer zichzelf heeft gevonden. Eindelijk, zou ik moeten zeggen, want hij is dan al 28 jaar.

Het romantische gegeven van een jong meisje dat bereid is haar leven te offeren om een onbekende man uit zijn lijden te verlossen getuigt misschien van een zekere klassevolle menselijkheid, het is vooral pathologisch. Ik kan daar niet in geloven. Dat de Hollander om de 7 jaar van een kale reis terugkomt zal wel niemand verbazen. Dat Nietzsche daar in zijn Wagnerkritiek niet op is ingegaan heb ik altijd merkwaardig gevonden. Gaan we bij Wagner zelf te rade dan worden we niet veel wijzer: "Senta is een heel pittig Noors meisje en zelfs in haar schijnbare sentimentaliteit is zij heel naïef. Alleen bij een heel naïef meisje, omgeven door de heel eigen sfeer van de Scandinavische natuur, is het mogelijk dat indrukken als de ballade van de Vliegende Hollander en het portret van de bleke zeeman een zo wonderbaarlijk-sterke neiging konden opwekken als de drang van de verlossing van een verdoemde; deze drang uit zich bij haar als een sterke waanzin, zoals die alleen heel naïeve naturen eigen kan zijn.", schrijft Wagner in Eine Mitteilung an meine Freunde. Wagner maakt van Senta een huppelkutje. Wagner moet nog rijpen, denk je dan.

Van Harry Kupfer hadden we geleerd de Hollander niet als een werkelijk personage te zien maar als een droombeeld van Senta. Vrouwen en droombeelden, dat gaat goed samen. Rest nog een verklaring te vinden voor het doodsverlangen waarmee het meisje is bezield ( "mit ihm muss ich zugrunde gehn!"). Die is er niet net zo min als voor het geteisem uit Molenbeek. De vlucht uit een verstikkende burgerlijke omgeving? Bösch houdt het bij een fysiek ondraaglijke arbeidsethos want hij steekt zijn heldin en haar medespinnerinnetjes in een Pakistaanse sweatshop. Hier worden fraaie bruidsjurken genaaid. Voor de heldin ligt een shot heroïne meer voor de hand dan het cultiveren van een doodsfantasie. Maar dit is de wereld van Heinrich Heine en E.T.A. Hoffmann. Jammergenoeg ook die van Wagner.
Senta als zelfbewuste, rebellerende vrouw, die zich afzet van de sociale orde, de Hollander celebreert als de vuurtoren van een utopische wereld en aan die tweestrijd ten onder gaat, daar zou ik mee kunnen leven. Moet Der Fliegende Holländer niet eens grondig door de mangel van een vrouwelijke regisseur worden gehaald? Hallo, Tatjana Gürbaca?

De oerversie van Dresden (1843) laat de fratsen van de fantasiebegaafde Senta eindigen in een zelfmoordscenario. Je begrijpt waarom hedendaagse regisseurs aan deze versie de voorkeur lijken te geven. Zo ook David Bösch. Ook in Frankfurt wordt de oerversie gespeeld zonder pauze en zonder verlossingsfinale. Ze komt overeen met Wagners oorspronkelijke intenties; de latere versie in 3 bedrijven kwam veeleer tot stand onder dwang van een zekere theaterpraktijk.

De prelude wordt genomen met gesloten doek. We zien de bemanning van Dalands schip sjorren met touwen, suggestief belicht door Olaf Winter. De gescheurde zeilen suggeren ernstige stormschade. Wanneer de Hollander aanmeert daalt een scheepsschroef uit de toneeltoren. Ze lijkt meer op een propeller maar als beeld is het adequaat. De Steuermann slaapt pas in na een bezwerende handbeweging van de Hollander. Zijn handlangers zijn gure bikers, elk op een Harley Davidson met verblindende koplampen. De naam van hun motorclub dragen ze op de rug: The Flying Dutchman. Hun sigaretten doven ze in hun hand.
Andreas Bauer draagt Dalands kapiteinspet alsof hij zijn leven lang niets anders heeft gedaan. Zijn flesje bier ontkurkt hij met zijn tanden. De deal met de Hollander komt hem goed uit en de Hollander is gul met het uitstrooien van bankbiljetten. Mij zou het niet verbazen indien hij volgende week genoemd wordt in de Panama Papers.
Het liefdesduet wordt opgeleukt met fonkelende led-lichtjes aan de hemel.
Erik, een schimmige rebel met jeansvest en vetkuif, is tweede keus en dat lezen we ook af aan zijn vervoersmiddel: een brommertje.

Deze productie is vooral in scenografisch opzicht zeer de moeite waard. De Pakistaanse sweatshop van Patrick Bannwart is grandioos met zijn chaos aan kabels, electriciteitspalen en flarden van betonnen wanden: Zaventem na de aanslag als het ware.

In de finale overgieten de bikers het toneel met benzine. De propeller gaat in de fik. Senta bezwijkt, een lucifer in de hand.

In vocaal opzicht was deze voorstelling geen echte hoogvlieger. Amber Wagner als Senta mist al eens een inzet en een registerovergang is al eens minder fraai maar de voordracht heeft alle zinnelijkheid van een hoogdramatische Wagnersopraan.

Andreas Bauer was voortreffelijk in zijn spel als Daland. Frasering en articulatie waren uitstekend maar zijn vocale mogelijkheden gingen niet ver genoeg. Zo kon hij in de coda van "Mögst du, mein Kind" niet het vereiste gewicht leggen.

James Rutherford wist mij als Hollander niet te overtuigen. De stem mist focus en kan daardoor onvoldoende projecteren. Het timbre kon erg onaangenaam worden en het vibrato kreeg hij niet altijd onder controle. We zien hem niet meteen een boeiende, genuanceerde Wotan zingen in de Ring, zoals van hem in Frankfurt wordt verwacht.

Vincent Wolfsteiner zong Erik als een Siegmund, passioneel maar zoals zo vaak, zonder italianità.

De Koreaanse dirigente Eun Sun Kim zette in op spektakel. Daardoor verloor haar lezing veel aan subtiliteiten maar entertainend was het wel.

Dat was een uitstekende geregisseerde en entertainende theateravond maar het gevoel van onbehagen met Der Fliegende Holländer is gebleven.

De volgende afspraak met Der Fliegende Holländer is gepland in Antwerpen in de regie van Tatjana Gürbaca.

Seizoen 2016-2017 : Deutsche Oper am Rhein


De Deutsche Oper am Rhein o.l.v. Christoph Meyer start in juni 2017 met een nieuwe Ring die met Linda Watson (Brünnhilde), Simon Neal (Wotan), Hans-Peter König (Hagen), Elisabet Strid (Sieglinde), Renée Morloc (Fricka), Corby Welch (Siegmund), Michael Weinius (Siegfried) vrij goed bezet is.
Die Walküre volgt in januari 2018, Siegfried in april 2018, Götterdämmerung in oktober 2018.

1. Richard Wagner - DAS RHEINGOLD
Dietrich W. Hilsdorf / Axel Kober
Cast : Simon Neal, Norbert Ernst, Susan McLean, Michael Kraus, Renée Morloc.