donderdag 26 maart 2015

Seizoen 2015-2016 : Opernhaus Zürich


Andreas Homoki opent het nieuwe seizoen sterk met Wozzeck. Christian Gerhaher debuteert in de titelrol.

1. Alban Berg - Wozzeck
Fabio Luisi / Andreas Homoki
Christian Gerhaher, Brandon Jovanovich, Wolfgang Ablinger-Sperrhacke, Lars Woldt, Gin-Brit Borkmin

2. Wolfgang Rihm - Die Hamletmaschine
Gabriel Feltz / Sebastian Baumgarten
Götz Schubert, Anne Ratte-Palle, Scott Hendrickx, Nicola Beller Carbone

3. Giuseppe Verdi - Macbeth
Teodor Currentzis / Barrie Kosky
Markus Brück, Tatiana Serjan, Pavel Breslik, Wenwei Zhang, Airam Hernandez

4. Claude Debussy - Pelléas et Mélisande
Alain Altinoglu / Dmitri Tchernikov
Brindley Sherratt, Jacques Imbrailo, Kyle Ketelsen, Corinne Witters

Homoki herneemt tevens zijn uitstekende Fliegende Holländer, bekend van dvd, ditmaal met Michael Volle en Maegan Miller.

Meer info : Zürich : Spielplan 2015/16

woensdag 25 maart 2015

Seizoen 2015-2016 : Bayerische Staatsoper München


Eindelijk is er in het komende seizoen in München een nieuwe Meistersinger te zien. Wolfgang Koch zingt Hans Sachs en Jonas Kaufmann debuteert als Walther! Uiteraard met Kirill Petrenko in de orkestbak en met Johannes Martin Kränzle als de beste Beckmesser in 20 jaar. Na de Staatsopera van Berlijn is dit nu al de tweede nieuwe productie van Die Meistersinger aan een groot operahuis in het komende seizoen. Inzake Wagner is er meer animo terug te vinden in de opera-affiche van het komende seizoen dan in het zogenaamde Wagnerjaar 2013 met al zijn opgewarmde kost.

Na Antwerpen en Lyon heeft "La Juive" nu ook München bereikt. Nikolaus Bachler sluit zich daarmee aan bij de internationale trend om de "grand opera" van Halévy en Meyerbeer een nieuwe kans te geven. Boter aan de galg. Make no mistake: alleen Verdi heeft meesterwerken geschreven in het format van de "grand opera". Het zegt veel meer over de frustratie van onze intendanten, die graag eens buiten de lijnen van de gebruikelijke canon willen stappen, dan over de kwaliteit van deze werken.

Ook opmerkelijk is de nieuwe operaregie van Sidi Larbi Cherkaoui, waarbij ik mij toch afvraag waar de grenzen voor hem eigenlijk liggen. We zijn benieuwd. Een groter scepticus van de kunstjes van Rameau dan het orakel van Knokke-Heist zal je niet snel tegen het lijf lopen maar zijn balletmuziek kan ik pruimen. Had hij zich maar daartoe beperkt.

1. Arrigo Boito - Mefistofele
Omer Meir Wellber / Roland Schwab
René Pape, Joseph Calleja, Kristine Opolais

2. Sergej Prokofjew - Der feurige Engel
Vladimir Jurowski / Barrie Kosky
Evgeny Nikitin, Evelyn Herlitzius, Heike Grötzinger, Elena Manistina, Vladimir Galouzine, Kevin Conners

2. Miroslav Srnka - South Pole - Uraufführung
Kirill Petrenko / Hans Neuenfels
Rollando Villazon, Tara Erraught, Thomas Hampson, Mojca Erdmann

3. Giuseppe Verdi - Un ballo in maschera
Zubin Mehta / Johannes Erath
Anja Harteros, Piotr Beczala, Simon Keenlyside, Okka von der Damerau, Sofia Fumina

4. Richard Wagner - Die Meistersinger von Nürnberg
Kirill Petrenko / David Bösch (decors : Aleksandar Denic)
Wolfgang Koch, Jonas Kaufmann, Benjamin Bruns, Sara Jakubiak, Christof Fischesser, Johannes Martin Kränzle, Okka von der Damerau
NOOT: Een reisvoorstel volgt van zodra de opera van Stuttgart haar programma bekend geeft.

5. Halévy - La Juive
Bertrand de Billy / Calixto Bieito
Kristine Opolais, Roberto Alagna, John osborn, Aleksandra Kurzak, Ain Anger

6. Jean-Philippe Rameau - Les Indes galantes
Ivor Bolton / Sidi Larbi Cherkaoui
Lisette Oropesa, Goran Juric, Ana Quintans, Tareq Nazmi, Anna Prohaska

Meer info : Bayerische Staatsoper Spielzeit 2015/16

Uwe Eric Laufenberg met Siegfried in Linz


Annemarie Langley stuurde mij volgende reportage over de Ring van Uwe Eric Laufenberg, de Parsifalregisseur van Bayreuth.

« DER RING » in Linz

Das neue Musiktheater in Linz (Oesterreich) wurde erst vor 2 Jahren eroeffnet und besitzt schon den Mut,den « Ring » zur Auffuehrung zu bringen,das wollten wir doch sehen .

Am 28/02/2015 haben wir also eine Vorstellung von “SIEGFRIED” gesehen und das aus mehreren Gruenden nicht bereut.
Bei der Erwaehnung der Stadt Linz dachte man lange Zeit nur an die Oesterreichischen Stahlwerke und den dazugehoerigen Russ.Ausserdem war sie Hitlers Lieblingsstadt,mit der er grosse Plaene hatte,die allerdings nie zur Durchfuehrung gelangten.
2009 war Linz dann Europaeische Kulturhauptstadt und hat diese Chance gut genutzt.Die Verbindung zur Musik bestand durch Anton Bruckner,der lange Jahre dort wirkte.Die Orgel im Linzer Dom traegt deshalb auch seinen Namen.Bruckner hegte grenzenlose Verehrung fuer Richard Wagner und widmete ihm sogar seine 3.Symphonie,Wagner hat dies aber mit keinerlei Reaktion gewuerdigt,Bewunderung war er gewoehnt.

Nun war der Besuch der neuen Spielstaette an sich schon eine angenehme Erfahrung.Es wurde grosszuegig und modern gebaut,mit viel Glas,das den Blick auf den gegenueberliegenden Park freigibt.Gute Sicht von allen Plaetzen,gute Akustik,ausreichend Pausenraum (und genug Toiletten!) sind allein schon die 75-minuetige Bahnfahrt aus der Hauptstadt wert.
Das Publikum besteht weitgehend aus Ortsansaessigen,eher wenig Touristen,wie sie bei anderen Opernhaeusern busweise angeliefert warden.

Die Auffuehrung selbst konnte sich durchaus sehen lassen,obwohl gleich zu Beginn angekuendigt wurde,dass Dominik NEKEL(Fafner) und Bernadett FODOR(Erda) vergrippt antreten mussten.Sie haben sich aber trotz dieses Handicaps gut geschlagen.
Die Inszenierung erinnerte an verschiedenen andere,die man in der Vergangenheit gesehen hat,also nichts wesentlich Neues,bis auf den kleinen Hinweis auf das 21.Jahrhundert in Form eines Tablets,das Siegfrieds Horn spielt und dem Waldvogel auch zur Erlaeuterung des Weges zu Bruennhilde dient.Dass der Waldvogel besser aus dem Off singen sollte ist meine persoenliche Meinung,die der Regisseur Uwe Eric LAUFENBERG eben nicht teilt.

Das Bruckner-Orchster unterseinem langjaehrigen Dirigenten Dennis Russel DAVIES ein solides Fundament fuer die Saenger.Er bringt immerhin Bayreuth-Erfahrung mit,wenn diese auch schon einige Zeit zurueckliegt.
Der Siegfried des Abends war der englische Tenor Hugo MALLET. Laut Biographie hat er immer wieder Wagnerrollen gesungen,allerdings an kleineren Buehnen.Ganz ueberzeugen konnte er nicht,es fehlte ihm etwas an Durchhaltevermoegen und Textbeherrschung,aber diese Rolle stellt eben jeden Saenger auf die Probe.

Unter den Saengern verdienen Gerd Grochowski als Wanderer und Mattaeus Schmidlechner als Mime lobend hervorgehoben zu worden.Elena Nebera als Bruennhilde verfuegt zwar ueber das noetige Stimmpotenzial,der Text ist aber eine fuer sie unueberwindliche Huerde.Es spricht natuerlich fuer die Akustik des Theaters,dass gute und schlechte Diktion so leicht zu unterscheiden waren.
Alles in allem ein schoener musikalischer Ausflug.Mit dem letzten Zug ist man kurz nach Mitternacht wieder in Wien,aber Linz haette auch fuer einen laengeren Aufenthalt seinen Reiz.

Zur Nachahmung empfohlen-Tips gibt’s bei den Langleys!

maandag 23 maart 2015

Andrea Breth met LULU in Berlijn (***)


CREPUSCULE WITH NELLY

Na de creatie van Wozzeck in 1925 was Erich Kleiber gepredestineerd om ook Lulu te creëren aan de Berlijnse Staatsopera. Anno 1934 bevinden we ons echter in nazi-Duitsland. Alban Berg staat op de index en Kleiber vertrouwt erop als niet-joodse culturele ambassadeur van het Reich de klus te kunnen klaren. Ondermeer Hermann Göring schat hem zeer hoog in. Met diens goedkeuring creëert hij de "Fünf symphonische Stücke aus Lulu für dem Konzertgebrauch" op 30 november 1934. Vier dagen later zal hij kapituleren voor het uitzichtsloze gevecht met de cultuurpolitiek van de nationaal-socialisten. Kleiber neemt ontslag, verlaat Duitsland, wordt Argentijns staatsburger en Lulu beleeft zijn première in het neutrale Zwitserland. De opera blijft echter onvoltooid.

Wanneer Berg op 23 december 1935 zijn componistenhoofd voorgoed neerlegt en overlijdt aan de gevolgen van een bloedvergiftiging na een banale operatie wegens een insectenbeet, heeft hij enkel het eerste en het tweede bedrijf beëindigd in full score. Van het derde bedrijf heeft hij enkel de eerste 269 maten van de eerste scène (de zogenaamde scène in Parijs), het tussenspel tussen de eerste en tweede scène en min of meer het slot van de tweede scène (de zogenaamde scène van Londen) uitgeschreven. Van de rest bestaat een zogenaamd particel, een klavieruittreksel met occasionele aanwijzingen voor de orchestratie.

Niemand van de bevriende collega's (Schoenberg, Webern, Zemlinsky) durfde het aan om het derde bedrijf te voltooien gezien de précaire politieke omstandigheden van die tijd. Was Bergs weduwe Helene aanvankelijk nog bereid om de voltooiing van het werk toe te staan, later zal ze het verbieden en het particel terugtrekken uit de openbaarheid. Bergs uitgever Universal Edition beschikte echter over fotokopieën van het particel en stelde het materiaal zonder medeweten van Helene Berg ter beschikking van Friedrich Cerha. Na haar dood kon dan de versie van Cerha in première gaan in Parijs (1979) onder Pierre Boulez en in de regie van Patrice Chéreau. Nadien liet de uitgever nog een tweede versie toe : die werd gecomponeerd door Eberhard Kloke en ging in 2010 in première in Kopenhagen in de regie van Stefan Herheimer.

Elk operahuis dat zich inlaat met Lulu moet bijgevolg een keuze maken omtrent het derde bedrijf. Andrea Breth ging dit keer echter bijzonder driest te werk. De proloog met de dierentemmer, die in de oorspronkelijke tekst door Frank Wedekind werd toegevoegd omwille van de censuur, liet ze schrappen. Net als de scène in Parijs, die door huisdramaturg Jens Schroth als redundant en door zijn vaudeville karakter als dramatisch storend wordt ervaren. Mij overtuigt hij niet. Het tweede bedrijf gaat zodoende naadloos over in de scène van Londen, zonder het door Berg voorgeschreven filmfragment over Lulu's rechtszaak en haar verblijf in de gevangenis. Omdat de versie van Cerha of Kloke niet voor de helft gespeeld mag worden vroeg Daniel Barenboim zijn assistent David Robert Coleman de scène van Londen te herschrijven.

Colemans huisvlijt heeft zijn verdienste maar maakt ze de versie van Cerha overbodig? Allerminst. Coleman breidt het orkest uit met een harmonium, een accordeon, marimba, steeldrums en koebellen en voegt daarmee een ietwat ironische, jazzy klank toe die aan Kurt Weill doet denken. Soms verzandt de compositie net niet in het triviale voornamelijk vanwege de steel drums.

Barbara Hannigan, de onvolprezen Lulu van Krzysztof Warlikowski in Brussel, verklaarde over haar personage : "For me, she is not a femme fatale, a sex kitten, or even the victim she’s all too often played as. She’s an endlessly fascinating, deliciously contradictory woman who might defy labels, but is always true to herself. Whether she wears high heels and a sexy red dress or gym clothes, she is comfortable in her own skin, right up until the end of the opera when, forced into prostitution, she orchestrates her own murder to escape a future she cannot bear. She’s an enormously powerful woman."

Lulu is een mysterie. Veel weten we niet over haar. Vanaf haar prille jeugd is ze omringd door mannen. Zij is hun droom en hun nachtmerrie : iemand voor wie zij misdaden begaan, zich ruïneren of krankzinnig worden. Aan welke man Lulu zich ook bindt, bezitten kan hij haar niet. Zelf noemt Berg haar een vrouwelijke Don Juan. Heel typisch: alle mannen in het leven van Lulu geven haar een andere naam. Dr. Goll noemt haar Nelly, de kunstschilder noemt haar Eva, Dr Schön probeert het met Mignon. Alle mannelijke personages hebben hun eigen toonreeks. Lulu is de enige die geen reeks heeft. Zo kan Lulu het raadselachtige centrum zijn waarop alle mannen in het stuk hun wensen projecteren.

Als een zilveren vis zwemt ze in haar glitterjurk door de grauwe werkelijkheid van Erich Wonders decors: links een autokerkhof, rechts een labyrinth van stalen wandskeletten, een beetje Bauhaus, een beetje Mondriaan. Mojca Erdman zingt braaf alle noten als een soubrette, vertrouwd met het hedendaagse repertoire, en laat het daarbij. Terwijl Warlikovski zijn Lulu volledig gebaseerd had op de exploitatie van de artistieke persoonlijkheid van Hannigan beweegt Erdman zich door het stuk als de handpop van Breth.
Ook de andere personages krijgen nauwelijks kans zich als individuen te manifesteren. Alle mannen lijken op mekaar. Alleen de lesbische gravin Geschwitz brengt een beetje kleur.

In een trage choreografie cirkelen ze als hongerige parasieten rond hun madonna. In de finale zal Schigolch haar nog aan het kruis nagelen en in de slotmaten zal Jack The Ripper haar met benzine overgieten en in brand steken, een Feuerzauber uit Die Walküre waardig. Kortom, Lulu als slachtoffer, Lulu als Christus, Lulu als heks.

In de plaats van de proloog horen we een tekstfragment van Sören Kierkegaard uit de mond van de op de bodem liggende Medizinalrat Dr. Goll waarna als opmaat voor het orkest Lulu's doodsschreeuw door de luidsprekers galmt. Die krijgen we opnieuw te horen in de slotmaten.

Breth levert een pretentieus en vermoeiend nachtstuk af waarin alle geritualiseerde obsessies tot weinig meer leiden dan dramaturgische stilstand. Het totaal gebrek aan zinnelijkheid van deze voorstelling maakt baan voor verlammende verveling. Het contrast met Warlikowski in Brussel kan haast niet groter zijn. Nochtans was het Alban Berg die schreef: "Langeweile ist doch das Letzte das man im Theater empfinden darf"

Deze Lulu was verder uitstekend bezet. Stephan Ruegamer blonk uit met een leuke choreografie als tapdansende neger. Grigory Shkarupa als de Atleet viel op door zijn uitstekende articulatie. Thomas Piffka als Alwa verbaasde door zijn royale emissie. Daarmee leek hij zich ook een beetje te forceren. Michael Volle was vocaal en scènisch een karaktervolle Dr Schön, Jürgen Linn een eerder bleke Schigolch.

Sinds vorige week is de productie ook te bekijken op dvd in een uitgave van DG. De bal ligt nu in het kamp van William Kentridge, eerst in Amsterdam (met Mojca Erdman) en daarna in New York (met Marlis Petersen).

Het meest ontroerende moment deed zich voor nà de voorstelling toen intendant Jürgen Flimm Deborah Polaski proclameerde tot ere-lid van de Berlijnse Staatsopera. De laudatio sprak Daniel Barenboim, die haar vooral associeerde met het Wagnervak en haar eerde als de klassedame die ze is: een hoogdramatische Wagnersopraan mét persoonlijkheid, één zoals we er momenteel geen meer hebben.

zondag 22 maart 2015

Glyndebourne : live streams 2015


Vier uitstekende producties van het Glyndebourne Festival zullen deze zomer via live streaming gratis te genieten zijn op de website van The Telegraph.

24.05.2015 - Georges Bizet - Carmen (Herneming)
David McVicar / Jacub Hrusa
Stéphanie d'Oustrac, Pavel Cernoch, Paulo Szot, Lucy Crowe

21.06.2015 - Maurice Ravel - L'heure espagnol + L'enfant et les sortilèges (Herneming)
Laurent Pelly / Robin Ticciati
Danielle de Niese, Elodie Méchain, Etienne Dupuis, Lionel Lhote, Julie Pasturaud, Sabine Devieilhe

19.07.2015 - W.A. Mozart - Die Entführung aus dem Serail (Nieuwe productie)
David McVicar / Robin Ticciati
Sally Matthews, Edgaras Montvidas, Tobias Kehrer, Mari Eriksmoen, Brenden Gunnell

09.08.2015 - Benjamin Britten - The Rape of Lucretia (Herneming)
Fiona Shaw / Leo Hussain
Christine Rice, Duncan Rock, Matthew Rose, Catherine Wyn-Rogers, Kate Royal, Allan Clayton

zaterdag 21 maart 2015

Seizoen 2015-2016 : Deutsche Oper Berlijn


Ook volgend seizoen komt de Deutsche Oper niet bijzonder sterk uit de hoek.

1. Meyerbeer - Vasco da Gama
Vera Nemirova / Enrique Mazzola
Roberto Alagna, Sophie Koch, Nino Machaidze, Markus Brück
NOOT : Meyerbeers beste... euh ...minst slechte opera waarop de fans voor de zoveelste keer hun hoop hebben gesteld voor een Meyerbeer revival. Good luck !

2. Richard Strauss - Salome
Claus Guth / Alain Altinoglu
Catherine Naglestad, Michael Volle, Thomas Blondelle, Jeanne-Michèle Charbonnet

3. Janacek - Die Sache Makropulos
David Hermann / Donald Runnicles
Evelyn Herlitzius, Seth Carico, Derek Welton, Heinz Zednik, Ladislav Elgr

4. Bellini - I Capuleti e i Montecchi - concertant
Paulo Arrivabeni
Joyce DiDonato, Venera Gimadieva

Bij de hernemingen onthouden we:

1. Wagner - Tristan und Isolde
Graham Vick / Donald Runnicles
Stephen Gould, Nina Stemme, Albert Pesendorfer, Derek Welton, Elisabeth Kulman

2. Wagner - Tannhäuser
Kirsten Harms / Donald Runnicles
Stephen Gould, Heidi Melton, Albert Pesendorfer, Markus Brück

3. Richard Strauss - Der Rosenkavalier
Götz Friedrich / Ulf Schirmer
Anja Harteros, Daniela Sindram, Siobhan Stagg, Albert Pesendorfer

4. Richard Strauss - Elektra
Kirsten Harms / Donald Runnicles
Nina Stemme/Evely Herlitzius, Doris Soffel/Waltraud Meier, Manuela Uhl/Adrianne Pieczonka

Ook de legendarische Ring van Götz Friedrich wordt nog maar eens van onder het stof gehaald met een niet zo fraaie bezetting : Thomas Johannes Mayer, Eva-Maria Westbroek, Evelyn Herlitzius, Werner Van Mechelen, Stefan Vinke. Donald Runnicles dirigeert.

Een nieuwe Ring zou in de steigers staan vanaf 2020 in de regie van Stefan Herheim.

Andrea Breth met WOZZECK in Berlijn (****)


GESTOTTER IN DE STAATSOPERA

Alban Berg is vierentwintig wanneer hij vanuit Bayreuth aan zijn toekomstige vrouw Helene Nahowski schrijft, hoezeer hij van zijn sokken werd geblazen door het bijwonen van een voorstelling van Parsifal : "Nun komme ich direkt vom Parsifal. Wärst Du wenigstens jetzt hier, wenn es uns schon nicht vergönnt war, zusammen das für einen allzu überwältigende Wunder zu erleben. Du könntest an den Tränen, die mir allaugenblicklich in die Augen schießen, am ganz Weltverträumten meiner Gedanken erkennen, wie hoch und tief ich bewegt bin. So sagen dir Worte nicht halb das, was ich fühle, nicht annähernd, welch ungeheuren belebenden und zerschmetternden Eindruck das Werk auf mich gemacht hat. Welch eitles Beginnen wäre es auch, Musik zu beschreiben, solche Musik beschreiben zu wollen."

Zestien jaar later, in 1925, is zijn Wagnerdevotie nog altijd intact en zal hij in zijn "Lyrische Suite voor Strijkkwartet" zijn geheime liefde voor Hanna Fuchs sublimeren met citaten uit "Tristan und Isolde" en de première beleven van zijn eigen radicaal vernieuwende meesterwerk, het op het toonprincipe van de "vrije atonaliteit" gebaseerde Wozzeck.

Een leven lang zal Berg gekneld zitten tussen zijn twee grote voorbeelden : Arnold Schoenberg en Richard Wagner. Schoenberg zal Wagner afzweren vanaf de late jaren 1920 zodat Berg zal zijn Wagnerliefde voor hem trachten te verbergen. Komt Schoenberg op bezoek dan zorgt hij ervoor dat er geen partituren van Wagner of Strauss rondslingeren. Er bestaat een cartoon uit 1909 waarop hij zittend aan de piano de partituur van Parsifal doorspeelt terwijl een boek van Schoenberg op de vloer ligt.

Als componist van Wozzeck houdt hij nog vast aan het ideaal van Wagners muziekdrama. Net als Wagner karakteriseert hij door toonschildering. Individuele scènes omkadert hij met symfonische voor- en naspelen en de personages voorziet hij van leidmotieven of beter van leidinstrumenten : de trombone voor Wozzeck, de soloviool en hoge strijkers voor Marie, de engelse hoorn voor de kapitein, pauken en trompetten voor de tamboer-majoor. Wozzeck en Lulu zijn de twee meest expressieve opera's die uit de Tweede Weense School zijn voortgekomen en de enige twee die regelmatig het repertoire houden.

De geschiedenis van Wozzeck is nauw verbonden met de Berlijnse Staatsopera. Het was Erich Kleiber die het werk creëerde in december 1925. Naar verluidt had hij daarvoor niet minder dan 137 repetities nodig. De conservatieve krant DeutschenZeitung sprak van "Gestotter in de Staatsopera". Het publiek reageerde weliswaar verdeeld maar toch eerder enthousiast zoals we weten uit het verslag van Julius Kapp, de huisdramaturg van de Staatsopera. Het schandaalsucces van Wozzeck bracht Berg internationale erkenning en in 1932 zal het werk ook al in Brussel te zien zijn. Een jaar later zullen de nationaal-socialisten het werk verbieden niet enkel omwille van de evidente moderniteit van de muziek maar ook vanwege de fatalistische ondertoon en conclusie van het stuk.

Daniel Barenboim, in 1994 nog de kersverse GMD van de Staatsopera, zette het werk terug op de affiche in de regie van Patrice Chéreau. Tegen deze legendarische productie moest Andrea Breth opboksen toen ze deze Wozzeck klaarstoomde voor de Festtage van 2012. Het werd een duistere, claustrofobische lezing, geheel in de lijn van de zopas in Brussel gecelebreerde Jacob Lenz van Wolfgang Rihm.

De minimalistische decors van Martin Zehetgruber hebben twee varianten. De ene is een kooi van verticale latten voor de intieme scènes. Die laat zich snel omstellen tot een roterende hexagoon voor de meer publieke scènes zoals die in het Wirtshaus. Slechts éénmaal gaat het toneelgordijn helemaal open. Dan zien we Wozzeck en Marie, moederziel alleen in het kille maanlicht. Maar de maan gaat niet op "wie ein blutig Eisen". Breth houdt zich in haar beelden afzijdig van de natuur; dat laat zij liever over aan de muziek.

De belichting van Olaf Freese kon heel efficiënt zijn. Zo kon de blote torso van de tamboer-majoor worden waargenomen doorheen de spijlen van de kooi als een geile droom van Marie terwijl uit de orkestbak de zilveren klanken van de xylofoon opstegen. Zulke congeniale beelden waren evenwel zeldzaam.

In alle Marie-scènes is de zoon aanwezig ook als Marie zich lichamelijk overgeeft aan de mannetjesputter van een tamboer-majoor. John Daszak heeft zich door de kostumier een ruimere torso laten aanmeten maar toch wist hij het volle gewicht van Michael Volle op zijn schouders te tillen!

De kapitein heeft een obsessie met tijd en snelheid. Voor Graham Clark is dat gesneden brood. Nog altijd weet hij het nerveus filosoferende personage overtuigend op het toneel te brengen en de stem van de inmiddels 73-jarige karaktertenor houdt verbazend goed stand. In de slotmaat van de eerste scène drukt hij zijn sigaret uit in Wozzecks hand. Regelmatig zal Breth een sterk beeld gebruiken op het einde van de 15 scènes en het doek dan gezwind naar beneden laten.

Met een pollepel stort de dokter gifgroene bonenbrij over Wozzecks hoofd. Daarna spuit hij hem schoon in een blauwe afvalcontainer. Met het geschifte personage van de dokter wist Pavlo Hunka zich geen raad. Vocaal stelde hij teleur door een gebrekkige emissie.

Wozzeck eindigt niet door zelfverdrinking, hij lost op in de duisternis. In de slotmaten zien we hem liggen op de bodem terwijl hij de tekst van de spelende kinderen reciteert. Dat werkte niet bijzonder goed.

Michael Volle was grandioos als Wozzeck. Hij zingt hem met groot inlevingsvermogen, volheid van stem en met mooie pianomomenten in de kopstem.

Marina Prudenskaja als Marie klonk eerder fraai dan expressief. Als personage was ze braver dan de zelfbewuste vrouw die Waltraud Meier er steeds van maakte, maar de topnoten waren er wel.

Leuk om Heinz Zednik nog eens terug te zien in het piepkleine rolletje van de nar.

Muzikaal was dit een feest voor de oren.Daniel Barenboim geeft het stuk de transparantie van kamermuziek, musiceert meestal eerder ingehouden maar schuwt de extreme dynamiek niet zodat de explosieve orchestrale uithalen en het paukengeweld des te meer indruk maken. Bronstig klinkt het koper van de Staatskapelle. Het crescendo op de noot h, na Marie's dood, was oorverdovend, de grootse treurmuziek van het finale tussenspel overweldigend.

In het nieuwe seizoen plant de Staatsopera een nieuwe productie van Die Meistersinger von Nürnberg. Details worden pas bekend gemaakt op de persconferentie van 28 april. Mijn kop eraf als Michael Volle de rol van Hans Sachs niet voor zijn rekening zal nemen.