dinsdag 5 maart 2013

A knight at the opera: Parsifal in New York



Kunst komt van kunnen. Het schoot mij weer eens te binnen toen ik vrijdag enkele knappe schilderijtjes monsterde in het Musée d'Orsay. De ware kunstenaar toont niet alleen de vrucht van zijn verbeelding maar ook van zijn métier. Het kunnen van Richard Wagner staat buiten kijf. Zeker in een werk als Parsifal. Anders is het gesteld met diegenen die met zijn werk aan de slag moeten gaan.
Dat de nieuwe Parsifal-productie van de Met een grote opera-avond zou opleveren stond in de sterren geschreven : er was het "kunnen" van François Girard en er was de onontkoombare, stellaire cast. Meer in het bijzonder was dit één van die zeldzame avonden waarbij alles juist zat en dat is -sorry, Peter Gelb!- bijzonder atypisch voor de Metropolitan. Het was dan ook met een geïmporteerde productie dat de Met afscheid nam van haar knullige Otto Schenk-productie die decennia lang op het toneel had gestaan. Die verdween nu voorgoed in de coulissen. Lobet Gott, den Herrn!

Aan de bron van deze goed geplaatste aanval op Amerika's conservatieve operasmaak lag de co-producerende Opéra de Lyon. Na een voltreffer als dit en Alex Ollé's "Tristan und Isolde" zou je durven hopen dat onze landgenoot Serge Dorny, nog meer van dit fraais in petto heeft. We houden het alleszins in de gaten. Een mooier verjaardagscadeau hoeft de jarige Wagner dit jaar niet meer te verwachten.

Met deze doordachte, evenwichtige en uiterst geloofwaardige enscenering waarin key-issues van Wagners denken op een heldere manier worden blootgelegd heeft François Girard niet alleen zijn affiniteit met Wagner overduidelijk gedemonstreerd, hij heeft ook zijn eigen palmares aangedikt met wat later een mijlpaal in de opvoeringsgeschiedenis van het werk zal blijken te zijn. Een vervolg is dan ook dringend gewenst.

APOCALYPS NOW

Het was duidelijk dat François Girard zich, net zoals Nikolaus Lehnhof, had laten inspireren door Wieland Wagner. Naar mijn aanvoelen is dat nog steeds de (enige?) juiste manier om het enigmatische werk te duiden. De kloof tussen de sexen staat daarin centraal. Girard had gekozen om dat heel expliciet te behandelen en er tegelijk een ecologische parabel aan te koppelen. Girard stort ons in een postapocalyptische wereld waar geen grassprietje meer groeit en de rivierbeddingen droog liggen. Vervreemding van de natuur is een hoofdthema bij Wagner en de schuldvraag speelde de regisseur handig door naar onszelf. Dat deed hij door het auditorium letterlijk een spiegel voor te houden. Tijdens de beginmaten van de prelude zijn de mannen verenigd met de vrouwen. Ze staren ons aan vanaf het podium in pakken die de onze zouden kunnen zijn. Even later zullen de mannen jas en schoenen uittrekken en zich transformeren in een broederschap dat vage rituele handelingen stelt. Vrouwen zijn hierbij taboe, ze hebben zich teruggetrokken aan de linkerzijde van het toneel. Daarmee liet Girard er geen twijfel over bestaan dat de kloof tussen de sexen religieus geinspireerd is. Girard had ook erg zijn best gedaan om alle openlijke christelijke symboliek achterwege te laten zonder aan spiritualiteit in te boeten. Hij counterde daarmee de overbekende, kleingeestige kritiek van Nietzsche. Tegelijkertijd sloeg hij alle Parsifal-critici de wapens uit handen die in het werk een anti-feministisch traktaat lezen. Heel slim allemaal.
Het zag er een beetje knullig uit maar wanneer de speer (symbool van het mannelijke) en de graalskelk (symbool voor het vrouwelijke) in de finale uiteindelijk samenkomen en het water terug begint te stromen in de rivierbedding als gevolg van Parsifals eerste verlossingsdaad, dan is het wezenlijke van deze Parsifal eigenlijk gezegd.

BREAKING BAD

Bloed is omnipresent in het tweede bedrijf. Bloed tot aan de enkels. Menstruatiebloed of het bloed van Amfortas' wonde, dat laat ik hier even in het midden. Alleszins is de verleiding groot het gedachtenexperiment te volgen waarbij Parsifal een personage is dat zich beweegt in de wonde van Amfortas. Met een beetje verbeelding kan je in de verticale spleet die de achterwand in tweeën splijt het vrouwelijk geslachtsdeel herkennen, in de met vervaarlijke speren uitgeruste bloemenmeisjes een uitvergroting van de vagina dentata. Dit is het rijk van de vrouw en van zijn gecastreerde pooier, een no-go zone waar mannelijkheid op de proef wordt gesteld.
Niet alleen injecteerden de bevallige bloemenmeisjes het tweede bedrijf met een erotische lading die zo vaak ontbreekt, ze gaven het hele bedrijf ook choreografische steun, die zeer welkom is op een moment dat het toneel slechts door twee personages wordt bespeeld.

Het is al lang mijn overtuiging dat Wagners "Wandeldekoration" die anno 1882 de transformatiemuziek scenografisch moest begeleidden vandaag door een videokunstenaar hoort te worden ingevuld. Vandaag is alles mogelijk met CGI-graphics. Het kost een klein fortuin maar vroeg of laat zal een bevlogen regisseur de uitdaging aangaan, dat weet ik zeker. De videast van dienst, John Flaherty, had zich voor de kosmische fantasieën die hij voor de beide transformatiescènes had bedacht mogelijks laten inspireren door Lars von Triers "Melancholia". Ze waren functioneel en organisch verweven met de scènische handeling maar ze zouden ook picturaal moeten overweldigen zoals de hyperbolen die op dat moment in de partituur te horen zijn.

Thibault Vancraenendonck heeft mij al vaker verblijd met zijn kostuums van postmoderne snit. Ook hier pasten ze naadloos in het concept. Ze droegen wezenlijk bij tot het succes van de avond.

Dat Peter Mattei zich had ontwikkeld tot een echte heldenbariton, dat was toch wel de grootste verrassing. Alles was voorhanden : een bronzen timbre, een royale emissie, een perfectie articulatie. Dat alles resulteerde in een zelden geziene, empathie afdwingende incarnatie van menselijk lijden. Dit moet de beste Amfortas van de laatste 50 jaar geweest zijn. Zijn beide monologen waren de verschroeiende hoogtepunten van de voorstelling. Een pluim voor de casting directeur.

Van Katarina Dalayman kon je niet verwachten dat ze evenveel persoonlijkheid als de jonge Waltraud Meier zou demonstreren. Toch wist ze één van de meest gave Kundry's af te leveren die ik ooit gehoord heb. Hoe fraai deze voordracht ook was, ze was nooit saai en kon zich zonder passagio problemen handhaven tot en met de hysterische finale van het duet van het tweede bedrijf.

His Royal Highness, Jonas Kaufmann, stilaan "incontournable" in alle Wagnerproducties van enige importantie hoefde maar in de camera te kijken om de productie een boost van aandacht te bezorgen. Bewonderenswaardig hoe hij elke nieuwe Wagnerrol meteen tot referentiestatus weet op te tillen. Het vermoeden is dus dat wij hem nog vaak gaan tegenkomen, mét en zonder schoenen, mét en zonder shirt. Zijn prestatie van het tweede bedrijf bouwde hij mooi op, eerst met enige reserve in "Wehe, Wehe", om dan vervolgens al zijn dramatische mogelijkheden te ontplooien voor "Amfortas,! Die Wunde". Hier viel niets op aan te merken of het zou dat tikkeltje extra power moeten zijn die Jon Vickers er kon aan toevoegen. Maar Vickers zou nooit in staat zijn het veelzijdige personage op het toneel te zetten zoals de huidige publiekslieveling onder de Wagnertenoren dat weer voor mekaar kreeg.

René Pape zat heel sterk in zijn rol, die van de wijze maar gestrenge evangelist. Pape's portret was dynamisch uiterst gedifferentieerd, met vette zalvende lijnen daar waar het moest en steeds met een onberispelijke dictie. Een grote Gurmemanz.

Natuurlijk was Evgeny Nikitin uit het juiste hout gesneden voor Klingsor. De door Bayreuth gewraakte tattoo's zaten netjes opgeborgen onder zijn bloederig maatpak. Je zag hem denken: " Who needs Bayreuth if you have the Met". En op 2 maart 2013 had hij overschot van gelijk.

Met gepaste tempi, een tikkeltje sneller dan bij zijn aantreden in Bayreuth, gaf Daniele Gatti de voorstelling een "sense of urgency" die ik bij Jimmy Levine altijd heb gemist, vooral dan in het tweede bedrijf.

EPILOOG
Ik zag de voorstelling in Parijs. Daar liep ze in 14 zalen die naar verluidt allemaal uitverkocht waren. Mijn Parijse buurman had zich voor het eerst getrakteerd op een operaticket in de cinema en verliet de zaal als een nieuwbakken wagneriaan. Tegenstanders van "opera in de cinema" wil ik nog meegeven dat deze voorstelling wereldwijd in 1900 theaters te zien was. Om zoveel mensen te bereiken moet Bayreuth grosso modo 10 jaar lang Festspiele organiseren. Anders uitgedrukt: op 2 maart 2013 heeft de Met met haar "Live in HD"-programma meer gerealiseerd van Wagners festivalidee dan zijn eigen Festspiele. De jarige blikte naar beneden en zag dat het goed was en niet alleen omdat zijn orkest weer eens helemaal onzichtbaar was geweest.

Publiek en pers reageerden unaniem enthousiast en dus rijst de vraag waarom dit een toevalstreffer moest zijn. Voor haar volgende transmissie gaat de Met over tot de orde van de dag. Wie Francesca da Rimini wil leren kennen zal soepjurken, borstkurassen en onnozele gebaartjes van fake theaterpersonages voor lief moeten nemen. Welke reine dwaas helpt de Met over de drempel van de 21e eeuw ? Peter Gelb zal het niet zijn. Hij heeft er het verstand of de moed niet voor. Manuela Hoelterhoff van Bloomberg formuleerde het zo: "Judging by program bios, Girard spends too much time in Lyon and Gatti in Zürich. Move closer, gents. We need you here in New York". Damn right we do!

Voor wie de voorstelling heeft gemist is herkansing mogelijk op 11 maart in Kinepolis Gent, Antwerpen, Brugge, Kortrijk.


9 opmerkingen:

Bert Leyns zei

Jos, je hebt overschot van gelijk! Dit was een uitvoering (muzikaal, vokaal, scenisch) waar op dit ogenblik Bayreuth niet meer kan aan tippen. Ik heb sinds 1967 al heel wat Parsifal-uitvoeringen gezien, maar deze spant werkelijk de kroon! SUBLIEM!

Johan Uytterschaut zei

Bijna helemaal akkoord, Jos. Eén kleine reserve: ik vindt Peter Mattei hier en daat een beetje koketteren met een storend non-vibrato dat echt niet hoefde. Maat laat de pret niet bederven!

Anoniem zei

Bruno Van Mieghem zegt:nooit een recensie gelezen die mijn gevoelens zo vertaald en mijn herinnering doet herleven aan een onwaarschijnlijke en unieke ervaring!

Stefan Caprasse zei

Ook volledig mee eens : Dat was een sublieme produktie, zowel muzikaal, vokaal als op zijn sobere manier visueel (dat laatste evenzeer als de Bayreuth-Herheim produktie die ik persoonlijk(!) ook visueel subliem vond)en vooral: dit WAS Parsifal!!!

Stefan Caprasse zei

Inderdaad sublieme uitvoering, zowel muzikaal, vokaal als qua schoonheid van het scenebeeld (op dat laatste gebied vind ik de Bayreuth-Herheim wel even subliem)
en vooral: dit IS Parsifal!!!

Jos Hermans zei

Voor mijn persoonlijke indrukken van Herheims overschatte Parsifal verwijs ik naar : http://www.richardwagner.be/recensies/Parsifal%20Bayreuth.pdf
De geplande dvd-release zal toelaten om de productie nog eens grondig onder de loupe te nemen.

Stefan Caprasse zei

Ik persoonlijk vind die helemaal niet overschat! Over het principe
(parallel met de Duitse geschiedenis en de geschiedenis van Wahnfried) kan men -eindeloos- redetwisten maar scenisch was het subliem weergegeven! Dat zijn de produkties die mij bijblijven! Maar dat is natuurlijk mijn persoonlijke heel subjectieve mening!

Stefan Caprasse zei

Persoonlijk vind ik die helemaal niet overschat! Over het principe (parallel verhaal Parsifal met de geschiedenis van Duitsland en Wahnfried) kan men -eindeloos- redetwisten. Maar ik vond het visueel zo subliem mooi weergegeven! Akkoord, na de prachtige 1e en 2e bedrijven is het 3e ietwat inspiratieloos (behalve het slot...). Maar bekijk het op de dvd inderdaad eens goed
onder de loupe, ik zal het ook doen...

STV TRANSLATIONS zei

De "knullige" Otto Schenk is zojuist door de lezers van Opernwelt tot regisseur van het jaar verkozen.