Posts tonen met het label Glyndebourne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Glyndebourne. Alle posts tonen

zondag 22 maart 2015

Glyndebourne : live streams 2015


Vier uitstekende producties van het Glyndebourne Festival zullen deze zomer via live streaming gratis te genieten zijn op de website van The Telegraph.

24.05.2015 - Georges Bizet - Carmen (Herneming)
David McVicar / Jacub Hrusa
Stéphanie d'Oustrac, Pavel Cernoch, Paulo Szot, Lucy Crowe

21.06.2015 - Maurice Ravel - L'heure espagnol + L'enfant et les sortilèges (Herneming)
Laurent Pelly / Robin Ticciati
Danielle de Niese, Elodie Méchain, Etienne Dupuis, Lionel Lhote, Julie Pasturaud, Sabine Devieilhe

19.07.2015 - W.A. Mozart - Die Entführung aus dem Serail (Nieuwe productie)
David McVicar / Robin Ticciati
Sally Matthews, Edgaras Montvidas, Tobias Kehrer, Mari Eriksmoen, Brenden Gunnell

09.08.2015 - Benjamin Britten - The Rape of Lucretia (Herneming)
Fiona Shaw / Leo Hussain
Christine Rice, Duncan Rock, Matthew Rose, Catherine Wyn-Rogers, Kate Royal, Allan Clayton

maandag 11 augustus 2014

LA TRAVIATA in Glyndebourne (live-stream) (****)


A STAR IS BORN

Opera's gebaseerd op een burgerlijk, melodramatisch gegeven als "La Traviata" hebben het voordeel van de herkenbaarheid. Anderzijds is de scenografische vrijheid beperkt: je kan er niet omheen, als regisseur moet je scènes tonen van het mondaine leven( in dit geval een champagne en oesters slurpende demi-monde), een speeltafel, een salon voor de confrontaties met vader Germont , een slaapkamer voor de finale. Willy Decker was de laatste die dat stramien met succes had weten te doorbreken. Geslaagde opvoeringen van het werk lijken daardoor allemaal op mekaar en het risico bestaat die moeilijk te omzeilen voorspelbaarheid te verwarren met saaiheid. Meer dan anders moeten regisseur en scenograaf dus inzetten op het spel en op frisse toetsen in de decors. Dat is wat Tom Cairns en Hildegard Bechtler hebben klaargespeeld in Glyndebourne. Zij hadden bovendien het geluk dat hun gevallen heldin ook klaar staat voor het grote werk binnen de Champions League der sopranen. Nu ja, wat heet geluk? In Sussex heet het gewoon casting, iets waar ze in Bayreuth tegenwoordig maar weinig verstand van hebben.

Mark Elder, zoals steeds een rots in de branding, kon zijn manschappen van de London Philharmonic tot elk soort dramatische efficiëntie bewegen. Het enthousiasme en de intelligentie waarmee hij Verdi, het werk zelf en zijn 30-jarige Violetta stond te prijzen tijdens het intermezzo, was pure klasse. Je ziet het Antonio Pappano niet meteen doen.

Hildegard Bechtlers decors toonden spaarzame rekwisieten maar zeer esthetisch, betrokken op vandaag en toch gevoileerd met een zekere tijdloosheid. Daarbij waren alle scènes voortreffelijk uitgelicht door Peter Mumford.

Michael Fabiano zette zijn tenor efficiënt in voor Alfredo maar miste warmte en sensualiteit. In de hoogte klinkt hij al gauw benepen en zijn bewegingen zijn altijd een beetje houterig. De kwaliteiten van een Alfredo toets ik meestal aan "De' miei bollenti spiriti" en vooral aan zijn uitloper "O mio Rimorso!". Hier moet hij tot een opwindend rubato in staat zijn in plaats van het orkest slaafs te volgen zoals de meeste tenoren doen. Dat deed hij echter niet en het afsluitende "laverò" was gewoon lelijk.

Heel anders was het gesteld met Venera Gimadieva, in alles de gelijke van de jonge Netrebko. De voordracht van de beeldschone Russische was niet alleen vlekkeloos, sensueel en opwindend, ze weet ook alle subtiliteiten van een rol te integreren in haar lichaamstaal en te bewegen met een grote natuurlijkheid. "E strano" zingt ze in het bijzijn van haar dienstmaagd Annina, een voorafschaduwing van het latere "Addio del passato", dat ze even vlekkeloos zal afleveren. Sterven doe je vooral alleen, moet Tom Cairns hebben gedacht want als Violetta haar laatste adem uitblaast, met de rug naar het auditorium, is het toneel leeg. Onnodig te zeggen dat sommige frames van deze gefilmde versie (camera: François Roussillon) adembenemend mooi waren.

Tassis Christoyannis' vaderlijke preken als Giorgio Germont klinken wat te dun bij gebrek aan emissie maar ze zijn voortreffelijk qua interpretatie. Hij toont zich erg tevreden met zichzelf, vooral met de schranderheid waarmee hij zijn slag thuis haalt en het offer van Violetta op zak weet te steken. Later zal hij iets minder overtuigen als hij komt getuigen van zijn schuldgevoel.

Het koor van de zigeunerinnen en de matadors was goed zonder daarom op te vallen door originaliteit.

"Fresh and thrillingly unfamiliar", vond The Independent. Zoals het altijd zou moeten zijn, zou ik er willen aan toevoegen. Nog te zien op de site van Glyndebourne of The Telegraph tot 17 augustus.


maandag 9 juni 2014

Richard Jones 'Der Rosenkavalier' in Glyndebourne (live-stream) (***½)


FOR YOUR EYES ONLY

Dat Richard Jones "Der Rosenkavalier" zou bevrijden van enkele van zijn clichés lag geheel in de lijn van de verwachtingen. Daarvan zou hij dan ook onmiddellijk werk maken want als het doek opgaat zien we de Marschallin onder de douche, frontaal naakt als een Venus van Milo met een dankbare Octavian en het publiek als toeschouwer. Het klassieke kingsize bed dat het centrum vormt van deze post-coitale scène is spoorloos. Er volgen nog wat ondeugende spelletjes met fruit maar was dit wel zo'n verfrissende start als het op het eerste zicht lijkt?
Het gele, schreeuwerige behang met grote "fleur de lys"-motieven, de kleurrijke bloemenprints op de jurk van de Marschallin, het doet allemaal een beetje pijn aan de ogen, is anderzijds niet atypisch voor de ruimten die Richard Jones laat ontwerpen maar meer gepast voor een Gianni Schicchi dan voor de uit alle poriën Weense decadentie ademende Rosenkavalier. De levée is niets meer als een lauwe, haast statische parade rondom een aberrant lange sofa die ondertussen de kamer is gaan beheersen en de handeling op het toneel zo goed als immobiliseert. Ook Baron Ochs, een uit de kluiten gewassen schooljongen eerder dan een boers aristocraat, kan de scéne niet dynamiseren.

De Marschallin is een tikkeltje vulgair en zal daardoor ook de morele autoriteit ontberen om Baron Ochs in het derde bedrijf op zijn plaats te zetten. Ze is ook zo "very British" waardoor de Weense zon nauwelijks de kans krijgt om door te breken door dit wolkendek van Brits flegma. Tijdens haar monoloog die ze verveeld op de sofa doorbrengt krijgt ze bezoek van ene Siegmund Freud die rustig plaatsneemt met een notaboekje in de hand maar tot enige introspectie die ons zou kunnen ontroeren is Kate Royal niet in staat. Jones laat er verder weinig twijfel over bestaan dat Mohammed, hier voorgesteld als een 19-jarige cloon van Prince, wel eens haar volgende toy-boy zou kunnen worden. Hij snuffelt aan haar kleren dat het een lieve lust is en zij van haar kant laat hem ook naderen tot op zekere hoogte.

Gelukkig gaat het crescendo bij de Faninals, een huis van "nouveau riches" waar we toetsen van art nouveau in ontwaren. Erg geslaagd is de openingsscène: terwijl Sophie in de voorkamer in haar bruidsjurk wordt gehesen smijt Marianne Leitmetzerin de deur open telkens zij nieuws heeft over de aanstormende Rosenkavalier, de verwachtingen van de aanstaande bruid aldus torenhoog opzwepend. Teodora Gheorgiu is de ontdekking van deze productie. Met kijkers zwart als kolen en de enige echte volmaakte Straussiaanse stem op het toneel beschikt de ravissante Bulgaarse over alles om de partij moeiteloos naar haar hand zetten. De presentatie van de roos is dan ook het enige moment in het stuk dat voor ontroering zal zorgen. De handlangers van Ochs hijsen haar ongeneerd op de tafel voor de vleeskeuring. De hersenloze Leopold is erg goed getypeerd. Waarom doet hij mij voortdurend aan Geert Wilders denken? Ochs blijft zijn saaie zelf. Voor zijn duel met Octavian kan hij weinig meer in de strijd gooien als de veer waarmee hij de notarisakte denkt te ondertekenen. Van de opgewonden graaf krijgt hij de scherpe punt van de roos in de bips. Jones rondt af met een geintje en laat de handlangers van Ochs een catalogus ontrollen met halfnaakte dames terwijl de baas zich overgeeft aan zijn Weense wals. A dirty mind is a joy forever.

Ter hoogte van het derde bedrijf aangekomen laat Richard Jones eindelijk zien tot wat hij in staat is als acteursregisseur. Waar andere regisseurs gewoonlijk mislukken tijdens de Weense maskerade lukt het hem om hiervan het scènische hoogtepunt van de voorstelling te maken. Met een elektrisch verstelbaar zetelbed als vrolijk centrum is deze duizelingwekkende farce én grappig én helder, geheel in lijn met de voortreffelijke Gianni Schicchi die hij ontwierp voor het ROH in Londen. Lars Woldt geeft hier het beste van zichzelf. Daarna gaat het weer enigszins bergaf. Bij gebrek aan vocale glamour verzuipt het finale trio en duet te midden van het schreeuwerige behang. Waarna Mohammed, bij gebrek aan zakdoek, nog maar eens aan de kleren van zijn meesteres snuffelt.

Wat de Britten in Kate Royal zien is mij een raadsel. Vocaal is ze een ramp. Haar licht mekkerend vibrato is nauwelijks te harden. Nooit zal ze een toon laten aanzwellen vanuit het niets, zingen doet ze zonder enige sensualiteit en met weinig gevoel voor nuances.
Lars Woldt is teveel bariton en te weinig bas voor baron Ochs. Hij sculpteert onvoldoende met de stem en levert daardoor een te monochroom klinkend personage af. Ook idiomatisch valt zijn voordracht eerder mager uit. Tenslotte is het toch zijn vette Weense accent dat zijn personage vormt.

Rond de Ierse Tara Erraught, de Octavian van dienst, ontstond meteen een rel in de pers nadat het orakel van de Financial Times haar vrouwelijke rondingen "a chubby bundle of puppy-fat" had genoemd. Ze is een toonbeeld van jeugdig optimisme, levert een eerder puberaal portret af maar ze kan haar stem tenminste laten openbloeien ook al is ze gehandicapt door een imperfecte dictie. Erraught deed overigens geen moeite om Octavian als een man te spelen, een spel met illusies dat je eigenlijk nooit kan winnen, zal Richard Jones wellicht gedacht hebben. Maar dit was helemaal niet het probleem van deze Rosenkavalier.

Ook het orkest kon mij niet over de streep trekken. Dit was niet de geoliede machine vervuld van Weense esprit die Karajan en Kleiber op het werk plachten los te laten. Wat gingen die cello's merkwaardig uit balans tijdens de prelude. Het kan aan de opname liggen maar de nieuwe muziekdirecteur Robin Ticciato heeft wat mij betreft nog alles te bewijzen.

Deze Rosenkavalier was de verplaatsing niet waard. Een geluk dus dat er zoiets als live-streaming bestaat. Of zoals de Baron Ochs van de Financial Times het formuleerde: "this is a Rosenkavalier for eye and mind, not the heart."