Posts tonen met het label Greer Grimsley. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Greer Grimsley. Alle posts tonen

zondag 7 maart 2021

Francesca Zambello met Das Rheingold in San Francisco (****)

De Rijndochters © Corey Weaver

GOLDRUSH IN BAYREUTH-AT-THE BAY

Vertelt Francesca Zambello de Ring vanuit een Amerikaanse, zelfs Californische insteek? Heeft ze het stuk bedoeld als parabel van een milieucatastrofe en krijgt het stuk ook een feministische toets? "It suggests the power of female leaders to heal the scars of destruction", zegt ze in het programmaboek. Dat alles zal nog moeten blijken want in deze Rheingold, die ze zeer tekstgetrouw aflevert, is daar voorlopig nog weinig van te merken. Wat wel meteen duidelijk is, is dat ze alles vertelt met een grote helderheid en een grote dramatische coherentie. Kortom, dit zou de ideale instapproductie voor Ring-neofieten kunnen zijn. Voorspelbaar ja, maar als voorspelbaarheid leidt tot een kijk- en luisterervaring die geen seconde verveelt, dan heeft het hele team toch wel iets opmerkelijks gepresteerd, niet ? Je ziet hier zelfs geen wijdse conventionele operagebaren. Die kon je vorige week wél zien in het theater van de postmoderne woke-regisseur Lotte de Beer. Om maar te zeggen, Zambello doet het allemaal eenvoudig en vanzelfsprekend lijken en is dat niet het beste bewijs dat ze uitstekend handwerk heeft afgeleverd?

Op de ouverture kleeft Zambello een wonderland van ijskristallen op de videowand. Het water van de Rijn – of is het de Sacramento? – verkeert hier nog in zijn puurste staat. Alle tussenspelen zullen door kosmische natuurbeelden naadloos worden opgevangen en inspelen op de "mood" van de partituur.

Nevel alom in de aanvangsscène. Het is in wolken van koolzuursneeuw dat Alberich, in werkmans-overall, zich laat verleiden door de ingesnoerde tailles van de in Belle Epoque jurken geprangde Rijndochters. Vocaal vullen Stacey Tappan, Lauren McNeese en Renée Tatum dat voortreffelijk in. Scenograaf Michael Yeargan brengt ons vervolgens naar een belvedère terras in het hooggebergte. De popperige Freia heeft geen wonderbra nodig om het libido van Fasolt aan te vuren. Julie Adams zingt haar voortreffelijk en gunt Fasolt bovendien verlangende blikken bij het afscheid. De Reuzen, moeizaam stappend op cothurnen en grijpend met cybernetische vingers, zijn redelijk grappig, vooral door Fafners gestiek die een zekere mentale achterstand verraadt. Wotan, met rijlaarzen en adellijke blazer, completeert zijn goddelijke outfit met de speer op kritische momenten.
Falk Struckmann als Alberich © Corey Weaver

De Nibelheimse hel dompelt de scène in Luciferiaans rood met Alberich als de brutale mijneigenaar. Het koor en de figuranten zijn deels verticaal opgesteld. Falk Struckmann beheerst de scène en dat is wat mij betreft een grote verrassing want van Struckmann had ik de laatste jaren weinig meer gezien dan saaie voordrachten van een uitgebluste vertolker. Hier is hij de karaktervolle anti-Wotan, verzot op zijn rol als heerser over het Nibelheimse slavenleger. Hij articuleert met grote welsprekendheid, legt alle nodige dramatisch accenten en maakt vooral duidelijk waarom het de heerlijkste rol is om te doen in Das Rheingold. “Bin ich nun frei” heeft referentiestatus naast die van Gustav Neidlinger en Franz Mazura.

Donner creëert bliksemschichten door zijn hamer in de lucht te tillen. Brian Mulligan, een luxe-bezetting, zingt daarbij een erg mooi “Heda-Hedo”. Tijdens de finale weeklacht van de aan lager wal geraakte Rijndochters steekt Loge het contract met de Reuzen in brand met een aansteker terwijl de godenfamilie zich een weg baant langs de loopplank naar een onzichtbare oceaanstomer.

Stefan Margita maakt een fantastische beurt als Loge, Wotan’s fixer, één van de beste vertolkingen die ik in deze partij ooit gehoord heb. Het is ook de meest gave prestatie van de avond. De passage waarin hij de verzwakking van de goden bekommentarieert nadat Freia, meegesleurd door de Reuzen, de fruitschaal met appels heeft meegenomen, is ontroerend mooi.

Is Greer Grimsley de zwakste schakel in deze Ring? Dat zal volgende week in Die Walküre duidelijk worden tenzij hij merkelijk beter presteert dan 2 jaar geleden in de Lepage-Ring aan de Met. Het timbre is vaak onaangenaam, gekleurd door nasale klanken. Wat toen vooral ontbrak was muzikale intelligentie.

Jamie Barton toont weinig stem in de mezza voce gedeelten. De furie van het Walküre-duet zal ongetwijfeld beter passen bij haar vocale mogelijkheden. Ronita Miller zingt Erda’s tussenkomst als een indrukwekkende Mama Africa.

De klank is niet optimaal. Sommige mannelijke zangers (Wotan, Alberich) klinken bij momenten onaangenaam hard en ruw.

Nog te bekijken tot morgen maandag 09.00. Die Walküre : 13-14 maart
Brian Mulligan (Donner), Brandon Jovanovich (Froh),
Julie Adams (Freia), Jamie Barton (Fricka) © Corey Weaver

zondag 31 maart 2019

Robert Lepage met Die Walküre in New York (***½)

Eva-Maria Westbroek als Sieglinde
©Richard Termine
VAN DE EDDA NAAR HOEDJE WIP

De wipplanken-Ring van Robert Lepage is met zijn 26 miljoen dollar niet alleen de duurste Ring uit de geschiedenis, hij zal allicht ook de geschiedenis ingaan als één van de saaiste. De duurste non-enscenering van de Ring uit de geschiedenis te zijn: het is een triest record. Lepage was zeker niet de eerste regisseur die geen flauw idee had hoe hij er moest aan beginnen. Uiteindelijk is hij er nooit aan begonnen. Hij leverde het stuk gewoon over aan een monster, The Machine, dat met zijn twee hydraulische torens en een horizontale as, bestukt met 24 wipplanken, als een gigantische xylofoon, alle scenografische configuraties moest weten te dekken en tevens als canvas voor videoprojectie moest dienen. Technisch was het een huzarenstukje van coördinatie maar vanop een afstand bekeken leek het alsof er met een kanon naar een mug werd geschoten. Het leverde enkele bloedmooie plaatjes op maar de acteursregie was primitief, de relevantie van deze verteltrant voor een publiek van vandaag onbestaand.

Behalve Jonas Kaufmanns Siegmund-debuut was het vooral Bryn Terfels Wotan die de eerste uitgave van de Lepage-Ring tot een evenement maakte. Terfel smeet zich in de Walküre-Wotan met een voor hem nooit geziene overgave. Dat resulteerde in een erg zinnelijke voordracht. Niet zelden ontwikkelde hij een spannend rubato en de monoloog, de lakmoesproef voor elke Walküre-Wotan, was grandioos van nuancering en dynamiek : een prestatie die haar plaats opeiste in de interpretatiegeschiedenis van de laatste 50 jaar. In zijn aan de kitsch grenzende borstkuras zag hij er bovendien fantastisch uit, in elk frame van elke close-up.

Greer Grimsley is Terfel niet. Hij lijkt eerder op een ordinaire dief dan op een met natuurlijke autoriteit bezielde god. In de pauze konden we zijn onaangename spreekstem horen. Dat vertaalt zich ook in de vocale prestatie : het timbre is onaangenaam, het personage oncharismatisch en vooral : hij kan niks bedenken –en dat geldt voor alle scènes- om zijn voordracht te illumineren met inbreng van persoonlijke aard. Ex-basklarinettiste Christine Goerke maakte op mij ook al geen verpletterende indruk. Het timbre is warm, het vibrato goed onder controle en de stem projecteert genereus. Afdalingen naar het borstregister gingen niet probleemloos. Ze is temperamentvol maar met dat temperament weet ze uiteindelijk weinig aan te vangen bij gebrek aan regisseur. Haar uitdrukkingsspectrum is beperkt. Haar dictie is niet beter dan die van Nina Stemme.

Günther Groissböck is geen ideale Hunding. Het is een rol voor een èchte bas, dat is Groissböck niet. Ik hoor een bas-bariton. In de pauze bevestigde hij dat hij in principe de drie Wotans zal zingen in Bayreuth volgende zomer. Jamie Barton zong een uitstekende Fricka, vol nuance, misschien zelfs iets te mooi. Stuart Skelton is een artiest die behalve zijn BMI nog wel meer gemeen heeft met de onlangs overleden heldentenor Johan Botha. Net als Botha beweegt hij zich zoals een pop in een poppenkast met een bezieling die van elders komt en niet vanuit zichzelf. Het liefst zingt hij de partij zittend op een stoel. Hij is niet het type zanger dat op zoek gaat naar een persoonlijke insteek om zijn partij te overstijgen. Grote delen van de partij klinken alsof hij uit het telefoonboek reciteert. Daarmee was Eva-Maria Westbroek het meest natuurlijke personage op de scène. Ze kan een bussel hout voor het haardvuur aandragen alsof ze het elke dag doet. Interpretatief was dit genuanceerd en doorleefd, het vibrato had ze steeds onder controle.

Dat er in de finale toch nog wat ontroerende orkestrale momenten zaten was vooral te danken aan de componist en zijn trouwste dienstknecht Philip Jordan. Die baande zich een weg door het stuk met vlotte tempi en snedige orkestrale interventies. Het klankbeeld tijdens deze relay was voldoende helder.