Posts tonen met het label Gerard Mortier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gerard Mortier. Alle posts tonen

zondag 8 maart 2015

Seizoen 2015-2016 : Teatro Real Madrid

Na het oneervol ontslag van Gerard Mortier kwam de artistieke leiding van het Teatro Real in handen van Joan Matabosch. Die moest daarvoor Barcelona in de steek laten. Van de door Mortier geplande "Don Carlo" (Peter Sellars), La Traviata (Robert Wilson), "Die Frau ohne Schatten" (La Fura dels Baus) valt niets meer te bespeuren. Matabosch zet in op co-producties. Drie daarvan kunnen mij bekoren :

1. Arnold Schoenberg - Moses und Aron
Lothar Koenigs / Romeo Castellucci
Albert Dohmen, John Graham-Hall, Catherine Wyn-Rogers
Noot : co-productie met de Opéra de Paris

2. Richard Wagner - Parsifal
Claus Guth / Semyon Bychkov
Franz Josef Selig, Evgeny Nikitin, Anja Kampe, Christian Elsner, Detlef Roth
Noot : co-productie met de Opera van Zürich

3. Richard Wagner - Das Liebesverbot
Kasper Holten / Ivor Bolton
Christopher Maltman/James Rutherford, Andrew Stapels, Bernard Richter, David Alegret, Manuela Uhl, Ante Jerkunica
Noot : co-productie met het ROH Londen. Krijgen we wellicht te zien in cinema Utopolis.

vrijdag 4 juli 2014

Gerard Mortier ontvangt eerste Mortier Award



Gerard Mortier werd in Graz posthuum gevierd voor zijn levenswerk. De Laudatio werd uitgesproken door Michael Haneke. Sylvain Cambreling nam het Sysyphus-beeldje - een ontwerp van Alexander Polzin- in ontvangst.

De Mortier Award is een nieuwe 2-jaarlijkse prijs, in het leven geroepen door het tijdschrift Opernwelt en door de Ring Award (Internationaler Wettbewerb für Regie und Bühnengestaltung) met de bedoeling persoonlijkheden te bekronen die zich, geheel in de geest van Mortier, exemplarisch met muziektheater hebben ingelaten.

Albrecht Thiemann, de nieuwe hoofdredacteur van Opernwelt, noemde Mortier "de invloedrijkste opera- en festivalintendant van Europa."

woensdag 9 april 2014

Lukas Hemlebs Lohengrin in Madrid (****)


GESTOLD IN EEN PARALLELLEPIPEDUM

Wie herinnert zich niet hoe onze bard Louis Neefs het onvolprezen "Jennifer Jennings" inzette in de decors van Salvador Dali op het Eurovisiesongfestival anno 1969? Het gebeurde allemaal hier in het Teatro Real. Nog maar drie jaar voordien was het theater heropend geworden na jarenlang onbespeelbaar te zijn geweest door schade opgelopen als gevolg van de aanleg van de metro. Om maar te zeggen : het is pas sinds 1997, na een grondige restauratie dat het Teatro Real terug een operahuis is kunnen worden. Het huis dat Gerard Mortier aantrof bij zijn aantreden in 2010 was met andere woorden ook een huis zonder echte operatraditie. Met de restauratie en met de beschikbare middelen toonde hij zich, na zijn fameuze faux pas in New York, destijds bijzonder tevreden. Dit alles verklaart wellicht ook waarom Mortier zich eerder met zijn Madrileens dan met zijn Parijs publiek verbonden voelde. Met de Forum-afwijzing nog stevig op de maag overwoog hij zelfs om er zich definitief te vestigen en hij leek er meer experimenteervreugde te ontwikkelen dan in Parijs. Zijn Parijse reputatie teerde toch voornamelijk op het heropwarmen van zijn Salzburgse successen.

Het was reeds van 1990 geleden dat Mortier zich nog eens met Lohengrin had ingelaten. Dat was in Brussel met Anja Silja als regisseur. In Parijs was hij tevreden geweest met de herneming van de Robert Carsen-productie die zijn stempel niet droeg.

Deze Lohengrin-productie werd nadrukkelijk opgedragen aan Mortier die door zijn plots overlijden dezer dagen ook in Madrid de status van heilige geniet terwijl zijn werk vier seizoenen lang niet onomstreden was. Vandaag lijkt iedereen zijn ontslag te zijn vergeten terwijl in het nieuwe seizoensprogramma zijn hand nauwelijks nog voelbaar is. Niet zonder reden maakt El Pais in een opiniestuk gewag van hypocrisie. Bij zijn aantreden in Madrid beweerde Mortier in de Standaard: "Er zijn compromissen die je nooit mag sluiten. Een onding als La Fille du Régiment op het programma zetten, alleen om sterzangers een plezier te doen: mij niet gezien". U mag raden welke opera volgend jaar op het programma van het Teatro Real staat. Het zal Madrid niet anders vergaan als Salzburg en Parijs: Mortier zal er een leemte achterlaten.

Hoewel de productie onder zijn leiding tot stand kwam zou het mij sterk verbazen dat hij met het resultaat tevreden zou zijn geweest. De zeer conventionele acteursregie van Lukas Hemleb zou hem zeker hebben gestoord. Als productie is ze binnen de Mortier-esthetiek atypisch, de kans dat hij zou hebben bijgestuurd erg reëel. En toch, het idee om de hele voorstelling afhankelijk te maken van de keuze van de ruimte, kwam van Mortier. De Berlijnse scenograaf Alexander Polzin ontwierp een ruw en tegelijk mythisch eenheidsdecor: een in rots uitgekapte grot voorzien van meerdere openingen waardoor sfeerlicht kon doorbreken. Zo kon de grot zich ondermeer transformeren in een uit ruwe steen gehouwen kathedraal tijdens de bruiloftsstoet. Het leek de handeling verder terug in de tijd te catapulteren dan de 10e eeuw, getuige de archaische kunst gekapt in de muren, er werd nog net geen vuur gemaakt met silexstenen. Het was vergeefs zoeken naar een politieke insteek of een verhelderende blik op de tekst. Het was de magie van de ruimte die de personages reliëf moest geven zodat de klemtoon kon liggen op hun menselijkheid. Grotendeels is het productieteam daar ook in geslaagd en door zijn aparte scenografie werd het een visueel erg aantrekkelijke voorstelling.

Voor het problematische, sprookjesachtige deel van het stuk werd gekozen voor heel eenvoudige oplossingen. Het stoorde mij geenszins omdat Polzin dit alles met smaak en met een hedendaagse touch had uitgevoerd.

De zwaan is als een blok ijs. Ze rijst op uit de bodem en straalt een diffuus licht uit waarin de vage schim van een menselijke figuur te zien is. Al snel wordt ze door de gemeenschap als magisch symbool van de onoverwinnelijke Lohengrin getaxeerd. Tijdens het fanfare-tussenspel van het tweede bedrijf zal het koor ermee in interactie gaan en de ijsblok bij de minste aanraking terug in de bodem doen zakken.

Ook de jonge Gottfried krijgen we in de finale scène niet in levende lijve te zien maar enkel als een gouden standbeeld: een verwijzing naar het gouden kalf als allegorie voor hebzucht en wanhoop? Een laatste hint van de regisseur om Wagners pessimisme gestalte te geven?

Lohengrin is casual gekleed in gekreukt linnen, helemaal in het wit, klaar voor het strand, klaar voor de liefde ook, een opportuniteit die hij met bloedige ernst ter harte neemt. Van de menswording van een goddelijk wezen, toch cruciaal in Wagners tekst, kon ook hier niets worden waargenomen.

In de claustrofobische ruimte van Polzin had het koor niet zo veel maneuvreerruimte. Haar prominente rol in het stuk werd er extra door beklemtoond en het presteerde voortreffelijk en effectvol in alle scènes. Als meest effectvolle scène kan ik de finale van het tweede bedrijf citeren waarbij de regisseur het koor langzaam naar de zaal toe liet stappen, met de blik gefixeerd op oneindig, en ondersteund door een in het klankbeeld erg prominent aanwezig orgel. Het moet als één van de grote verdiensten van Mortier worden beschouwd dat hij dit koor van de grond af heeft opgebouwd.

Hartmut Haenchen had 92 zangers en 123 muzikanten ter beschikking en toonde zich bijzonder tevreden over koor en orkest. Veel meer dan 3 uur had hij niet nodig om zijn manschappen met vlotte tempi door de partituur te loodsen. Ook dynamisch wist hij te boeien met erg luide orchestrale fortes en met spannende orchestrale kleuren in de stillere passages van de Fis-klein-wereld van Ortrud. De fanfares liet hij effectvol vanuit de zijloges opereren.

Franz Hawlata's half uitgedoofde basbariton miste kracht, diepte en gravitas om koning Heinrich de natuurlijke autoriteit te verlenen die de rol vereist en tekende daarmee voor het zwaarste vocale deficit van de avond. Alleen Anders Larsson als Heerrufer sloeg nog een slechter figuur. Daarin werd hij zeker niet geholpen door zijn erg conventionele operagestiek.

Deborah Polaski, ooit een gedegen vertegenwoordigster van het echte Wagnerpathos, kon af en toe nog wel eens een frase de zaal insturen die gebeiteld zat en herinnerde aan haar beste dagen. Die liggen al een tijdje achter de rug maar ze wist de schade zeer goed te beperken en de imperfecties van haar vibrato erg goed in toom te houden. Werd haar duet met Telramund in het tweede bedrijf desondanks één van de beste die ik in lange tijd heb gehoord, de indruk bleef dat een andere regisseur meer uit haar charismatische podiumverschijning had kunnen halen. Een "Entweihte Götter" met alle toeters en bellen kregen we van haar dan ook niet horen.

Catherine Naglestad liet erg fraaie dingen horen in de lyrische delen van haar partij hetgeen niet hoeft te verbazen gezien haar Mozart en barokexpertise maar ze liet ook horen dat ze licht dramatische sopraanrollen vandaag ook echt aankan. Liet ze in het eerste bedrijf nog heelwat minder fraaie registerovergangen horen, nadien ging het niveau van haar vocale prestatie, net als dat van haar partner trouwens, geleidelijk aan crescendo.

Christopher Ventris wist mij als Lohengrin meer te boeien dan als Parsifal. Dat ging niet zonder slag of stoot maar wel zonder de puppy-sound van Klaus Florian Vogt, waar het publiek van Bayreuth in bosjes lijkt voor te vallen. Samen met Naglestad bracht hij de twee grote duetten van het derde bedrijf, "Höchstes Vertrauen" en "Das süße Lied verhallt", tot het vocale hoogtepunt van de avond, precies zoals het hoort. Tijdens "Im fernen Land" kreeg hij stilaan af te reken met vermoeidheidsverschijnselen.

Thomas Johannes Mayer slaagt er niet in om bij mij in de smaak te vallen. Alle zware rollen voor bariton én basbariton neemt hij op in zijn repertoire. Het resultaat is ernaar: geen enkele brengt hij tot een goed einde. Dat wil zeggen, steeds is er een probleem van articulatie, nooit laat hij eens een frase op de juiste manier ademen alsof hij begrijpt hoe het Wagnerpathos werkt, steeds loopt hij zichzelf voor de voeten, letterlijk en figuurlijk. Toch was dit al het meest bevredigende dat ik al van hem heb gehoord.

zondag 23 maart 2014

Afscheid van Gerard Mortier (2)


Wat onmiddellijk opviel in alle commentaren die her en der verschenen na het verscheiden van Gerard Mortier was dat van al diegenen die Mortier nu de hemel inprijzen blijkbaar nooit iemand een kaartje voor de opera heeft betaald.

Neem nu Paul Goossens. In zijn Paulusbekering anno jaren 80 die hij in De Standaard uitvoerig beschrijft, kan ik moeiteloos mijzelf herkennen. Later kon je dan in Knack lezen hoe hij zich als verslaggever van de Salzburger Festspiele in een handomdraai van wetstraatjournalist tot operakenner had ontpopt. Of beter gezegd tot buikspreker van Mortier want veel culturele bijdragen zijn sindsdien niet meer uit zijn pen gekropen . Zo heeft Mortier veel buiksprekers in het veld gezet, ze van spijs en drank voorzien en van prijzige tickets voor zijn Festspiele. Het zegt iets over zijn communicatievaardigheden, het zegt evenveel over de authenticiteit van al deze getuigenissen.

Walter Zinzen, nog zo'n ingehuurde fan sinds zijn partner in crime Kris Smet een portret van Mortier maakte voor Panorama, maakt het wel erg bont wanneer hij schrijft: ”De leemte die hij achterlaat is veel groter dan die van Jan Hoet. Velen delen de ‘tristesse’ waaraan Tom Lanoye uiting gaf bij zijn overlijden. Maar anderen lachen in hun vuistje. Op het Schoon Verdiep van het Antwerpse stadhuis bleef het oorverdovend stil. Anderen hebben het fatsoen van de lokale burgemeester niet. Ze beschimpen de overledene op de internetfora. Hij die terecht van zichzelf beweerde dat hij meer voor Vlaanderen heeft gedaan dan alle politici bij elkaar, krijgt van de volksdansers, folkloristische vendelzwaaiers en andere gemummifieerde nationalisten het verwijt ‘elitair’ te zijn geweest, want gekant tegen de heilsleer van de N-VA. Eén ding is zeker : Mortier had de juiste vijanden.”

Zinzen moet over een bijzonder talent beschikken om internetfora uit te vlooien. Ik google mij te pletter maar heb niets van die strekking aangetroffen en kan dan ook alleen maar concluderen, zoals hij zelf drommels goed weet, dat kleinheid en benepenheid van geest geen monopolie zijn van rechts.
Trouwens, in de aanloop naar de verkiezingen heeft nog geen enkele politieke partij zich uitgesproken over haar programma voor cultuur, iets waar Jan Goossens zich in De Standaard terecht over bekloeg. Waarom wil Zinzen dan zo ongeneerd voor zijn beurt spreken? Beseft hij wel dat hij een hele bevolkingsgroep, met een warm hart voor kunst én Vlaamse emancipatie, hiermee beledigt ?

Erwin Mortier schreef dan weer : “Hij heeft opera indringend geactualiseerd en gemoderniseerd. Eerst in Brussel, waar hij De Munt tot een instituut op wereldniveau verhief. Maar later ook in Hamburg, Parijs en Madrid.”. Onze eminente auteur zal allicht Salzburg bedoelen i.p.v. Hamburg maar is zulke lapsus nu net niet typisch voor iemand die spreekt zonder kennis van zaken ? Hoeveel opera’s zou Erwin Mortier in zijn leven hebben bezocht, denk ik dan? Maar ondertussen zal hij wel het hele culture veld claimen voor links en de rest van Vlaanderen declasseren als vendelzwaaiers.

Een project waar vendelzwaaiers en andere gemummificeerde nationalisten geheel buiten schot bleven was het fiasco van het Gentse Forum. Moest een nva-minister het Forum hebben afgeschoten je zou nogal wat meemaken. “De droom in zijn geboortestad Gent een grootschalig Forum voor Muziek, Dans en Beeldcutuur te bouwen werd de das omgedaan door Vlaamse kneuterigheid,” zegt Stephan Moens. Daan Bauwens, artistiek directeur van De Bijloke, die er prat op gaat dat Mortier de beste patissier van Parijs liet aanrukken om de verjaardag van zijn dochter te vieren, meent ook dat het project sneuvelde op afgunst, bekrompenheid en eigenbelang. Het laatste waar men mij van kan verdenken is dat ik enige sympathie zou koesteren voor de toenmalige minister van cultuur Bert Anciaux maar was er een andere optie dan het project op een bepaald moment te aborteren? Hoe zou dit cultureel vuurtorenproject een zaal van 2000 zitjes (!) hebben kunnen doen vollopen en jaarlijks 250.000 bezoekers lokken, zonder schade te berokkenen aan het nauwelijks 50 km verderop gelegen Concertgebouw of De Singel? Ondanks de marktonderzoeken van Rik Pinxten heb ik daar nooit in kunnen geloven. Was het Forum niet één van de grootste, aan Wagner gewaagde, utopieën van Mortier ? Alleen buiksprekers die geen verantwoordelijkheid dragen, zien dat niet.

Mortier lag niet wakker van een utopie meer of minder. Het hoeft niet te verbazen dat hij Europa goedgezind was. Enkel kunstenaars hadden Europa een aangezicht gegeven, zo vond de jonge Mortier. Politici hadden afgedaan. Later ging hij dan toch het politieke project Europa omarmen. Redenen om eurosceptisch te zijn, zijn er anders genoeg. Zonder Europa geen frictie tussen Grieken en Duitsers en vandaag allicht geen conflict op de Krim. Is Europa de moeite waard? Daar ben ik nog altijd niet van overtuigd. We weten dat Europa aan elke Belg 502 euro kost maar niet wat het opbrengt, zoals Herman Matthijs deze week voorrekende. Europa moet, wat mij betreft, nog altijd bewijzen dat het in staat is datgene te waarborgen dat het claimt als zijn bestaansrecht namelijk duurzame vrede in de regio. Linkse recepten zijn wel vaker gebaseerd op mistige utopieën, vaak ontberen ze alle realiteitszin. Utopieën zijn razend interessant maar horen thuis in het theater. Ze daar doorleven heeft een heilzaam effect. Wanneer wij dan even later, aangesterkt terug op de straat staan om ons opnieuw in het echte leven te storten, kunnen we er weer een beetje beter tegen. Utopieen maken het schone weer in de kunst, ze falen in de politiek.

“Geld voel ik niet graag, ik vind het zelfs vuil", aldus Mortier aan De Tijd. Hoe wereldvreemd hij wel kon zijn bewees hij toen hij er zich over verwonderde dat een auto gemakkelijk 16.000 euro kostte, geld dat hij niet had, zo voegde hij eraan toe. Dat zei hij nadat hij zich in New York een ontslagregeling had laten betalen van 330.000 $. Linksen en geld: altijd loert hypocrisie om de hoek.

Over het aan gang zijnde democratiseringsproject - opera in de cinema - heeft hij altijd bijzonder smalend gedaan. Voor iemand die zijn hele professionele leven in het theater heeft doorgebracht zonder daar een euro voor te moeten betalen is het misschien een begrijpelijke reactie. Binnen de overlevingsstrategie van opera is het evenwel de belangrijkste ontwikkeling van het laatste decennium, een ontwikkeling waar hij, de grote vernieuwer van het genre, nu eens niets mee te maken had.

zaterdag 22 maart 2014

UGent lauwert Gerard Mortier


Bert Leyns, aanwezig op de uitreiking van het doctoraat honoris causa aan Gerard Mortier, stuurde mij volgende bijdrage:

Tijdens de academische zitting op Dies Natalis (21 maart) 2014, werden zes eredoctoraten uitgereikt, één ervan aan de op 8 maart overleden Gerard Mortier.

In de aula van de UGent waren naast het professorencorps en de rectoren of hun vertegenwoordigers van de andere universiteiten heel wat prominenten aanwezig, o.a. Jan Briers Jr, gouverneur van Oost-Vlaanderen, Karel Vinck, Tony Van Parys, Sas van Rouveroij, Jacques Dubrulle.

In haar welkomstwoord onderstreepte rector professor Anne De Paepe dat de UGent een sterke verbondenheid heeft met al haar docenten, studenten, en afgestudeerden, een verbondenheid die verder gaat dan een contract of een samenwerking en ook daarna voelbaar blijft. Het is precies in die context is dat vandaag aan Gerard Mortier dit eredoctoraat werd uitgereikt.

Na de uitreiking aan de eerste drie genomineerden was er een klein muzikaal intermezzo door het St. George Quintet met Boccherinis musica notturna delle strade di Madrid, op. 30, nr. 6. Na de volgende drie genomineerden speelde het Quintet nog de finale uit het strijkkwintet nr. 2, op. 77, van Dvorak.

Als laatste genomineerde van de tweede groep was het de beurt aan Gerard Mortier. De laudatio werd uitgesproken door professor Daniël Biltereyst van de faculteit politieke en sociale wetenschappen. Hij wees erop dat Gerard Mortier niet alleen een visionair was op operagebied, maar bovendien altijd had getuigd van een enorm sterk maatschappelijk engagement, en dat hij altijd die sterke band met de UGent had gekoesterd, zeker na zijn ontmoeting van professor Jan Briers Sr bij wie hij communicatiewetenschappen studeerde en wiens medewerker hij werd in het Festival van Vlaanderen. Gerard was ook de geëngageerde docent die op vraag van professor Els De Bens gedurende jaren gastcollege gaf op maandagmorgen, onbezoldigd op eigen verzoek. Die lessen in 'Socio-politieke analyse van de podiumkunsten' (een titel die zeker niet van hemzelf kwam) heeft hij gegeven tot in 2007 toen zijn contract met de Opera van Parijs teneinde was. Professor Biltereyst vergeleek Gerard enerzijds met Parsifal, gekenmerkt door een nobel streven naar het allerhoogste, het allerzuiverste, maar anderzijds ook met Poggio Bracciolini, de hoofdfiguur uit Stephen Greenblatts The Swerve, de 15de eeuwse obsessieve boekenjager die erin slaagt om het laatste exemplaar van Lucretius' traktaat De Rerum Natura te redden, en aldus belangrijke ideeën die aan de grondslag liggen van de moderne tijd opnieuw ingang te doen vinden.

Na deze laudatio werd door de rector met de geijkte formule het eredoctoraat postuum uitgereikt onder algemene rechtstaande ovatie. Het was Gerards voormalige assistent aan de Parijse opera, Jan Vandenhouwe, die de bul en het bijbehorende hermelijn in ontvangst nam.

Tijdens de daaropvolgende receptie in het peristilium werden onder een aantal aanwezigen herinneringen aan deze altijd charmante, steeds baanbrekende, vernieuwende, vaak ook controversiële operabezieler opgehaald.

Zelf zou ik Gerard het liefst typeren met de woorden van Wotan uit het tweede bedrijf van Die Walküre:
doch was noch nie sich traf,
danach trachtet mein Sinn.

Bert Leyns

maandag 10 maart 2014

Afscheid van Gerard Mortier


RUHE, RUHE, DU TEURE HELD

Het zijn slechte tijden voor kunstpausen. Op amper een week tijd verlieten er twee het toneel. Het is dan grappig om zien hoe de Hugo Campsen en de Yves Desmets van deze wereld er dan als de kippen bij zijn om zich te profileren tot de kunstkenner en operaliefhebber die ze helemaal niet zijn. Na Jan Hoet moest Gerard Mortier nu ook worden geclaimd voor het linkse kamp. Aandoenlijk.

Dat Jan Hoet regelmatig de kluit belazerde, heb ik nergens gelezen. Ik zou niet weten of Jan Hoet echt verstand had van kunst, daarvoor kende ik hem te weinig. Wat ik wel weet is dat mijn broek al snel op mijn enkels lag telkens hij moderne kunst aan het grote publiek wilde verkopen en weer eens verstrikt geraakte in zijn hyperbolen rond één of andere vetstoel van Joseph Beuys. Maar de ene kunstpaus is de andere niet. Je kan van Mortier veel zeggen maar niet dat hij de kluit belazerde. Zijn betoog was steeds rationeel, zijn formuleringen helder en doordacht. Een leven lang hield hij zich consequent aan zijn artistieke credo's. En in tegenstelling tot Hoet, kon hij overtuigen.

Erg spannend waren zijn jaren als jonge tafelspringer, begin jaren 80. In die dagen was ik jazzrecensent bij De Morgen, opera stond redelijk ver van mijn bed. Toch volgde ik zijn demarches op de voet. Mortier deed wilde beloftes ten aanzien van De Munt, die hij van Rika Debacker had gekregen, maar realiseerde alles wat hij beloofde. Dat was op zich reeds heel fascinerend. Met "Die Zauberflöte" van Karl-Ernst Hermann kreeg hij mij over de drempel van De Munt. Zeggen dat het een Aha-erlebnis was zou een understatement zijn. Enkele jaren later zou zijn Wernicke-Ring, die ik weliswaar niet zag, aan de basis liggen van mijn fascinatie voor Wagner. Toen hij vervolgens De Munt verliet om de Salzburger Festspiele te leiden was ik er klaar voor. In Salzburg was hij de juiste man op de juiste plaats. Door Mortier heeft Salzburg altijd een veel grotere aantrekkingskracht op mij gehad als het provinciale Bayreuth. Tussen haakjes : wat Bayreuth nodig heeft is precies een man als Mortier. Daar staan we verder van af dan ooit nu Katharina Wagner haar slag lijkt thuis te halen. Na zijn verdwijnen in Salzburg hebben de Festspiele nooit meer het niveau gehaald van zijn beste jaren en het is te hopen dat Markus Hinterhäuser, zijn medewerker voor hedendaagse muziek, de Festspiele vanaf 2016 terug kan laten aanknopen met het elan van weleer. Hoedanook, neurobiologen hadden in die jaren kunnen vaststellen hoe mijn orbitofrontale cortex oplichtte bij: La Clemenza di Tito (Hermann), Lulu (Peter Mussbach), Boris Godoenov (Wernicke), Der Rosenkavalier (Wernicke), La Damnation de Faust (La Fura dels Baus), Die Zauberflöte (Achim Freyer).

Van Hoet heb ik niets geleerd. Van Mortier heb ik alles geleerd. Toen hij halfweg de jaren 90 een week lang een gastcollege over opera gaf aan de UIA zei hij mij: je zal in 1 week even veel leren als door 10 jaar lang boeken te lezen. Daar was niks van gelogen. Mortier was een schitterend causeur. Omdat het altijd over inhoud ging. Ook in Salzburg hield hij lezingen om zijn artistieke keuzes toe te lichten. Na zo'n lezing was het onmogelijk om de zaal niet te verlaten met een verlichte geest.

Mortier liet regelmatig doorschemeren dat opera wel eens zou kunnen verdwijnen. Het werd hem niet altijd in dank afgenomen. Anderzijds hebben weinigen zoveel gedaan om de levenskracht van het genre te bevorderen. Hij zocht constant naar vernieuwing. Zo liep ik hem eens tegen het lijf in een kleine Brusselse jazzclub waar hij het trio van Henry Threadgill kwam beluisteren. Hij had een projectje opgestart met Threadgill en Dirk Roofthooft, een projectje dat nadien snel doodbloedde. Hij kende niets van jazz maar zulke dingen deed hij deed hij dus wel. Ook zijn geflirt met Nick Cave en David Bowie was pure pose, maar hij probeerde tenminste de grenzen te slechten tussen populaire en elitaire cultuur.

Met Wagner had hij een haat-liefde verhouding, al heb ik de indruk dat het met de jaren sterk verbeterde. Hij was gewoon te links om Wagner volledig in vertrouwen te kunnen nemen. Hij zag er dan ook geen graten in dat Krzysztof Warlikowski zijn privé neurosen losliet op Parsifal, tot grote ergernis van zijn Parijse publiek. Hij had ook een diep respect voor Wieland Wagner. Tijdens lezingen zei hij wel eens dat de naoorlogse opera op drie pijlers rustte: Maria Callas, Walter Felsensein en Wieland Wagner. Wielands Parsifal in Bayreuth behoorde tot zijn grootste belevenissen in het theater.

Steeds ging het mis wanneer hij zijn politieke voorkeuren in zijn werk liet doorwerken. Zijn grootste artistieke flop was ongetwijfeld "Die Fledermaus", een nutteloze provocatie aan het adres van zijn conservatieve Weense publiek. Urenlang kon hij samen met Neuenfels het project verdedigen. Het heeft jaren geduurd voor ik het perverse van zijn demarche heb ingezien.
Hoe hij Bart de Wever tegen al zijn linkse vrienden in meende te moeten verdedigen om dan even later een bocht van 180 graden te maken met vulgaire en kleingeestige tackels, het is niet de fraaiste bladzijde in zijn loopbaan. Een man die op zijn terrein - het artistieke- nooit bereid was om compromissen te sluiten moet een politicus niet verwijten hetzelfde te doen zeker niet als je zelf te laf bent om in de politiek te stappen uit vrees je maagdelijkheid te verliezen. Vlamingen houden van Bart de Wever precies vanwege het hoge Gerard Mortier gehalte dat ze in hem herkennen.

Lees ook zijn laatste boek, dat in geen enkel perscommentaar is opgedoken: "Dramaturgie einer Leidenschaft", zijn artistieke autobiografie. Het verschijnt deze maand bij Metzler. Voor wie Mortier van nabij heeft gevolgd zal het zijn als stappen in een warm bed. Zo schrijft hij ondermeer: "Theater machen bedeutet, die Rputine des Alltäglichen zu durchbrechen, die Akzeptanz wirtschaftlicher, politischer und militärischer Gewalt als Normalität infrage zu stellen, die Gemeinschaft zu sensibilisieren für Fragen des menschlichen Daseins, die sich nicht durch Gesetze regeln lassen, und zu bekräftigen, dass die Welt besser sein kann, als sie ist. Theater machen ist also eine Sendung, ein priesterliches Amt beinahe, ohne darum eine Offenbarungsreligion zu sein. Das Theater ist eine Religion des Menschlichen." Het hadden woorden van Richard Wagner kunnen zijn.

Gerard Mortier zei weleens dat hij tot de 10 beste cultuurmanagers van de wereld behoorde. Dat vraagt een kleine correctie : hij was gewoon de beste.

P.S. "Dramaturgie van een passie " verschijnt in juni nu ook bij De Bezige Bij.