Posts tonen met het label Liudmyla Monastyrska. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Liudmyla Monastyrska. Alle posts tonen

dinsdag 8 oktober 2019

Kirill Serebrennikov met Nabucco in Hamburg (****½)

Dimitri Platanias als Nabucco
© Brinkhoff/Mögenburg

BY THE RIVERS OF BABYLON

Nabucco is voor Verdi wat Rienzi is voor Wagner: beide werken hebben cruciale carrièredoorbraken geforceerd op existentiële momenten van twijfel. Sterker nog, beide werken zijn geschreven in hetzelfde jaar 1842! Alsof de voorzienigheid er zich mee bemoeide. Geen van beiden zijn voldragen meesterwerken. Nabucco faalt vooral in dramaturgisch opzicht: Nabucco’s waanzin getriggered door de bliksem van God, zijn plotse bekering tot het jodendom, de smeekbede om vergeving van zijn machtshongerige adoptiefdochter Abigail, stervend aan het gif waarmee ze uit het leven is gestapt, het is te gek voor woorden.

Regisseur Kirill Serebrennikov, door een bepaalde Poetin-onvriendelijke pers gecanoniseerd tot rockstar van de Russische dissidente kunstenaars, werd in de zomer van 2017 aangehouden voor het verduisteren van 133 miljoen roebel (ca. 1.8 miljoen euro) aan subsidiegeld. Hij verkeert sindsdien onder huisarrest. In Hamburg liepen de repetities daardoor onder de leiding van Evgny Kulagin. Die werden gefilmd en s’avonds per usb-stick doorgestuurd naar zijn advocaat voor commentaar. Vertrekkend van het bijbelse verhaal over de ballingschap van de joden in Babylon construeert Serebrennikov een hedendaagse geopolitieke fabel met de Syrische oorlogsvluchtelingen in een hoofdrol.

Voor de ouverture start bevinden we ons reeds in de plenaire zaal van de Verenigde Naties. Veiligheidsagenten checken de lessenaars op bugs. Dan mogen de poetsvrouwen aan het werk. LED-schermen met lopende berichten over de urgentie van het klimaat en de mondiale toestand beginnen te lopen in een lus. Op de agenda van de vergadering staat de omgang met de wereldwijde vluchtelingencrisis: hier worden plannen gesmeed voor een nieuwe wereldorde met Zion in een hoofdrol. Tot zover komt dit vrij goed overeen met de werkelijkheid.

Het vervelende is dat alle berichten i.v.m. de vluchtelingenproblematiek door mekaar worden geklutst en ook dat ze morele veroordelingen inhouden. Zo is Trumps muur tegen illegale migratie bedoeld en niet tegen oorlogsvluchtelingen. Politiek rechts wordt al snel in een slecht daglicht geplaatst. Nabucco, die nog maar pas een “Assyria First”-campagne leidde wordt in het kamp van de rechtspopulisten gezet. Hij blikt in de camera’s met de zelfverzekerdheid van Trump, precies één week nadat Trump zijn in de media ondergesneeuwde speech hield in hetzelfde halfrond. De multilateralist Zaccaria die de supranationale belangen verdedigt, rekent deze productie tot het kamp van de goeden.

Hier geen hangende tuinen van Babylon of scènes aan de oevers van de Eufraat, de intriges tussen de protagonisten ontspinnen zich tussen de banken van het wereldparlement en in de kantoren. Het koor is prominent aanwezig tijdens dit eerste bedrijf en de Staatsopera toont meteen wat ze op dat vlak te bieden heeft. Nabucco’s waanzinsapotheose is mooi in scène gezet. Minutenlang wordt hij geschminkt voor een persconferentie in de mondiale schijnwerpers. Wanneer hj dan uiteindelijk “Ik ben niet langer koning, ik ben God” uitroept wordt hij getroffen door een hartaanval, Gods bliksem inderdaad. Het duet van het derde bedrijf toont Abigail op het toppunt van haar macht, hooghartig, minachtend en wreed. Een stout-komische choreografie met haar dienaars zet dat flink in de verf. Nabucco zelf kwijnt weg als een soort koning Lear.

Het overbekende “Va pensiero” kanaliseert de patriottische gevoelens van vluchtelingen in een tentenkamp. Via een scherm blikken we tevens in het gelaat van vluchtelingen waaronder vele kinderen. Syrische vluchtelingen die in Hamburg leven mengen zich onder het koor terwijl het koor zelf verdwijnt naar de achtergrond. Later zullen deze amateurzangers hetzelfde slavenkoor doubleren o.l.v. een koordirigente. Sommigen vonden dat hartverscheurend, ik vond het eerlijk gezegd een beetje pijnlijk om aan te horen. De problematische finale zelf gaat een beetje ten onder in de semi-religieuze soepjurken van een conventionele voorstelling.

Alexander Vinogradov als Zaccaria
© Brinkhoff/Mögenburg

Viermaal gaat het doek naar beneden voor een intermezzo, gespeeld op de oud door Abed Harsony. Soms wordt hij gesecondeerd door zangeres Hanna Alkourbah voor een melancholisch lied, meestal met heimwee naar het vaderland als thema. Tegelijkertijd zijn foto’s te zien van Sergey Ponomarev over de reis van de Syrische vluchtelingen naar het Westen en van de locale vernietigingen aangericht door de oorlog. Merkwaardig toch dat sommigen in de zaal afwijzend reageerden op deze aan een geïmporteerde cultuur opgeofferde rustpunten, althans dat deden ze tijdens de première in maart. Ze vormden echt een meerwaarde voor deze theaterbelevenis.

Het perverse aan deze voorstelling is dat het stuk de Hebreeërs laat triomferen als de goeden terwijl het uitgerekend de zionisten van Israël zijn die de oorlog in Syrië hebben veroorzaakt. Samen met de eeuwige bondgenoot Uncle Sam, Saoedi-Arabië en Quatar. Dat kom je via de mainstream media natuurlijk niet te weten. Geen enkele perscommentaar die daar iets over schrijft. Sterker nog, uitgerekend Vladimir Poetin, die de door Israël beoogde balkanisering van Syrië heeft verhinderd en de Syriërs hun vaderland heeft teruggegeven, staat door de zaak Serebrennikov een beetje te kijk als een beperker van de artistieke vrijheid, een boodschap die wel zijn weg vindt naar de pers. Het zegt iets over hoe de nazaten van Zaccaria in staat zijn het officiële narratief te kneden en de geheime ambities van Zion onder de radar weten te houden. Het zou mij benieuwen om te horen hoe de Syrische medewerkers aan deze productie hierover denken.

Paolo Carignani dirigeert het orkest van de Staatsopera met alle toeters en bellen en vooral met een warme, zuiderse en zinnelijke klank die vooral door de kopers wordt bepaald. Erg geslaagd zijn de gepunteerde ritmes in het mannenkoor. Het is duidelijk dat dit orkest meer affiniteit heeft met Verdi dan met Janacek.

Liudmyla Monastyrska als Abigaille is niet over de hele lijn de grote dramatische sensatie die ze is. De echt dramatische passages gooit ze met wellust in de zaal maar sommige uithalen klonken minder fraai, op het schreeuwerige af. In de belcanteske momenten bewijst ze dan weer dat ze de stem volledig kan terugnemen en ook heel ongehavend kan laten klinken. Toch wel een dijk van een prestatie.

Dimitri Platanias als Nabucco beschikt over een warm maar niet echt helder timbre. Hij zingt de hele partij met een feilloos stijlgevoel. Tigran Martirossians Zaccaria is zwak. Het timbre is onaangenaam en de stem projecteert onvoldoende.Dovlet Nurgeldiyev maakt van Ismaele een mooi gefraseerde partij.Nadezhda Karyazina als Fenena liet een fascinerend timbre horen, bijna als dat van een alt.


Koor van de Hamburgse Staatsopera: "Va pensiero"
© Brinkhoff/Mögenburg

woensdag 18 februari 2015

Macbeth in de Berlijnse Staatsopera (***½)

Foto : Mara Eggert

NACHT OP EEN KALE BERG

Als Graaf Luna had hij in Salzburg een povere indruk achtergelaten. Stilletjes had ik gehoopt dat Placido Domingo zou afhaken voor zijn Macbeth-debuut (zijn 145 ste!) en vervangen zou worden door een patentere collega als Simon Keenlyside. Maar Simon verkeert momenteel in een stemcrisis en boze tongen beweren dat dat komt omdat hij iemand anders probeert te zijn dan hij werkelijk is, namelijk een Verdi-bariton. Het maakte de prestatie van de 74-jarige stertenor (sommigen schatten hem 5 jaar ouder!) des te bewonderenswaardiger. Na de voorstelling was hij zichtbaar vermoeid en je vraagt je af wat zo iemand drijft om op deze gezegende leeftijd nog naar de gunst van een publiek te dingen. Kent het narcisme van een leven in de spots dan geen grenzen? Een burn-out valt niet meteen te vrezen want Domingo maakt zich op voor nog meer debuten als bariton : Gianni Schicchi en Posa in Don Carlo.

Peter Mussbach maakte een voorstelling zonder decors. Als een grote molshoop staat een kale heuvel midden op het toneel. Menige aria zal van hieruit gepleurd worden. Er zijn twee requisieten: een dolk en een zwaard en er wordt ook wat gegoocheld met licht. De kostuums van de Lady en de witte maskers van de heksen verwijzen vaag naar de Japanse No-traditie. De orkestbak is afgezoomd met een wandelpaadje voor de zangers dat met groot effect zal worden gebruikt door de Lady Macbeth van dienst. Ook de heksen zullen er dankbaar gebruik van maken : in het derde bedrijf omcirkelen ze de orkestbak als de ketel waarin ze hun helse soep brouwen. Ze laten warempel kwalijke dampen uit de orkestbak opstijgen. Daarmee heb ik dan de in scènisch opzicht meest interessante momenten aangestipt want van zodra je Banquo en Macbeth door een mangat in de toneelvloer hebt zien kruipen weet je dat dit een avond zal worden waarbij het theater iedereen in de steek zal laten. De Staatsoper had dus weinig andere keuzes dan in te zetten op de pure zinnelijkheid van het zingen. Dat was evenwel niet voor alle deelnemers weggelegd.

Placido Domingo begon redelijk goed aan zijn partij. Hij kan nog heel heroïsch uit de hoek komen en af en toe krijg je een vermoeden van de zinnelijkheid waarmee hij het Italiaanse repertoire destijds moet hebben gezongen. Mettertijd begint hij naar lucht te happen en tegen "Pietà, rispetto, amore" is de vermoeidheid zodanig ingetreden dat Macbeths woorden "Eppur la vita sento nelle mie fibre inaridita" ("maar ik voel in mijn aderen het leven opdrogen") autobiografisch zijn geworden. Jammergenoeg moet hij ook het vaak gecoupeerde "Mal per me" zingen en dat past vreemd genoeg redelijk goed met zijn gebroken stem. Kortom, dit was een prestatie waarbij bewondering en irritatie mekaar in evenwicht hielden.

Liudmyla Monastyrska daarentegen was een regelrechte sensatie. Dat wisten we al sinds haar debuut in Londen onder Antonio Pappano in de regie van Phyllida Lloyd (zie dvd).
In "Vieni, t'affretta" waar ze frequent moet schakelen tussen te registers laat ze lichte problemen horen maar die betekenen niets binnen het geheel van deze temperamentvolle voordracht die qua dramatische power en frasering niets te wensen over laat. Uiteraard was zij de dominerende partner in alle duetten met Domingo. Wanneer ze tijdens "Or tutti surgete" de dienaren van de hel aanroept doet ze een uitstapje in de zaal, een feest voor de voorste parterrerijen. "La luce langue" bouwt ze op vanuit pianissimo. In het brindisi is ze grandioos en in de de slaapwandelscène laat ze horen hoe genuanceerd ze kan zijn in mezza voce modus.

René Pape bevestigde de kwaliteit van zijn Banquo, die hij in New York al had laten horen, met mooie zalvende lijnen in zijn afscheidsaria, maar toch weer met een iets te kleine emissie.

Rolando Villazon heeft na zijn stemcrisis nooit meer de glans terug gevonden die zijn tenor ooit bezat. De stem klinkt nu droog en kleurloos. Hij startte MacDuffs "Ah, la paterna mano" met een zwaar intonatieprobleem en elk moment vreesde je dat zijn stem zou gaan breken. Dit was pijnlijk om mee te maken.

Daniel Barenboim laat het orkest van de Staatsopera een beetje ruw klinken en is net iets te fel geneigd om te overweldigen. Zoals steeds laat hij zijn orkest groeten van op het toneel. Chique.