Posts tonen met het label Zimmermann. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zimmermann. Alle posts tonen

zondag 26 juni 2016

Vasily Barkhatov met Die Soldaten in Wiesbaden (***)

Gloria Rehm als Marie © Karl & Monika Forster

CAN ONE LEARN TO STOP WORRYING AND LOVE THE BOMB ?

Die Soldaten, een werk dat elk groot operahuis aan de rand van zijn mogelijkheden brengt, is te complex om over te laten aan de resources van een provincietheater. Het risico bestaat dan dat slechts de helft van het potentieel van het stuk wordt waargemaakt. Wiesbaden overtilt zich aan het complexe werk.

Omwille van het uitgebreide instrumentarium start elke opvoering van Die Soldaten met een logistiek probleem. In de orkestbak zitten enkel strijkers, houtblazers en het koper. Het slagwerk is nergens te bespeuren en afgevoerd naar een andere ruimte. Het geluid dat het produceert is, net zoals het orgel, enkel te horen via de luidsprekers die Zimmermann pas voor het vierde bedrijf heeft voorzien. Aldus ontstaat een diffuse mix van akoestische en electronische klanken, een klankbeeld dat detail ontbeert. In die omstandigheden is het moeilijk om de prestatie van Zsolt Hamar en het Hessisches Staatsorchester te beoordelen maar het summum van precisie leek het mij niet.

Driekwart van het publiek heeft plaatsgenomen op het toneel, de rest zit verspreid in het auditorium. De parterre wordt ingenomen door figuranten. Ze zijn onze spiegel en representeren een burgerlijk publiek. De loge rechts doet dienst als Weseners huis, links zitten keuvelende officieren. De gravin, de graaf en hun zoon hebben plaatsgenomen in de centrale koninklijke loge. De voorste parterre wordt omgeturnd in het eigenlijke speelvlak voor de scènes in het koffiehuis.

Bij de aanvang van het tweede bedrijf wordt een kingsize bom als een rubberen zeppelin over de hoofden van de echte toeschouwers in de zaal getrokken. Ze doet ook dienst als projectievlak maar meer dan beelden van het Staatstheater levert dit niet op. Naarmate de tijd vordert morphen de beelden naar een geschonden theater in oorlogstijd.

Voor de cruciale scènes in het koffiehuis heeft de piepjonge regisseur Vasily Barkhatov, wederhelft van Asmik Grigorian, vrij banale scènes uit het soldatenleven bedacht. De dans van de Andalousische danseres, het jazzbandje gaan onopgemerkt voorbij, het kietelduet tussen Desportes en Marie mislukt kompleet. De vijfde scène van het derde bedrijf, het duet van Charlotte en de Gravin is de meest geslaagde, vooral omdat Sarah Kempton erg goed staat te zingen. Maries neergang in de finale stelt weinig voor. Sterker is de slotscène waarbij alle figuranten ritmisch in de handen klappen op de tonen van marcherende soldatenlaarzen.

Gloria Rehm speelde een heel kokette Marie, tegelijk Lolita en Alice in Wonderland, en ze doet dat met een perfecte articulatie. Dat ze als belcantiste de hoge tonen in huis heeft voor Zimmermanns dodecafonisch belcanto wil ik wel geloven maar wegens een verkoudheid behandelde ze haar rol deze avond als een spreekrol.

Pavel Daniluks Wesener was erg ruw en ongenuanceerd, Martin Koch nauwelijks geloofwaardig als macho officier Desportes. Holger Falk speelde Stolzius teveel als een loser en kon nooit ontroeren. De beste mannelijke vocale prestatie kwam van Joachim Goltz als Eisenhardt.

woensdag 5 november 2014

Die Soldaten in München (*****)


WO DIE SCHÖNEN TROMPETEN BLASEN

Bernd Alois Zimmermanns lange tijd als onspeelbaar beschouwde opera heeft zich de afgelopen jaren bijzonder goed ingeburgerd in het repertoire van de meest prestigieuze operahuizen. Voor een sleutelwerk van de 20e eeuw is dat niets te vroeg. Michael Gielen, de dirigent die het werk creëerde in 1965, noemde Zimmermann ooit de laatste componist die alles kon. Met complexe simultaanscènes en verschillende orkesten transformeert alleskunner Zimmermann de geschiedenis van het soldatenliefje Marie met haar hang naar het hogere tot een parabel over hedendaagse maatschappelijke structuren en tot een aanklacht tegen elke vorm van onderdrukking - militair, sociaal zowel als privé. Hij neemt niet alleen afstand van de eenheid van tijd, maar gebruikt tevens de meest uiteenlopende muzikale vormen. Jazzklanken en Bach-koralen, elektronische klankmassa's en coloratuurzang culmineren uiteindelijk in een akoestische atoomexplosie. Alsof het een middeleeuwse moraliteit betrof strooit hij zijn boodschap over onze hoofden uit: laat het zojuist aanschouwde nooit werkelijkheid worden.

Was Zimmermann getraumatiseerd door de Tweede Wereldoorlog? Feit is dat hij in zijn werk een obsessie ontwikkelt voor thema's als sociale onrechtvaardigheid, racisme en militarisme. Als 20-jarige neemt hij dienst bij de Wehrmacht en wordt paardenverzorger en koerier. Tijdens de veldtocht naar Frankrijk weet hij stiekem partituren van Stravinsky te verwerven, muziek die in Duitsland verboden was. In 1942 wordt hij uit het leger ontslagen als gevolg van een zware loodvergiftiging die hem zijn hele verdere leven zal tekenen. Met opera heeft hij lange tijd een probleemrelatie. Maar omdat het genre niet kapot te krijgen is wekt het tenslotte zijn nieuwsgierigheid op. Wanneer hij in 1957 besluit om "Die Soldaten" van Jacob Lenz tot een opera om te smeden dan doet hij dat niet zozeer vanwege de klassenmoraal in het stuk maar vanwege de vaststelling hoe, in wezen totaal onschuldige mensen, door uitzonderlijke noodlottige omstandigheden machteloos in de vernieling geraken. Niet toevallig heet zijn laatste compositie "Ich wandte mich und sah an alles Unrecht, das geschah unter der Sonne". Vrienden noemen hem joviaal. Je kan geen foto van hem vinden waarop hij zuur kijkt. Toch stapt hij, nauwelijks 52 jaar oud, uit het leven. De wereld spoorde niet met de maatschappij zoals hij die zich voorstelde, zegt Hartmut Haenchen.

Ook Jacob Lenz was zijn tijd ver vooruit. Naar eigen zeggen wilde hij uitdrukking geven aan de "stinkende adem van het volk". Zijn schets van het immorele soldatenmilieu waarin het van huis uit keurige burgermeisje Marie Wesener verstrikt raakt, was voor die tijd openhartig en ruw van taal. Vergeleken bij "Die Soldaten" (1776) was "Le Mariage de Figaro" (1784) van Beaumarchais lammetjespap. Bij zijn publicatie wekte het vooral afkeer op en het werk geraakte al snel in de vergetelheid. Voor Lenz was het wachten op Georg Büchner en de kus van componist Zimmermann voor het ultieme eerherstel. Zimmermann destilleerde er 15 scènes uit, ging zijn eigen weg in de finale en schonk ons de meest gewelddadige operapartituur uit de geschiedenis.

Ik verwijs naar mijn recensie van de productie in Berlijn voor meer info over de bedoelingen van de componist.

Er gaat niets boven een live-uitvoering zeggen sceptici van gefilmde opera wel eens. Sergiu Celibidache, die de live-ervaring boven alles stelde en een bloedhekel had aan CD-opnames, zei ooit : "Ik ga toch ook naar bed met mijn vrouw en niet met haar foto." Na een foto van zijn vrouw te hebben gegoogled moest ik hem prompt gelijk geven maar zijn opiniërende one-liner ging over muziekbeleving in de concertzaal en niet over opera.
De waarheid is dat je in de bioscoop dingen te ZIEN krijgt die je in geen honderd jaar in het theater te zien krijgt ook al bezet je er de duurste plaats. Anderzijds krijg je in het theater dingen te HOREN die slechts bij benadering in de electronisch gereproduceerde klank van de bioscoopervaring tastbaar zijn. Er is, met ander woorden, een even geldige reden voor het beleven van opera in de cinema als in het theater.

Waarom ik dit vertel? Omdat ik de live-stream van de Beierse Staatsopera in mei van dit jaar reeds had gesmaakt en nu dus een goede reden nodig had om een trip naar München te rechtvaardigen. Die had ik snel gevonden. Immers, ik ken weinig opera's die het meer verdienen om live mee te maken dan "Die Soldaten". Dat heeft alles te maken met de pure zinnelijkheid van de klank waartoe het reuzenorkest, dat Zimmermann opvordert, in staat is. Bovendien wordt het Münchense Nationaltheater wel eens geroemd als de 'Stradivarius onder de Duitse operahuizen".

Elk operahuis dat het door Zimmermann voorgeschreven instrumentarium in zijn orkestbak probeert te krijgen is aangewezen op een compromis. De voorgeschreven orkestbezetting is eerder als een soort wenslijst van de componist op te vatten en elk operahuis vult dat in op zijn manier. Kirill Petrenko had zijn orkestbak volgestouwd met een maximum aan voorgeschreven instrumenten, inclusief de pauken, de marimba, de xylofoon, het orgel maar ook een niet voorgeschreven piano en een klavecimbel. Daarover geen woordje uitleg in het programmaboek. Onder de kopers noteerde ik ook 2 wagnertuba's. Twee harpen flankeerden het orkest vanuit de linkse zijloge, de tempelklokken vulden de loge aan de rechterzijde. Dat was alles. Op het podium: het gebruikelijke jazzcombo (gitaar, bas, klarinet, trompet) en nog wat percussie. Het orgel was zeer prominent aanwezig in het klankbeeld. In Berlijn was het mij nauwelijks opgevallen. Ook het "slappen", om een jazzterm te gebruiken, van de contrabassen viel bijzonder op. De dynamiek van deze monstermachine was extreem. Tijdens de forte passages sneedt het koper messcherp door de ruimte. Het moet een harde dobber geweest zijn voor de voorste rijen. Of, hoe de live-ervaring ook fysiek pijn kan doen. Luidsprekers, opgehangen aan de balkons zouden de electronische klankband, gereserveerd voor de finale, verspreiden over de zaal.

Dat de productie het zou schoppen tot opvoering van het jaar kon je van ver zien aankomen. Kirill Petrenko bevestigde het in zijn status van dirigent van het jaar. In Bayreuth werd hij gebalsemd voor zijn uitvoering van De Ring, in München heeft hij tijdens zijn eerste seizoen zowat iedereen voor zich ingenomen. Alleen Carlos Kleiber heeft hem dat voorgedaan.

De scenografie van Harald B. Thor was ijzersterk. Zeven kooien vormen samen een votiefkruis. Samen met de bezwerende klanken van het orgel hult het de scène permanent in de waan van het sacrale, niet onbelangrijk voor de emotionele beleving van een stuk dat als een requiem is opgevat. De verzinkte kippendraad waarmee de kooien zijn afgezet leent zich zeer goed tot allerlei dramatische gestiek rond gevangenschap en foltering. In de kooien wordt verkracht, gefolterd of bordeelscènes nagespeeld. Uiterst gewelddadig allemaal maar bloedmooi.

Andreas Kriegenburg probeerde het spel en de lichamelijkheid van zijn acteurs te duiden vanuit een logica die ontspruit aan een nachtmerrie. Daarmee gleed de voorstelling nooit af naar het realistisch-triviale. Het bleek een meesterzet te zijn. De heel aparte stilering en bewegingsregie van de licht groteske personages domineerde het alfa en het omega van de voorstelling en herinnerde aan het expressionisme uit de stomme film. Het spoorde uitstekend met de wit geschminkte soldaten in hun zwarte Gestapo-uniformen. Nazi-uniformen worden al te gemakkelijk opgevoerd in het theater. Meestal om onze blik te kanaliseren en te richten op het kwade. Hier waren ze helemaal op hun plaats ook al was de context historisch incorrect. De misdadigers van het nazi-regime kan je van veel beschuldigen maar niet van vrouwenmishandeling, zo wist mijn bejaarde buurvrouw te vertellen.

Niet verwonderlijk dus dat het eigenlijke hoogtepunt van de voorstelling het feestje werd van de soldaten in het koffiehuis, voorafgaand aan de performance van de Andalousische danseres (Tweede bedrijf, Toccata II). Door Zenta Haerter werd de scène op een geweldige manier gechoreografeerd. Drie soldaat-percussionisten op de scène stellen het basisritme in. De hel barst los wanneer de overige soldaten, gezeten aan houten tafels als in een Biergarten, invallen met het ritmische kloppen van lepels en bierpullen, precies zoals voorgeschreven door de componist. Vier muzikanten in de outfit van de Fab Four uit Liverpool bemannen het jazzcombo. Wellicht was dit een verwijzing naar het gebruik van "Hey Jude" in Zimmermanns "Requiem für einen jungen dichter".

In de finale was geen film te zien en al helemaal geen beelden van een nucleaire catastrofe zoals voorgeschreven. Wel galmde een oorverdovend crescendo door de luidsprekers van een krijsende menigte en marcherende soldaten. De finale recycleerde het hoogtepunt van het tweede bedrijf, ze was overweldigend maar ontroerde niet. Marie verdween uit het beeld terwijl ze door Zimmermann als een metafoor voor alle menselijk lijden wordt opgevoerd, terwijl Eisenhardt, de almoezenier, het onze vader aanheft. Calixto Bieito had dat in Berlijn overtuigender opgelost. In de finale bloed- en verkrachtingsroes blijven de soldaten achter in een fotografische still, starend in het auditorium met bloedend gebit. Op de achtergrond staat een naakte man met een zwarte zak over het hoofd, een beeld uit Abu Ghraib om ons er aan te herinneren dat militair geweld nog zo snel niet zal uitsterven.

Barbara Hannigan, naast Claron McFadden de onbetwiste diva van de hedendaagse opera, heeft geen grote stem en geen grote projectie. Maar ze heeft geen hoogtevrees en geen last van de moordende intervalsprongen waarmee Zimmermann zijn dodecafonisch belcanto opleukt. Ik ben benieuwd hoe ze het ervan afbrengt in de Brusselse Don Giovanni. Een Lulu is immers nog geen Donna Anna.

Marie is het kokette, nukkige, naïeve meisje dat iedereen om de vinger windt. Ze is mens en tegelijk heel artificieel. Ze is een beetje Lolita, en tegelijk een beetje Alice in Wonderland. Hannigan speelt dat tot in het extreme, met een beweeglijkheid die doet vermoeden dat ze fysisch tot zowat alles in staat is. Dat spoorde volledig met de visie van Zimmermann : "Marie bleibt bei alle Stationen ihres Niedergangs kindlich und im Grunde völlig unberührt. Darin gleicht sie der Lulu. Freilich mit dem Unterschied, das Lulu alle Männer um sich her ins Unglück stürzt, während Marie durch alle Männer um sich her ins Unglück gestürzt wird: beide in einem unendlichen Sinne rein".

Het kietelduet met Desportes was hilarisch, de daaropvolgende verkrachting des te brutaler.
Als een speelbal wordt ze tussen de mannen heen en weer geslingerd. In één van de sterkere scènes van het laatste bedrijf rent ze van deur tot deur en wordt telkens afgewezen. Daarna eindigt ze tussen de vuilzakken. Voor de finale brutale verkrachtingsscène liet Hannigan zich vervangen door een doublerende danseres.

Oka von der Damerau liet een mooie mezzo horen en verbaasde met een geweldige faciale expressie. Nicola Beller Carbone gaf een zeer gaaf portret van de Gravin de la Roche. Het damestrio dat ze leidt aan het einde van het derde bedrijf en dat zich spiegelt aan het beroemde trio van "Der Rosenkavalier" was voortreffelijk.

Ook de mannenrollen waren uitstekend bezet met Daniel Brenna als Desportes en Christoph Stephinger als Wesener. Ivan Nagy gaf een zeer doorleefd portret van Stolzius.

dinsdag 24 juni 2014

Calixto Bieito's "Die Soldaten" in Berlijn (****)


LA FILLE DU REGIMENT

Weinig ervaringen in het theater zijn zo overrompelend, zo verschroeiend als "Die Soldaten". Telkens wanneer Bernd Alois Zimmermanns striemende aanklacht tegen oorlog en geweld neerstrijkt in één van de grote operahuizen van Europa katapulteert het werk zich geheid tot het hoogtepunt van het seizoen. Dat was zo op de Ruhrtriennale (2006) als op de Salzburger Festspiele (2012). Niet minder dan twee exemplarische producties zagen het licht dit seizoen, unaniem bejubeld door pers en publiek in Zürich, München en nu ook in Berlijn. Daarmee lijkt "Die Soldaten" nu goed op weg om zijn plaats te veroveren in het repertoire. Dat is niet alleen goed nieuws, dat is uitstekend nieuws.

Lange tijd gold "Die Soldaten" als onspeelbaar. De uitdagingen ten aanzien van ritmische precisie zijn enorm en Zimmermanns instrumentarium voor 120 muzikanten, percussie, jazz combo en orgel is met geen mogelijkheid in de orkestbak te krijgen van een regulier operahuis. De oplossing die Calixto Bieito en scenografe Rebecca Ringst voor de opera van Zürich en de Komische Oper in Berlijn verzonnen zal daarom misschien school maken. In battledress zitten de muzikanten op het podium, meer bepaald op een stalen portaalconstructie die het toneel overspant. Tegelijkertijd kunnen mobiele percussiegroepen over de toneelvloer worden aangeschoven wanneer nodig. Het speelvlak is de afgedekte orkestbak. Een hulpdirigent leidt de solisten vanaf de eerste parterrerij. Die kunnen zich daardoor moeiteloos handhaven naast het orkest en staan in direct contact met het publiek. Het is een pragmatische oplossing die slechts éénmaal frustreerde met name toen het geweldige pauken-ostinato van de prelude een beetje verzoop in de klankmassa omdat de regisseur het koor de hele vrije ruimte had laten innemen ten koste van de pauken. Erg jammer.

In vergelijking met "Die Soldaten" is Wagners "Ring des Nibelungen" kinderspel. Het is telkens opnieuw fascinerend om vast te stellen hoe onspeelbaar geachte werken zichzelf mettertijd toch een plaats in het repertoire weten te verwerven. "Orkesten zijn vandaag ervarener en flexibeler geworden. De opleiding aan de hogescholen is vandaag stukken beter dan ten tijde van de première in Keulen anno 1965", meent Gabriel Feltz, GMD van Dortmund en dirigent van dienst. Als de laatste tonen van de indrukwekkende partituur zijn uitgestorven staat Feltz te blinken in zijn kaki combatshirt, drijfnat van het zweet.

In een stuk dat van sex en geweld zijn bloederig hoofdthema maakt, hoefde Calixto Bieito, de zogenaamde schandaalregisseur, nauwelijks uit zijn rol te vallen. Het verhaal van het burgermeisje Marie dat door soldaten tot hoer wordt gemaakt om uiteindelijk in de goot te belanden zodat zelfs haar vader haar niet meer herkent, is een gegeven ontleend aan de "Sturm und Drang"-dichter Jacob Lenz dat door Zimmermann evenwel op een hoger plan wordt getild. Als een vrouwelijke Christusfiguur, halfnaakt, de armen gespreid, overgoten met een emmer theaterbloed - een overduidelijke cinematografische verwijzing naar Brian De Palma's "Carrie" - zal Bieito Marie opvoeren in de finale als symbool van een uit zijn hengsels gelichte, verkrachte wereld, als slachtoffer ook van de nietsontziende vernietigingskracht van alle oorlogsgeweld.

Marie is nochtans vol "joie de vivre" en zeer zelfbewust. Niemand dwingt haar tot geflirt met de soldaten. Ze leert over de wereld door te experimenteren zonder ook maar één ogenblik de consequenties daarvan te vermoeden. De angst komt later. Simultane videobeelden tonen haar in haar aanvankelijke onschuld als 10-jarige met een slachtrijpe haan in de armen.
Sociale promotie is wat haar drijft -en tevens haar vader- en dat gaat ten koste van haar verloving met Stolzius. Ze is koket in de beide verleidingsscènes met baron Desportes, ze draait haar vader om haar vinger, ze flirt met het publiek en gunt ons uitdagend een blik op haar borsten. Sex is hier minder expliciet als in Bieito's Antwerpse "Lady Macbeth" maar Desportes mag toch haar slipje uittrekken en zich laven aan de weelde van haar onderlijf.

Bieito's massascènes in het koffiehuis zijn vol leven. Ze verwijzen ondermeer naar de folterpraktijken van Abu Ghraib maar ze zijn niet strikt gechoreografeerd zoals in München. Die licht groteske bewegingsregie van de soldaten in nazi-uniform was nochtans het eigenlijke hoogtepunt van Andreas Kriegenburgs Münchense productie.

Bieito koos eerder voor afwezigheid van historische referenties hetgeen spoort met de veelzeggende tijdssituering van de componist : "gestern, heute, morgen". Geweld is van alle tijden, aldus de pessimistische boodschap van de componist. Zimmermann wist waarover hij sprak. Hij maakte Wereldoorlog II mee aan het front als 20-jarige. Zonder enige twijfel ligt zijn oorlogstrauma aan de basis van het stuk en mogelijkerwijze ook aan zijn zelfmoord, 5 jaar na de succesvolle première in Keulen.

In het vierde bedrijf gaat Zimmermann zo ver de Aristotelische eenheid van ruimte,tijd en handeling op te blazen. Of het nu gisteren, vandaag of morgen is, alles gebeurt op hetzelfde moment, tegelijkertijd, het is een toren van Babel. Het gebeuren rondom Marie en haar vader wordt met optische en akoestische middelen gekonfronteerd die niets meer met het drama van Lenz te maken hebben maar rechtstreeks met de directe leefwereld van de componist. Door het integreren van marcherende soldaten en oorlogsgeluiden op klankband wordt de handeling tot een paradigma voor de zinloze brutaliteit van om het even welke oorlog.

Zimmermann probeert hier het theatermodel te realiseren dat hij als "totales Theater" of "pluralistischen Oper" zal omschrijven : "Die eigentümliche Situation, in der sich unser heutiges Theater befindet, insbesondere in Deutschland, bringt es mit sich, daß über das, was für die Gegenwart zu fordern ist, als von etwas gesprochen werden muß, was erst die Zukunft bringen kann. Wenn dergestalt von Oper die rede ist, so ist an eine Oper zu denken, besser noch: an ein Theater, unter dem ich die Konzentration aller theatralischen Medien zum Zwecke der Kommunikation an einer eigens dafür geschaffenen Stätte verstehe. Mit anderen Worten: Architektur, Skulptur, Malerei, Musiktheater, Sprechtheater, Ballett, Film, Mikrophon, Fernsehen, Band-und Tontechnik, elektronische Musik, konkrete Musik, Zirkus, Musical und alle Formen des Bewegungstheaters treten zum Phänomen der pluralistischen Oper zusammen"

Zo spreekt een man die niets anders doet dan het theoretisch werk van Wagner verder te denken, en dat zonder ook maar één noot schatplichtig te zijn aan de meester van Bayreuth.

Tijdens het daaropvolgende diminuendo moest van de componist op het toneel langzaam de wolk van een atoombom zichtbaar worden. Bieito steekt spots aan in de zaal om de lichtflits te simuleren. Op het vlak van de integratie van moderne media is zeker nog niet alles gezegd.

Susanne Elmark heeft alles in huis om de partij vocaal en scenisch naar haar hand te zetten. Haar dictie is perfect, haar intonatie loepzuiver ondanks de halsbrekende intervallen, haar emissie ruim voldoende voor een uitstekende Wozzeck Marie. Het kietelduet met Desportes was verrukkelijk en hilarisch tegelijk.

Martin Koch als Desportes was uitstekend, geen versmachte tenor ondanks de moeilijke tessituur. Hetzelfde gold voor Tom Erik Lie als de gekwelde Stolzius, ook al ligt de partij erg hoog voor een bariton, en Jens Larsen als Wesener, Marie's vader. Noemi Nadelmann als de Gravin had iets meer last van het grillige parcours van Zimmermanns "dodecafonisch belcanto".

Opgelet ! "Die Soldaten" maakt het knap lastig voor andere componisten. Toen Calixto Bieito daags na de première in Zürich naar Londen vloog om de première van zijn Fidelio bij te wonen kon hij, naar eigen zeggen, Beethovens muziek nauwelijks nog verdragen. Daar kan ik goed inkomen. Zulke dingen doet "Die Soldaten" met je. Omdat het tegelijk intellectueel fascinerend én muzikaal beroezend is, wat mij betreft de kenmerken van het échte meesterwerk.

Met "Die Soldaten" achter de kiezen blijft Bieito positief voor de toekomst van de opera: "Ich hatte den Glauben daran aufgegeben, dass das Theater Menschen verändern kann. Aber vielleicht ist es tatsächlich ein Stück weit möglich. Oper wäre dafür jedenfalls geeignet. Die Oper ist die Kustform der Zukunft, weil sich Oper im Kopf und im Herzen festsetzt. Im Sprechtheater versucht man heute, musikalisch zu sein, um das zu erreichen. Aber bei Texten ist es schwieriger, weil sie einen eher auf intellektuele Weise ansprechen; Oper geht unmittelbar in den Bauch".

zaterdag 31 mei 2014

Die Soldaten: live-stream vanuit München


Telkens wanneer Bernd Alois Zimmermans "Die Soldaten", lyrisch meesterwerk van het serialisme, in één of ander groot operahuis neerstrijkt wordt het lange tijd als onspeelbaar geachte werk geheid tot het hoogtepunt van het seizoen. Dat was in Salzburg zo en onlangs ook nog in Zürich. In München (première 25 mei), in de kundige handen van Kirill Petrenko en Andreas Kriegenburg, was het niet anders. Met de geweldige Barbara Hannigan als Marie.

Vanavond als live stream te beleven vanuit München om 19 uur. Niet te missen!

Naar Staatsoper TV