Posts tonen met het label Idomeneo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Idomeneo. Alle posts tonen

woensdag 21 augustus 2019

Peter Sellars met Idomeneo in Salzburg (****)

Paula Murrihy (Idamante) & Nicole Chevalier (Elettra)
© Ruth Walz
NEPTUNUS EN DE CLUB VAN ROME

Met Idomeneo staan Peter Sellars en Teodor Currentzis, het succesteam van “La Clemenza di Tito” anno 2017, opnieuw in de Felsenreitschule. Dat succes van twee jaar geleden doen ze vandaag dunnetjes over in een productie die zeer gelijkaardig oogt en zich hetzelfde soort vrijheden permitteert. Idomeneo is een opera over de oceanen, zegt Sellars en in het verhaal van de vader die zijn zoon offert in een lichtzinnige deal met Neptunus mogen we gerust de gelijkenis zien van een schuldige samenleving die het milieu om zeep helpt op kosten van de komende generaties. Natuurlijk is niemand tevreden met de plastieksoep in Neptunus’ oceanen maar Sellars hoefde tijdens zijn Festrede in Salzburg zijn toehoorders niet te vermoeien met stijgende zeespiegels en eloges aan spijbelende schoolkinderen.

"Auf der ganzen Welt sitzen heute Verantwortungsträger an den Hebeln der Macht, die bereit sind, die kommende Generation zu opfern, die sich den dringend zu ergreifenden Maßnahmen und der sofortigen Reaktion auf das, was unser Planet einfordert, verweigern. Wie viele Wirbelstürme sind noch notwendig? Wie viele Hitzewellen?", vraagt Sellars zich af. En de Griekse tragedie leert ons: "Es gibt nicht das Böse, es gibt nur Ignoranz." Precies. En van die drammerige onwetendheid legt hij vervolgens getuigenis af door te stellen : “Die Wissenschaft gibt uns noch genau 15 Jahre, um eine neue, eine ökologische Zivilisation zu schaffen. Und wo sind die Künstler?” of “In diesem Jahr haben erstmals erneuerbare Energiequellen die Rentabilität der fossilen Brennstoffe übertroffen. Sogar der Kapitalismus scheint dies zu erkennen.”

Peter Sellars, steeds in bloemenhemd en parelkrans om de nek alsof hij permanent op Hawai leeft, blijven wij ondanks het gepreek onverminderd een toffe peer vinden. Zijn talent als regisseur staat buiten kijf en zijn core-business -mensen verbinden in diversiteit- is één van de permanente opdrachten van de kunst. Dat hij zijn kunstenaarsbubbel ook verlaat om, gezeten op de wolk van zijn moral high ground, ons meent te moeten onderrichten over zaken waar hij geen verstand van heeft, is eerder problematisch. Theater verliest alle geloofwaardigheid als het de politieke agenda van het IPCC dient en het verdienmodel van gewiekste groenlinkse oligarchen aanprijst. Mozart als hofcomponist van de Club van Rome? Nein, danke!

Dat dit ecologische bewustzijn zijn weg gevonden heeft naar de voorstelling wordt door alle commentatoren opgepikt. Maar het hoeft niet. Je kan de doorzichtige amforen, de petflessen, de mossels, de kwallen waarmee het koor in de weer is, ook gewoon als esthetische objecten zien. Sellars doet er verder namelijk niets mee. Hij laat ook de finale van het vader/zoon conflict niet uitdraaien op een demonstratief Greta Thunberg scenario. Maar het happy end is er wel degelijk en voor één keer krijgen we Mozarts balletmuziek te horen die normaal altijd geschrapt wordt. En deze blijkt niet zo bijster boeiend.

Zo goed als alle secco-recitieven zijn geschrapt. Daardoor ontstaat een verdichting die het stuk een zekere vaart geeft maar waardoor het niet altijd even gemakkelijk te volgen is. Ook zijn er aria’s gesneuveld zoals “No, la morte io non pavento” (derde bedrijf) waarbij Idamante de dood aanvaardt voor de lieve vrede in het vaderland en de gemoedsrust van zijn vader: “Wir haben nicht 1936, Hitler sitzt im Publikum und der Sänger ist blond. Ich kann diese Arie nicht auf der Bühne haben, sie ist ein Stück Müll.”, zegt de regisseur daarover in Die Süddeutsche waarmee hij zich ontmaskert als een wel erg fervent beeldenstormer van het postmoderne identiteitsdenken. Ter compensatie zal Idamante in de finale de concertaria "Ch'io mi scordi di te?" te zingen krijgen.

Paula Murrihy als Idamante
© Ruth Walz

De ouverture schildert het krijgsgevangenschap van de Trojaanse prinses Ilia. Tijdens haar verhoor zingt ze over het verlies van haar vader en haar broers. Ronny Duiveman heeft het koor in home wear pakken gestoken die het midden houden tussen pyjama’s en camouflage-uniformen, oranjebruin voor Troje, blauw voor Kreta. De cruciale scène van Idomeneo’s landing en de noodlottige ontmoeting met zijn zoon dompelt de Felsenreitschule in adembenemend blauw en rood licht en scenograaf George Tsypin laat opnieuw zuilen van plexiglas uit de toneelvloer oprijzen.

De behandeling van het koor, vaak met synchrone handgebaren, werkt nog steeds na 30 jaar en de koorpassages als het slotkoor van het eerste bedrijf, “Nettuno s’onori” en “Corriamo, fuggiamo quel mostro spietato ” in het tweede bedrijf, behoren tot de onmiskenbare hoogtepunten van de avond.

Van Elettra’s aria “Idol mio, se ritroso” maakt de regisseur een minutenlange erotische knuffelpartij: vintage Sellars. De stormscène doet de Felsenreitschule verdwijnen in wolken van koolzuursneeuw!

De door David Steffens bijna Wagneriaans gedeclameerde aria voor bassolo “Ihr Kinder des Staubs” uit “Thamos, König von Ägypten” past naadloos in het stuk. Het markeert ook de obligate passage van het koor in de zaal. De knapste verwezenlijking van de 24-jarige Mozart is wellicht het kwartet “Andro ramingo e solo”. Het komt niet echt uit de verf met deze solisten.

Het laatste woord is aan de bloedmooie Brittne Mahealani Fuimaono, met een smile als de rijzende zon, en Arikatau Tentau in een rituele Polynesische dans (choreografie: Lemi Ponifasio), een celebratie van de levensvreugde, liefde en teruggekeerde harmonie. De vermeende plastiektroep zweeft nu hoog boven de hoofden in de Felsenreitschule. Ironisch genoeg ligt deze Polynesische oase op een boogscheut van het grootste stort in Neptunus’ oceaan, de Great Pacific Garbage Patch, halfweg tussen Hawai en Californië.

Brittne Mahealani Fuimaono in het finale ballet
© Ruth Walz

De sopranen presteren net iets onder het duizelingwekkende niveau dat hier in Salzburg van Mozartinterpreten verwacht wordt. Ying Fang als Ilia is interpretatief te vlak. Haar problematische dictie laat medeklinkers teveel verdwijnen. Het best scoort ze met “Zeffiretti lusinghieri” waarin ze een aardig messa di voce laat horen.Nicole Chevalier heeft de helderste stem en met haar furie-aria “D’Oreste, D’Aiace’” scoort ze een hoogtepunt. Paula Murrihy als Idamante heeft naast Ierse sproeten ook het talent in huis om een écht androgyn personage op het toneel te zetten.Russell Thomas boeit het meest in de eerste twee bedrijven. Hij accentueert doorgaans erg goed maar de wendbaarheid van zijn baritonaal gekleurde tenor is echt onvoldoende voor de pyrotechnische hoogstandjes die vereist zijn voor “Fuor del mar”.

De hyperactieve Teodor Currentzis houdt het Freiburger Barockorchester, spelend op historische instrumenten, goed bij de les al klinkt het bijwijlen pompende orkest nooit zo extravagant als de eigen manschappen van MusicAeterna. Uit Perm heeft hij enkel het koor meegebracht en dat presteert zoals steeds voortreffelijk.

Nog te zien in replay bij Medici TV.

vrijdag 2 maart 2018

Jetske Mijnssen met Idomeneo in Zürich (***½)

Joseph Kaiser (Idomeneo), Anna Stéphany (Idamante)
© Monika Rittershaus
FOCUS OP DE HOMO DOLOROSUS

Mozart moet dolgelukkig geweest zijn toen hem in de zomer van 1780 de opdracht voor een opera seria bereikte vanuit München. Hij had nog maar net een amoureuze uppercut te verwerken gekregen van zijn geadoreerde Aloysia Weber, hij haatte de aartsbisschop, hij haatte Salzburg en vooral hij haatte zijn baantje als hoforganist. En nu kreeg hij samen met de opdracht ook het beste orkest van de wereld ter beschikking, de Mannheimer Hofkapelle. In de componist van Idomeneo zien we dan ook de jonge Mozart op zijn hoogtepunt. Later zal hij de tijd waarin de opera ontstond als de gelukkigste tijd van zijn leven roemen. Hoe het ook zij, Idomeneo is in meerdere opzichten een sleutelwerk. De compositie van het werk doet een nieuwe dynamiek ontstaan in zijn kunstenaarsleven en het matige succes in München geeft hem de moed om zich, in weerwil van de bevoogdende tucht van zijn vader, in Wenen te vestigen als zelfstandig kunstenaar. De emancipatie van Leopold Mozart en van Salzburg zal tegelijkertijd ook zijn artistieke emancipatie betekenen.

Idomeneo is een hybriede vorm van opera seria en tragédie lyrique. Het is fascinerend om te zien hoe Mozart de esthetische grondslagen van de opera seria, waarin Idomeneo toch voor driekwart in verankerd is, onderuit haalt. Daarvoor moet je wachten tot de finale van het tweede bedrijf. Tot zolang heerst de conventie van de opera seria met recitatieven (zowel secco als accompagnato) afgewisseld met aria's. Zeer behoorlijke aria's overigens als "Padre, germani, addio" (Ilia) en "Tutte nel cor vi sento" (Elettra) en het geweldige "Fuor del mar" (Idomeneo). Hier en gedurende het hele derde bedrijf kondigt zich de schepper aan van de Da Ponte opera's.

Het koninklijk paleis van Kydonia is een muisgrijze doos (decors: Gideon Davey) met een gat in de zoldering. Ze opent zich enkel bij het verschijnen van het zeemonster. Wanneer Ilia het stuk opent staat ze temidden van zes lijkkisten waaronder een kleine. Het zijn de pijnlijke restanten van de familie die ze heeft verloren in de Trojaanse Oorlog. Tafels worden aangebracht door het koor. Daarop stapelen zich massa’s familiefoto’s, gekoesterde herinneringen aan even zoveel oologsslachtoffers.

Jetske Mijnssen zal in haar acteursregie geheel terecht inzoomen op de emotionele stadia van de personages, op de macht en machteloosheid van Idomeneo, op hoop en vertwijfeling bij Idamante en Elettra, op verdriet, haat en liefde bij Ilia. Ze gaat daarbij zo uitgepuurd tewerk dat de voorstelling erg goed op een non-enscenering gaat lijken. Neptunus behandelt ze als een hallucinatie van de koning, het zeemonster is onzichtbaar en met moeite tastbaar als het door haar bedoelde oorlogsmonster. De meeste ideeën zijn goed maar vinden hun weg niet naar meeslepende beelden. Sommigen zijn illustratief en weinig boeiend zoals de pantomime tijdens Elettra’s aria “Tutte nel cor vi sento” die de bloedige geschiedenis van de Atridenfamilie tracht te illustreren.

Niet toevallig vormt het afsluitende koor van het tweede bedrijf een eerste hoogtepunt. Daarna stapelen de hoogtepunten zich op. Een vijftal tafels met brandende kaarsen is het eenvoudige maar efficiënte decor voor “Zeffiretti lusinghieri”. Die vier stemmen zijn mooi in balans tijdens het schitterende quartet “Andro romingo e solo”. Jammergenoeg had de regisseur het onfortuinlijke idee om onderwijl de tafels te laten ophalen door de koorleden. Het aansluitende koor “Oh voto tremondo” is een volgend hogtepunt. Zürich koos voor de korte finale zonder ballet maar mét Elettra’s aria “D’Oreste, d’Aiace” en Guanqun Yu maakt er opnieuw een hoogtepunt van.

Hanna-Elisabeth Müller als Ilia
© Monika Rittershaus

Joseph Kaiser als Idomeneo mist helderheid in de stem en karakter in de vertolking. Van “Fuor del mar” kan hij niet het hoogtepunt maken van het tweede bedrijf. Ook de coloraturen lukken hem niet zo vlot.

Hanna-Elisabeth Müller als Ilia kon ons als straussiène vroeger al zeer bekoren met partijen als Zdenka en Sophie. Met Mozart overtuigt ze iets minder en ze zingt de partij eigenlijk met een beetje teveel aan stem. Met “Zeffiretti lusinghieri” scoort ze als vanzelfsprekend en ze laat ook een mooi messa di voce horen.

Anna Stéphany als Idamante daarentegen zingt met het ware Mozartaffect. Guanqun Yu zong een schitterende Elettra met een stevig projecterende, goed zittende stem, met weinig vibrato en loepzuiver in de coloraturen. Airam Hernandez was een uitstekende Arbace.

Het is telkens weer wennen aan de minder briljante klankkleur van een orkest dat speelt met periodeinstrumenten. Het doet mij altijd denken aan de soundtrack bij een zonsverduistering. La Scintilla speelt met darmsnaren, houten fluiten, natuurhoorns, historische trombones, de continuopartij is uitbesteed aan een klavecimbel. Giovanni Antonini kneed de muziek niet alleen met zijn sierlijke, energieke armbewegingen maar eigenlijk met zijn hele lichaam en het lukt hem om Mozarts partituur nuancenrijk uit het orkest te halen. De tempi neemt hij eerder vlot.

zondag 1 mei 2016

David Bösch met Idomeneo in Antwerpen (*****)


Roberto Saccà als Idomeneo © Annemie Augustijns

KAPITEIN ZONDER KOMPAS

Waarom zouden we onze tijd nog verspillen met de opera seria, een kunstvorm die in de 18e eeuw al gedateerd was ? Gluck vond het nodig om er zijn tanden in te zetten en zijn "reformopera" ging over de tongen tijdens de "querelle des bouffons", een geanimeerde discussie die Mozart meemaakt als hij met zijn moeder in Parijs verblijft. Idomeneo is een hybriede vorm van opera seria en tragédie lyrique en daarom wel eens het hoogtepunt van de reformopera genoemd. Tien jaar geleden zagen we Karl-Ernst Hermann roemloos mislukken met het werk in Salzburg, een bloedloze productie die door een temperamentvolle Anja Harteros moest worden gered. Als Opera Vlaanderen iets heeft aangetoond dan toch wel dat Mozarts "eersteling" kilometers verheven is boven de reformgedrochten van Gluck. Bezoekers van de Ruhrtriennale kunnen dat binnenkort zelf vaststellen want Johan Simons heeft zich Glucks Alceste laten aanpraten door René Jacobs. Wij zullen met veel plezier andere oorden opzoeken in augustus.

Het is fascinerend om te zien hoe Mozart de esthetische grondslagen van de opera seria, waarin Idomeneo toch voor driekwart in verankerd is, onderuit haalt. Daarvoor moet je wachten tot de finale van het tweede bedrijf. Tot zolang heerst de conventie van de opera seria met recitatieven (zowel secco als accampagnato) afgewisseld met aria's. Zeer behoorlijke aria's overigens als "Padre,germani, addio" (Ilia) en "Tutte nel cor vi sento" (Elettra) en het geweldige "Fuor del mar" (Idomeneo). Hier en gedurende het hele derde bedrijf kondigt zich de schepper aan van de Da Ponte opera's. Als de 25-jarige hoforganist van Salzburg met Idomeneo zijn eerste grote operasucces viert in München, bevindt hij zich aan de vooravond van zijn Weense periode. Salzburg heeft hij nog maar net achter zich gelaten samen met het gezeur van zijn vader Leopold. De aartsbisschoppelijk schop onder de kont moet nog volgen. Zijn emancipatie van Leopold Mozart en van Salzburg betekent tegelijk ook zijn artistieke emancipatie. Niet geheel toevallig staat in Idomeneo ook een vader/zoon-relatie centraal.

De ouverture toont ons de voorgeschiedenis via animatie ontsproten aan het brein van een kind. David Bösch herneemt daarmee de kinderkameresthetiek van Elektra van vorig seizoen. Tegen een sterrenhemel plaats hij een hobbelpaard, een teddybeer, een scheepje, een bal. Het is duidelijk dat hij zal pogen een generatieconflict te projecteren op het stuk.

Het spectaculaire aanmeren van Idomeneo en zijn schipbreukelingen, is een scène die hij met even veel effect zal recupereren voor de openingsscène van Der Fliegende Holländer in Frankfurt. Idomeneo is een beetje een getraumatiseerde terugkeerder uit de oorlog. Een mensenleven is hem niet veel meer waard. Het maakt zijn absurde gelofte de eerste sterveling die hij zal ontmoeten te offeren om het vege lijf te redden, een beetje meer geloofwaardig. Jammergenoeg zal het zijn zoon Idamante zijn.

Het slotkoor "Nettuno s'onori" is het scenisch hoogtepunt van het eerste bedrijf. Er wordt een knaap ritueel geofferd aan Neptunus en muziek en dans krijgt een originele invulling: een octopus van papier-mâché daalt uit de toneeltoren. Het is een antiek symbool voor Kreta en een piñata, zo verklapte dramaturg Koen Bollen, die naar Mexicaans gebruik zolang bewerkt wordt met stokken tot hij alle snoep en cadeautjes vrijgeeft.

Roberto Saccà maakt van Idomeneo's centrale aria "Fuor del mar" het hoogtepunt van het tweede bedrijf. Hij speelt met een fles bubbels, verbrijzelt het fluitglas in zijn hand en vergeet niet "non cessa minacciar" te beklemtonen. Dat doet hij tegenover de bloedmooie, naïef ogend videobeelden van Falko Herold die aan Marc Chagall herinneren. Geweldig ook hoe hij, het hele stuk door, zijn vergulde koningskroon alle hoeken van de kamer laat zien.

Elettra is een beetje geschift en een beetje gothic. In een roes van zinsbegoocheling laat ze zich in een bruidskleed hijsen dat ze zorgvuldig meezeult in een reiskoffer. Ook de Trojanen, vertrekkensklaar en uitgerust met reiskoffers, komen toasten in het aansluitende koor "Placido é il mar".

De hogepriester verschijnt als een zombie. Hij lijkt de incarnatie van Idomeneo's duistere oorlogsschuld en baart daarmee een zeemonster dat de koning vooral in zichzelf herkent. Ondertussen is de scène ingenomen door grote Golgotha kruisen en theelichtjes om de goden te paaien. Maar ook de vlucht in het spirituele biedt geen soelaas.

Het belachelijke lieto fine dat Mozart ongetwijfeld door zijn opdrachtgever in de maag gesplitst kreeg wordt door de regisseur stijlvol opgeblazen. Die prefereert het stuk te laten eindigen in het donkerste pessimisme, een beetje in de trant van Lohengrin : de koning neemt afscheid van het leven en slikt giftabletten, zijn zoon en zijn kersverse bruid storten in bij de aanblik van hun nieuwe verantwoordelijkheid. Ilia's rivale Elettra heeft zich nog maar pas de polsen overgesneden met een bijl, haar aangereikt door de schim van Orestes. Stuurloos staart de massa in de verte. In hun met bloed doordrenkte gewaden zingen ze als contrapunt: "laat de godin van het huwelijk hun eeuwige zielenvrede schenken." De oude generatie heeft gefaald maar de nieuwe, overempathische generatie kan het duidelijk niet aan. Het vergt weinig moeite om daarin het actuele onvermogen van politiek links en het falende Europa van Merkel te herkennen.

Mozartzang op topniveau krijg je in Antwerpen niet te horen maar met deze bijzonder homogene cast komt Opera Vlaanderen wel dicht in de buurt. Ilia moet het hebben van messa di voce, Elettra van dramatische uithalen en spannende coloraturen. Dat hebben we allebei een beetje gemist. Vooral Ana Quintans zorgt voor het mooie weer met haar kristalheldere soubrette. Van haar drie charmante aria's scoort ze het best met "Zeffiretti lusinghieri". Renata Pokupic heeft zich de broekenrol van Idamante goed toegeëigend en met Ilia vormt ze een erg mooi paar. In het borstregister wordt de stem een beetje dun. Serena Farnocchia's voordracht is dynamisch onvoldoende gedifferentieerd. Met haar grote nummer "D'Oreste, d'Aiace" maakt ze desondanks grote indruk.

Roberto Sacca overtuigt meer in dit repertoire dan door zijn halfslachtige pogingen het Wagnervak te veroveren. Als de getormenteerde koning was hij scènisch net zo sterk als de resignerende vader.

Vandaag is het gebruikelijk om de versie van 1781 (München) te spelen. Meestal schrapt men het afsluitende ballet, soms schrapt men Elettra's finale furie-aria. Dat laatste heeft Paul McCreesh gelukkig niet gedaan maar het ballet is integraal geschrapt. Het koor heeft het laatste woord; voor een nabeschouwing over Idamante en Ilia liefdesgeluk laat Bösch geen enkele ruimte.

Make no mistake : Idomeneo behoort tot de canon en met deze herinstudering door Barbora Horakova Joly (oorspronkelijk te zien geweest in Basel in 2013) zou Mozart wellicht "arcicontentissima" geweest zijn.

Het volgende rendez-vous met David Bösch wordt Die Meistersinger von Nürnberg in München.