UN GALANT EST DANS LA MAISON
Het theater van la Damnation de Faust is niet het theater van de planken maar het theater van de verbeelding. Deze twintig losse taferelen , door Berlioz bij elkaar gesprokkeld uit Goethes Faust, beschikken weliswaar over een narratieve lijn en een zekere dramatische ontwikkeling maar respecteren nauwelijks de eenheid van tijd en ruimte. Fantasie en realiteit vloeien in elkaar over. Alle actie speelt zich af in de romantische geest van de centrale Faust-figuur; zijn avonturen met Méphistophélès en Marguerite zijn projecties van zijn innerlijke leefwereld.
Berlioz gaf zijn “légende dramatique” schaarse regieaanwijzingen mee waardoor het duidelijk moet zijn dat hij het werk niet louter als een concertopera beschouwde maar er tevens dramatische intenties voor koesterde waarvan hij zich de realisatie wellicht nauwelijks heeft kunnen voorstellen. Zo bekeken blijft La Damnation de Faust een hard noot om te kraken voor elke regisseur die zich met het imaginaire theater van Berlioz wil inlaten. En toch behoort La Damnation de Faust tot de grote reussites die tot stand kwamen onder de artistieke leiding van Gerard Mortier in Salzburg. Voor die legendarische regie en scenografie tekende destijds (1999) het Catalaanse theatercollectief La Fura dels baus. Maar er zijn dus net zo goed uitstekende argumenten om het werk concertant op te voeren.
Faust is bij Berlioz het alter ego van de romantische kunstenaar. Hij is een eenzame estheet en intellectueel, verloren in zijn eigen droomwereld, niet in staat tot enige actie of emotioneel engagement. Hij is de eeuwige twijfelaar, verzonken in een uitzichtloze melancholie. Paul Groves beschikt nog steeds over dat aangename timbre dat hem zo geschikt maakte voor de rol in die legendarische productie van Salzburg. Herinneringen daaraan kwamen al snel terug. Negentien jaar later klinkt de stem wat rauwer, is het vibrato wat minder onder controle en gaat alles moeizamer in de hoogte maar met zijn unieke frazering en gebonden, zalvende zanglijnen weet hij ondanks alles nog steeds te ontroeren in “Merci, doux crépuscule” (3e bedrijf) en in de aanroeping van de natuur (4e bedrijf).
Marguerite wordt door Berlioz toegewezen aan een sopraan, een stemtype dat strookt met haar jeugd en met haar rol als verliefd meisje. Doorgaans wordt het personage ingevuld door een mezzo. Daar is een goede reden voor. Berlioz heeft altijd een voorkeur getoond voor donkere timbres, zowel in vocaal opzicht als in het orkest. Het geeft het jonge meisje de aura van een mysterie. Men denke aan de manier waarop Vesselina Kasarova dat met haar fluwelen timbre heeft ingevuld in Salzburg. Sophie Koch kan niet zuchten met evenveel drama en ze kan haar voordracht ook niet met evenveel mysterie inkleden als haar Salzburgse voorbeeld, ook al omdat haar timbre niet zo heel erg mezzo klinkt. Voor de rest was dit een erg gave voordracht.
Bryn Terfel slaagt er meestal in zijn partij boeiender te maken middels een eigenzinnig rubato maar het is geen partij waarmee hij zich echt in de kijker kan zingen als dramatische basbariton. Zoals elke goede Méphistophélès beleeft hij zijn dramatische hoogtepunt tijdens de aanroeping van de dwaallichten. Uiteindelijk staat alles ten dienste van de finale uitsmijter “Je suis vainqueur”.
Opnieuw leek Edwin Crossley-Mercer tot meer in staat dan wat we op basis van de lengte van zijn rol als Brander mochten verwachten. Zijn samenzang met het mannenkoor in de Amen-fuga behoorde tot de hoogtepunten van de avond. De hele avond lang zal het MDR Rundfunkchor Leipzig uitstekend presteren. Jammer dat er geen knapenstem te horen was in de finale.
Marc Soustrot is een zangervriendelijke dirigent en de tempi die hij hanteert lijken de logica zelve. Dat de strijkers van het Malmö Symphony Orchestra gedisciplineerd kunnen spelen bewijzen ze tijdens de hellevaart. Dat ze ook zilveren draden kunnen spinnen, laten ze horen tijdens de mysterieuze lyriek van “D’amour, l’ardente flamme”. Even opmerkelijk zijn de grappige guirlandes van de klarinetten, de infernale kopers, de magnifieke solistische momenten van de altviool ("Le roi de Thulé") en de engelse hoorn ("D'amour l'ardente flamme") of de mistige wall of sound van de beide harpen tijdens het hemelse slotkoor. Het orkest slaagt erin ten allen tijde transparent te blijven spelen, ook tijdens de halsbrekende finale van de Hongaarse mars. Enkel in de luidruchtige hellevaart-finale leek er enige ontsporing tot chaos merkbaar.
Dit was mijn eerste bezoek aan de vernieuwde Elisabethzaal. Akoestisch voldeed de ruimte uitstekend. Zo kon je een tutti van de kopers een seconde lang horen uitsterven hetgeen bewijst dat de ruimte een mooie nagalmtijd te bieden heeft.
Posts tonen met het label Bryn Terfel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bryn Terfel. Alle posts tonen
maandag 4 juni 2018
vrijdag 18 december 2015
Alvis Hermanis met LA DAMNATION DE FAUST in Parijs (****)
© Felipe Sanguinetti / Opera National de Paris
ONE WAY TICKET TO MARSDe Letse regisseur Alvis Hermanis zag zich begin deze maand plots terecht komen in een heuse mediastorm nadat het Thalia-Theater had laten weten dat hij zijn volgende voorstelling in Hamburg liet schieten omdat hij niet in verband wilde worden gebracht met het humanitaire engagement van het theater ten aanzien van de vluchtelingen. Van de weeromstuit zag Hermanis zich gedegradeerd van internationaal gevierd regisseur tot laffe racist. Hermanis woont momenteel met zijn 7 kinderen in Parijs, in de buurt van de Bataclan, de rocktempel die vorige maand bezoek kreeg van onze Molenbeekse kloothommels. Hermanis staat nochtans niet alleen met zijn opinie. Ze wordt niet alleen gedeeld door conservatieve filosofen als Roger Scruton maar ook door intellectuelen die bekend zijn met het machinegeweer zoals György Konrad en integratiedeskundigen als Malika Sorel-Sutter . Wat de meest voordelige strategie van het Westen ook moge zijn ten aanzien van de toestroom van vluchtelingen en het daarmee verbonden islamo-fascisme, Hermanis heeft alvast een punt wanneer hij zegt : "After speaking with people from Thalia-Theater, I understood that they are not open for different opinions. They are identifying themselves with a refugee-welcome center. Yes, I do not want to participate in this. Can I afford to have my own choice and my opinions? What about democracy ? I do not think that my political opnions are more radical then those which are sharing a majority of europeans. We do not support this enthusiasm to open the EU borders for uncontrolled emigration. "
Zoals de Thalia-affaire weer eens aantoont behoort het tot de onuitroeibare hobby's van links om mensen moreel te stigmatiseren en democratische regels enkel toe te passen wanneer het hen goed uitkomt. Mogelijks heeft Hermanis zich hiermee in de voet geschoten en wordt hij persona non grata in de Duitse theaters. De toekomst zal het uitwijzen. Wat dat betreft heeft hij een beroemde voorganger: Richard Wagner.
Was dat nu de reden waarom de première van "La Damnation de Faust" één van de grootste boe-orkanen van het laatste decennium over zich heen kreeg in Parijs ? Ik denk het niet maar gisteren, bij de cinema relay, was er na het vallen van het doek alleen maar enthousiast applaus te horen. De drie boeroepers die zich na de eerste helft hadden laten horen, hielden nu wijselijk hun mond of hadden zich uit schaamte wellicht opgeknoopt in de toiletten. De productie droeg een fascinerende visie uit maar slaagde er niet helemaal in om ze overtuigend te realiseren. Ze was niet gekeerd tegen Berlioz en al helemaal niet tegen de sterrencast die Stéphane Lissner had weten te verzamelen voor deze met ongeduld afgewachte herwaarderingspoging van Berlioz in Parijs. Alors pourquoi cette bronca, chers Parisiens?
Hermanis ging op zoek naar een hedendaagse representant van de Faustiaanse geest en vond die bij Stephen Hawking.Voor de Britse natuurkundige is het essentieel dat we de ruimte koloniseren. Binnen 100 jaar zullen we in staat zijn om dat te doen op Mars, zo beweert hij. Voor Mars One, een Nederlands project dat Mars wil koloniseren vanaf 2026, boden zich 200.000 kandidaten aan voor een one way trip naar Mars! Daarvan zijn er een 100-tal toegelaten. Ze staan hier te pronken in een grote vitrinekast, één dag voor hun vertrek, bij het begin van de voorstelling. Daaronder ook Jonas Kaufmann als Faust. Hawking, de geestelijke vader van het project, hier gespeeld door Dominique Mercy, een oude strijdmakker van Pina Bausch, is zijn double. De hele voorstelling lang zit hij gekluisterd aan zijn rolstoel.
Het meest opdringerige decorstuk is de reuzachtige videowand. Verder een reeks vitrinekasten en een torengebouw in plexiglas als het verblijf van Marguerite. De videowand toont beelden van onze planeet : velden met klaprozen, mierenkolonies, laboratoriumratten tijdens het "Chanson du rat", orca's tijdens "Le Roi de Thulé", explosies tijdens de 'Invocation à la nature". Het oog wordt constant naar de videowand gezogen en de frekwentie van de beelden ligt soms erg hoog. Om maar te zeggen, dit is een typische productie die beter overkomt in de cinema als in de zaal. Immers, de camera verlegt zijn focus zeer vaak naar de solisten, het koor of de dansers en vermoeit ons niet met de visuele overkill die het lot is van de toeschouwer in de zaal. Katrina Neiburga's videobeelden waren deels passend, deels irrelevant, deels storend. Van dat laatste moet Neiburga zich bewust geweest zijn want het beeld van copulerende slakken tijdens "D'amour l'ardante flamme", het grote nummer van Marguerite, dat het premièrepubliek aan het lachen had gebracht, was nu vervangen door een abstract natuurbeeld.
Behalve het koor zijn er ook de dansers van Alla Sigalova om dramaturgische leegtes van het werk op te vangen. Dat hoeft niemand te verbazen: het menuet van de dwaallichten, het ballet van de bosnimfen, de Hongaarse mars, het zijn maar enkele voorbeelden die smeken om een choreografie. Sigalova's choreografieën zitten te paard op klassiek ballet en moderne dans en ontberen daardoor de frisheid van het werk van bijvoorbeeld onze Vlaamse choreografen. Voor de dansende dwaallichten kregen we zelfs een tutu-ballet te zien.
Faust, zoals Berlioz hem bedoeld heeft, is een eenzame estheet en intellectueel, verloren in zijn eigen droomwereld, niet in staat tot enige actie of emotioneel engagement. Hij is de eeuwige twijfelaar, verzonken in uitzichtloze melancholie. En precies zo speelt Jonas Kaufmann hem ook. Dit keer dus met een nerdy bril op de neus en een oor naar de roep van de kosmos. In een narcotische slaap gedommeld, tussen vrijende koppels, beleeft hij zijn eerste visioen van Marguerite. Het studentenkoor steekt zijn alter ego Hawkins in een gyroscoop om te wennen aan gewichtloosheid. De hellerit beleeft Faust in de virtuele realiteit doorheen een goggle op zijn hoofd. Méphistophélès haalt uiteindelijk zijn slag thuis. Het zal met deze missie wellicht slecht aflopen want het duivelse personage verkrijgt niet alleen de handtekening van Faust maar ook die van alle aspirant-astronauten. In de finale, waarbij volgens het boekje de ziel van Marguerite ten hemel stijgt, zien we hoe Hawking zijn verlamde leden uit de rolstoel wringt om vervolgens door de duivels-astronauten in een staat van gewichtloosheid te worden gebracht, daarmee een privé- apotheose scorend voor zijn wetenschappelijk-artistieke droom. Jammer dat de solistenpartij in het finale koor door een 40-jarige sopraan werd gezongen i.p.v. een kinderstem.
Jonas Kaufmanns vertolking van Faust was zondermeer goddelijk. Ook deze partij brengt hij weer tot absolute referentiestatus. Het is een partij met heel wat uitdagingen. Ze is net zo goed lyrisch als heroïsch, ze verlangt zowel zangcultuur als krachtpatserij. Zijn donker timbre is bijzonder geschikt voor de rol en klonk nooit onaangenaam. Voor " Que j'aime ce silence" schakelde hij over op een ragfijne kopstem. Hij kon ook zeer snel van piano tot volle stem doorstoten hetgeen ik tot één van de meest zinnelijke truken van een tenor reken. Vandaag is zijn stem vooral passend voor de heroïsche delen van de partij. Zijn grote nummer, "Invocation à la nature" maakte hij probleemloos tot het vocale hoogtepunt van de avond.
Sophie Koch deed geen moeite om Marguerite de aura van het mysterieuse te verlenen. Ze heeft ook de fabelachtige techniek van Joyce Didonato niet in huis. Kortom, ze was een beetje een miscast. "D'amour l'ardente flamme" bracht ze te dramatisch en dynamisch te weinig gedifferentieerd.
Bryn Terfel incarneerde Méphistofélès met een zelfgenoegzame, samenzweerderige grijns op het gelaat. Dat hield hij heel de voorstelling vol. Ook dit was een perfecte prestatie : perfect in articulatie en met de kleur van een echte bas-bariton.
Edwin Crossley-Mercer zong een heel kernachtige, mooi gearticuleerde Brander.
Philippe Jordan affirmeerde zich opnieuw in het romantische repertoire. Hij is voor Parijs wat Petrenko is voor München: een specialist van de romantiek en het repertoire van de twintigste eeuw. Daarmee is hij een grote aanwinst voor de directie die Lissner wil voeren en we zien hem dan ook niet meteen vertrekken uit Parijs. De balans tussen orkest en de solisten was voortreffelijk. Er was ook veel solistisch detail te horen in deze transmissie : de altviool tijdens "Le Roi de Thulé", de engelse hoorn tijdens "D'amour l'ardente flamme", zelfs de brommende contrabassen tijdens de Invocation.
Toen de New Scientist Hawking onlangs vroeg wat hem momenteel zoal bezighield, antwoordde hij: "Women. They are a complete mystery". Dat zegt de man die enkele van de grootste raadsels van het universum decodeerde. Geweldige kerel, toch ?
maandag 2 februari 2015
Der Fliegende Holländer in Zürich op dvd (****)
"Durch Gewitter und Meer vom Mohrenstrand, hab' dir was mitgebracht", zingt de Steuermann bij de aanvang van het eerste bedrijf. Het zal dit "Mohrenstrand" geweest zijn dat Andreas Homoki op het idee gebracht heeft om Afrika te betrekken als één van de kapstokken in het concept van deze Fliegende Holländer, zijn eerste regie als intendant van de opera van Zürich. Zo zien we de gewetenloze zakenman Daland als de eigenaar van een grote rederij die schepen laat uitvaren naar Afrika, ook naar Kaap de Goede Hoop waar de Vliegende Hollander al eens uithangt. Aan de centrale wand in zijn hoofdkwartier hangt een grote kaart van het Afrikaans continent met al de havens die bediend worden. Zijn mannelijk personeel bestaat uit ouderwets besnorde en gebrilde klerken. Het vrouwenkoor zijn gebrilde secretaressen in witte blouses. De spinnewielen zijn gemuteerd tot ouderwetse typemachines. Daland heeft ook de beschikking over een persoonlijke dienaar, een Afrikaan in wit livrei en met een grappig fez-hoedje. Communicatie met de schepen gebeurt per telefoon en per telex. Daaruit kunnen we afleiden dat we ons ergens in de jaren 1920 bevinden. Een schip krijgen we in deze productie niet te zien behalve op een videowand die de op hol geslagen verbeelding van Senta aanschouwelijk maakt.
De "Schauerromantik" die door het stuk woelt komt in deze productie goed uit de verf. De sfeer op het toneel schakelt tussen realiteit en droom. Niet de hallucinaties van Senta triggeren de droomscènes maar de horror van het dramatische gegeven (de aankomst van het schip van de Hollander in het eerste bedrijf en het ontwaken van het spookschip in het derde bedrijf ). Wanneer dat gebeurt verandert het licht in gothisch blauw en verstart het koor in een fascinerende pantomime. Andreas Homoki zit met zijn bewegingsregie de muziek heel dicht op de hielen. En dat loont zich vooral bij het koor, dat zeer gedifferentieerd ageert, grappig uit de hoek komt, en in feite het boeiendste personage wordt van het stuk. Ook de tijd durft al eens te ontsporen wanneer de wijzers van de wandklok een loopje nemen op het tempo van de muziek.
De centrale wand kan 360° draaien waardoor een bevreemdende dynamiek ontstaat en dat toelaat dat het koor en de solisten op een spannende manier kunnen opkomen en afgaan. De Hollander verschijnt vanuit het niets en op een bepaald moment zie je hem, door gebruik van een dubbelganger, rechts van het podium verdwijnen om onmiddelijk links terug te verschijnen.
Het koor van de dronken matrozen culmineert in het pesten van Dalands dienaar waarna deze transformeert in een halfnaakte Afrikaanse krijger. Matrozen zijgen dood neer, geraakt door Afrikaanse pijlen. De kaart van Afrika vat vuur en de hele sequentie van het ontwaakte spookschip lijkt op een weerwraak van het door Daland gekoloniseerde Afrika.
Zürich speelt de versie van 1843 zonder het "verlossingseinde" dat Wagner pas in 1860 zal produceren na "Tristan und Isolde" te hebben voltooid. Met het jachtgeweer van Erik schiet Senta zichzelf door de mond. Van de Hollander geen spoor meer. Dan valt het doek. Elke catharsis blijft uit.
Voor Bryn Terfel kreeg deze productie een opmerkelijke autobiografische bijklank. Uitgerekend in de periode van deze opname liet zijn echtgenote en moeder van zijn kinderen haar Vliegende Hollander in de steek voor een 20 jaar jongere Erik die nog bij zijn moeder inwoont.
Terfel zingt de monoloog van de Hollander als een 24 karaats Wotan. Welke basbariton kan "Niemals der Tod" met zoveel aplomb in het auditorium gooien? Zijn dictie is voortreffelijk en zijn zin voor nuancering en dynamiek indrukwekkend. Alleen Dietrich Fischer-Dieskau, die geenszins over de vocale mogelijkheden van de Welshman beschikte, kon de partij van de Hollander injecteren met een fraaiere frasering en met de nuancering van een liedzanger.
Anja Kampe moet voor de krachtpatser uit Wales nauwelijks onderdoen. Ze zingt de ballade zonder enige vocale instabiliteit en tot grote consternatie van haar verloofde Erik, kleedt zich half uit in de finale van haar lied. Haar obsessie voor de Hollander is pure lust. Ze doet dat met zoveel overtuiging en zoveel sympathieke faciale expressie, dat je haar pathologische obsessie geen seconde kwalijk neemt. Haar duet met Terfel is dan ook een vocaal hoogtepunt.
Dat Matti Salminens stem aan diggelen ligt dat wisten we al sinds zijn Gurnemanz in Keulen. Deze opname dateert van 3 maanden voordien. Het is pijnlijk om deze in al haar voegen krakende stem te horen tijdens zijn aanvangsaria, maar nadien verbetert zijn voordracht tot een acceptabel niveau.
Marco Jentzsch's geknepen tenor kampt wat met hoogtevrees en intonatieproblemen. In zijn Tirools jagerspak is hij een geknipte figuur om de afgewezen minnaar te spelen. Nadat Senta haar intenties ten aanzien van de Hollander heeft duidelijk gemaakt krijgt de stakker de hoon van het gehele mannenkoor over zich heen.
Liliana Nikiteanu belichaamt het morele superego van Mary met verve.
Alain Altinoglu houdt zijn manschappen van de Philharmonie Zürich stevig in zijn greep van de eerste tot de laatste maat. De scène is prachtig uitgelicht voor het uitstekende camerawerk van Nele Münchmeier.
Koele minnaars van Der Fliegende Holländer, zoals ik, kunnen zich dankzij deze productie opnieuw verzoenen met het oudste stuk uit de Wagnercanon. Bryn Terfel zal opnieuw te beleven zijn in de nieuwe productie van Tim Albery die op 24 februari live vanuit het Royal Opera House te bekijken valt in Utopolis.
maandag 10 februari 2014
Grandioze Bryn Terfel @ Bozar
De ouverture tot Don Giovanni van Mozart klonk nogal braafjes en hoekig, absoluut geen Weense vloeiende Mozart. De orkest-diesel moest duidelijk nog warm draaien... Daarna kwam Bryn Terfel voor de eerste maal op met de catalogus-aria van Leporello uit Don Giovanni. En deze intrede was schitterend ! Hij kwam op met een smartphone en velen dachten dat hij expliciet ging vragen om de GSM's uit te zetten. Maar nee hoor, de GSM werd handig gebruikt om de vele mooie dames tentoon te stellen die Don Giovanni reeds veroverd had. Een boeiende interactie met publiek, dirigent en concertmeester, maar vooral ook schitterend gezongen met mooie wendingen van stil naar hoog, van verwondering naar ontdaanheid, van enthousiasme naar stukje frustratie omdat Leporello de capaciteiten van Don Giovanni op dit vlak zelf niet in zich heeft. De toon was gezet ! Daarna volgde het langzame zachte "Io ti lascio" van Mozart, heel rustig en toch intens gebracht. Tussendoor gaf Bryn Terfel nog een aantal leuke anekdotes dmee, zoals bv. het feit dat hij zijn eerste echte opera-ervaring heeft gehad in Brussel. Gerard Mortier had hem uitgenodigd om een rol te vertolken in "Die Zauberflöte" nadat hij de Cardiff zangwedstrijd had gewonnen. Helaas diende hij slechts twee bladzijden te zingen als "Sprecher", maar hij deed het met enorme passie en het was het begin van een echte opera-carrière. Hier blijkt nogmaals de neus van Mortier voor echt opera-talent.
Daarna volgde de polonaise van Eugen Onegin van Tchaikovsky, waar het orkest beter begon te klinken. Twee aria's uit Faust (Le veau d'or en Vous qui faites l'endormie) bewezen dat Bryn Terfel ook deze opera volledig beheerst. Een loepzuivere dictie, een prachtige inleving en iedereen ziet ernaar uit hem ook live hier te zien. En dat is binnenkort het geval, waar hij in de Covent Garden in Londen de rol vertolkt samen met Netrebko en Keenlyside. Voor de pauze volgde nog de ouverture tot Nabucco van Verdi door het orkest en het eerste echte hoogtepunt : de aria "Ehi Paggio ! l'onore ! Ladri !" uit Falstaff van Verdi. Hier kan enkel gezegd worden dat Bryn Terfel Falstaff niet zingt, maar gewoonweg Falstaff "is". Hij beheerst deze rol volledig in alle details, met specifieke accenten op de juiste plaats, en visuele charme. Ikzelf ben geen fan van de laatste Verdi-opera, maar zoals Terfel die zingt, wil je dit ook in een uitvoering op scène zien. Een opera die gedragen wordt door de hoofdrol en die beheerst Terfel ten volle. Een meesterlijke finale van het eerste deel van het concert.
Na de pauze volgde een Wagner-programma, waar ik vooral naar uitkeek. Eerst was er de prelude tot de derde akte van Lohengrin - goed en professioneel gebracht, maar een echte falanx ontbrak in het orkest. Dan volgde de "Flieder"-aria uit "Die Meistersinger". Terug een volledige beheersing en inleving van de rol. Enigszins onverwacht volgde daarna de "Abendstern" uit "Tannhäuser". Dit was het tweede hoogtepunt van de avond. De ingetogenheid en de manier waarop hij deze aria vertolkte, was buiten verwachting. In de stille passages was het muisstil en kon je ieder woord helder verstaan - het publiek smachtte naar meer. Na de Walkürenrit door het orkest, volgde de "Leb Wohl"-afscheidsaria van Wotan uit "Die Walküre". Derde hoogtepunt van de avond ! Helaas volgde het orkest niet steeds de passie die Terfel tentoon spreidde. Je voelde een echte vader op de scène staan die in een laatste wanhopige crescendo zijn dochter diende achter te laten. Terfel bevestigde zijn inleving, zangtalent en voeling met Wotan ! Er volgde een staande ovatie voor het conert en dat was vooral voor Bryn Terfel, want het Nationaal Orkest klonk degelijk, maar miste toch het elan om het tot een echt groots orkest te maken. Je voelde dat de dirigent het een stukje hoger tilde, maar vooral Bryn Terfel kon het bewegen tot net iets meer, want in de aria's voelde je net dit beter presteren dan in de instrumentale stukken.
Tot slot volgde nog een fragement uit Falstaff als bisnummer. Bryn Terfel nodigde het publiek uit tot meefluiten met zijn fluiten in de aria en na de uitvoering was er een groot gefluit in de Bozar te horen, maar wel degelijk een gefluit van enthousiasme. want ook bij het bisnummer voelde je dat Terfel Falstaff "is". Qua zang, gelaatsuitdrukking, inleving, toonzetting is er m.i. de dag van vandaag geen zanger die hieraan kan tippen. Het publiek vroeg een tweede bisnummer; maar dat kwam er helaas niet. We zien er alvast naar uit tot Bryn Terfel nog eens naar België komt. Ik zal alvast terug van de partij zijn !
Abonneren op:
Posts (Atom)
