Posts tonen met het label Christian Thielemann. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Christian Thielemann. Alle posts tonen

vrijdag 27 juli 2018

Yuval Sharon met Lohengrin in Bayreuth (***)

Scènebeeld derde bedrijf © Enrico Nawrath

ZERFRESSEN VON DEN MOTTEN

Om één of andere reden moeten premières in Bayreuth altijd gepaard gaan met schandalen of kleine catastrofes. Eerst was er Alvis Hermanis die de handdoek in de ring gooide, twee jaar voor de première. Tussen het politiek correcte Bayreuth en de in linksculturele kringen vanwege zijn kritiek op Merkels vluchtelingenpolitiek zwaar gecontesteerde regisseur, boterde het niet. Dan gaf stardiva Anna Netrebko te kennen de rol van Elsa zonder teleprompter een onbeklimbare Mount Olympus te vinden. Vervolgens geraakte ook Roberto Alagna niet tijdig klaar met het instuderen van de ook voor hem ongetwijfeld aartsmoeilijke partij van Lohengrin.

Omdat Neo Rauch 6 jaar voordien al getekend had voor de scenografie, kreeg invallend regisseur Yuval Sharon diens decors dan ook in een ver gevorderd stadium in de maag gesplitst. Het is dan ook vooral Rauch die zijn neo-romantische visie op het werk heeft weten door te drukken. Rauch ziet het als zijn missie om de onttovering van de wereld tegen te gaan. Zijn poging tot “Wiederverzauberung der Welt” staat dan ook volledig haaks op de lezing die Olivier Py van het werk gaf in Brussel. De politieke lading van Wagners meest politieke opera komt te verdampen, het wedervaren van het utopische koppel Elsa en Lohengrin laat hij verzuipen in een ouderwetse sprookjesrealiteit.

De kostuums (Neo Rauch tekende voor de mannenkostuums, zijn wederhelft Rosa Loy voor de vrouwenkostuums) roepen associaties op met portretten van Vlaamse en Hollandse meesters van de 17e eeuw : kanten kragen voor de edelen, middeleeuwse mutsjes bij het plebs. Op de zoom van Elsa’s kleed staan vlinders geborduurd, op die van Ortrud motten, details die je alleen maar kan zien in de cinema. De edelen dragen insectenvleugels. Vraag mij niet waarom. “Lohengrin is een energieleverancier die aan het einde mislukt”, zo meent Rauch. En dat mag u zeer letterlijk nemen. Rauchs Lohengrin ziet eruit als een blue collar worker van een electriciteitsmaatschappij, een working class hero zoals we die vroeger wel eens aantroffen op oude Sovjetposters.

Regisseur Yuval Sharon heeft daar enkel een postmoderne toets aan toegevoegd. Hij ziet in het stuk een vrouwenvijandige samenleving waarvan vrouwen zich moeten bevrijden. En dus is Ortrud niet de boze heks maar een catalysator en een zusterlijke steun voor Elsa’s emancipatorische ontwikkeling. In haar redder Lohengrin heeft zij zich vergist. Met zijn vraagverbod behoort hij immers ook tot de reactionair-patriarchale structuur. Problematisch daarbij is dat het productieteam je geen moment laat geloven in Elsa’s en Lohengrins droom. Dát is namelijk het échte sprookje, het sprookje van Wagner, het sprookje van het mislukken van een liefdeszuchtig, goddelijk personage dat het vraagverbod buiten zijn wil om moet stellen als deel van zijn goddelijke opdracht.

Behalve de vrouwen zijn alle personages van bordkarton, de sullige koning en de niet al te snuggere Telramund incluis. De acteursregie is quasi onbestaand en Sharon heeft geen flauw idee hoe hij een massa moet laten bewegen. Rauch ontwierp een cyclorama van wel 13 meter bij 12 meter hoog. De hoofdtoon is blauw. Centraal staat een hoogspanningscabine. Ze is als een onderstation van een hoogspanningsnet. Drie grote isolatoren liggen als kunstobjecten op de vloer. Elsa wordt eraan vastgebonden tijdens haar verhoor. Lohengrins verschijnen uit “Glanz und Wonne” gaat gepaard met bliksemschichten. Echt bespottelijk is het kortstondige luchtgevecht waarbij de beide uitdagers met touwen in de hoogte worden gehesen.

Gedurende de hele eerste scène van het tweede bedrijf wordt een wolkendek van Neo Rauch op een gaasdoek geprojecteerd. Ortrud en Telramund, gesculpteerd in licht van Reinhard Traub, hoeven nauwelijks te bewegen. Het is een scenografische misser van formaat. Regie hoeft Sharon nauwelijks te voeren. Minutenlang strooien de bruidsmeisjes paarsgewijs bloemblaadjes uit tijdens “Gesegnet soll sie schreiten” tot het bijna gaat vervelen.

Piotr Beczala als Lohengrin © Enrico Nawrath

Neo Rauchs obsessie met isolatoren zet zich door in het derde bedrijf. Het huisje van Elsa en Lohengrin is oranje-rose met afbladderende verf op de wanden en met een knalgele isolator in het midden. Buiten staat weer een hoogspanningsmast. Lohengrins huwelijksnacht krijgt een sm-tintje wanneer Elsa door haar kersverse echtgenoot aan de isolator wordt vastgebonden. Zo hoeft de regisseur weer eens niet te regisseren. Kort daarvoor hebben beiden nog uit de bijbel gelezen. Wanneer het koppel onder hoogspanning komt en Elsa de zwaan voor haar geestesoog ziet verschijnen zien we electrische impulsen door de kabels van het huis getransporteerd worden. Enkel door de verboden vraag te stellen is Elsa in staat zichzelf te bevrijden. Met Harteros en Beczala als de twee beste solisten op het toneel wordt het duet van het derde bedrijf het vanzelfsprekende vocale hoogtepunt van de avond. De camera schiet erg fraaie beelden van het koppel, het meest nog van Beczala.

De door het mannenkoor gehanteerde vlaggen tijdens de meest nationalistische passage van het stuk, in de vorm van lichtgevende vlinders, raken bij het vertrek van Lohengrin stilaan zonder stroom en beginnen te flikkeren. Sharon gaat zover het volk te laten sterven en enkel de twee vrouwen te laten overleven. Wat girlpower al niet vermag. Samen moeten ze nu op zoek naar een nieuwe energieleverancier. Die zal van het duurzame type zijn te oordelen aan de kleur van de grasgroene zonderling -het meest lijkt hij nog op één van de spijkerfiguren van Jan Fabre- die hen als Gottfried zal vergezellen tijdens de laatste maten van het stuk.

Piotr Beczala als Lohengrin is de beste man op het toneel. Een ideale Lohengrin is hij niet, noch van timbre noch van vocale kracht. De partij brengt hem regelmatig aan de grenzen van zijn mogelijkheden maar wat hij zingt is steeds puntgaaf. Elke toon, zonder enige uitzondering, is perfect geplaatst. Het geeft een idee van zijn soliede techniek en het verklaart zijn reputatie als lyrisch dramatische tenor. Daardoor is zijn voordracht het meest meeslepende van de voorstelling.

Anja Harteros had het meeste last van de Bayreuther sauna die temperaturen boven de 30° liet optekenen. Er waren wat intonatieproblemen te horen en ze blijft de koele Wagnerinterpreet. Ondertussen vernamen we dat Anna Netrebko geboekt staat voor 2 voorstellingen volgend jaar. Met of zonder teleprompter? Ondanks haar inferieure dictie zal Netrebko met haar gerookte zalm-timbre, de partij geven wat hier ontbrak: warmte en échte zinnelijkheid.

Tomasz Konieczny maakte geen grote indruk. Het timbre is niet zo fraai, het laat de stem oscilleren tussen een penetrant en een kelig geluid. Boeiend articuleren doet hij uiterst zelden.

Het was meer uit respect en dankbaarheid dan uit castingsvernuft dat Waltraud Meier hier, na 18 jaar afwezigheid, terug op het toneel stond als Otrud. Ze laat alle problemen horen van de fin-de-carrière sopraan die zich voortaan veroordeeld weet tot de rol van Klytemnestra: een wakkelvibrato, problematisch registerovergangen, een in het borstregister imploderende stem. Af en toe lukt het haar nog om terug aan te knopen met de vocale glorie uit betere tijden.

Het proces van Georg Zeppenfeld als Wagnerbas heb ik al vaak gemaakt. Hij articuleert helder maar klinkt monotoon en karakterloos, zonder gravitas en zonder de natuurlijke autoriteit die vereist is voor een koning. Van het Gottesgericht kan hij slechts de helft waarmaken.
Egils Silins als Heerrufer articuleert banaal en blijft in mijn ogen een saaie zanger.

Christian Thielemann laat het orkest vonken in de explosieve drijfkrachtmomenten en tintelen wanneer de partituur op zwakstroom drijft. De prelude neemt hij vlot, de fugatische opbouw van de fanfares in het derde bedrijf klonk indrukwekkend. Het orgel was goed te horen. Het klankbeeld in cinema UCI-Kinowelt in Düsseldorf was voldoende transparant maar miste wat volheid als gevolg van afgezwakte lagere tonen. Dat kan zowel aan de relay als aan de zaalversterking liggen. Ik vermoed het laatste. Volgend jaar toch maar weer thuis in zwemslip naar de première van Tannhäuser kijken.

Piotr Beczala (Lohengrin) & Anja Harteros(Elsa) © Enrico Nawrath

dinsdag 9 mei 2017

Christine Mielitz met Lohengrin in Dresden (****)

Anna Netrebko als Elsa
© Daniel Koch
IM TREIBHAUS

Conventioneler dan deze uit 1983 stammende productie van Christine Mielitz kan je Lohengrin met moeite op het toneel brengen. De processie naar de kathedraal, het zegenen van de troepen, het staatsievertoon van de soldaten met geheven lans, dit alles in het kader van wat een 19e-eeuwse broeikas lijkt, is weinig minder dan tenenkrommend. Terwijl de Semperoper nog altijd op zoek is naar een tweede adem legt deze productie dan ook de enormiteit bloot van het ontslag om Serge Dorny, die zondagavond als intendant van de opera van Lyon de International Opera Award van Best Company of the Year op zak mocht steken.

Gelukkig weten Christian Thielemann en zijn klasbakken van de Dresdner Staatskapelle deze scènische draak vanuit de orkestbak in een artistiek succes om te buigen. De Staatskapelle weet meteen te verleiden met haar mooie, resonante klank: betoverend majestueus klinkt de prelude. Thielemann doet er zijn voordeel mee en schept een niet aflatende en allesomvattende golf waarmee hij het toneel omspoelt en waarop de solisten zonder veel risico hun bootje te water kunnen laten. Niet iedereen doet dat met evenveel succes.

Het échte vaderlijke timbre en de gravitas ontbreken bij Georg Zeppenfeld als koning Heinrich. Weer manifesteert hij zich als de gecultiveerde zanger die hij is, zonder ook maar één ogenblik op te vallen door interpretatieve intelligentie. Dat hij in het Wagnervak al jaren boven zijn gewicht bokst manifesteert zich het duidelijkst in het Gottesgericht wanneer hij "Mein Herr und Gott, nun ruf' ich dich" niet doorheen Thielemanns klankmuur krijgt.

Tomasz Konieczny heeft een timbre dat net als bij Kaufmann bij momenten onaangenaam kelig gaat klinken. Maar zijn Telramund is doorleefd en in het duet van het tweede bedrijf dynamisch en interpretatief sterk genuanceerd en daardoor zijn beste Wagnerprestatie tot nog toe.

Evelyn Herlitzius vermoeide ons weer met haar wakkelvibrato, haar onzuivere intonatie en de gekunstelde natuurlijkheid waarmee ze haar rollen neerzet in haar hoogstpersoonlijke poppenkast waar alleen zij in lijkt te geloven en een handvol intendanten van gerenommeerde operahuizen die aan enkele trefzekere dramatische uithalen voldoende hebben om van een dramatische Wagnersopraan te gewagen. "Entweihte Götter" krijgt ze redelijk voor mekaar. De duetten met Netrebko brengen vooral haar vocale gebreken in focus.

Voor Anna Netrebko was dit de moeilijkste rol uit haar zangerscarrière. Norma had ze nog maar pas geannuleerd en sommigen twijfelden of ze de rol van Elsa wel zou aankunnen. Sinds gisteren kennen we ook de ware toedracht van die annulatie: ze baalde van het stuk en met de slagzin "I don't want to spend time on crap" bewijst ze uit het goede hout gesneden te zijn en theatrale waarachtigheid te stellen boven de lege vocale circusact van het belcanto. Elsa zingt ze niet even vlekkeloos als het haar vertrouwde repertoire. Ze vergeet al eens consonanten en sommige klanken verzanden al eens in het borstregister maar uiteindelijk is haar verovering van het Duitse idioom zeer aanvaardbaar. Toch zijn dit allemaal details naast de pure zinnelijkheid van haar bronzen timbre, het ongehavende vibrato en de branie waarmee ze dramatische situaties moeiteloos invult. Ze injecteert de rol ook met een ontwapenende meisjesachtige charme. Passioneel zal ze aan de koning vragen om een nieuwe kans na de mislukte eerste oproep van haar redder. Madonna-achtig zal ze het kwaad binnenlaten als een naïeve hedendaagse Gutmensch. Als een gekwetst vogeltje zal ze beschutting zoeken bij haar verloofde na de aanval van Ortrud. Met de annulatie van Elsa in Bayreuth lijkt ze Wagner voorlopig on hold te hebben gezet. Hopelijk vindt ze het geen "crap" want met wat schaven zou ze de beste Elsa van de laatste 50 jaar kunnen worden.

Piotr Beczala heeft alle houterigheid die zijn spel aanvankelijk zo onnatuurlijk maakte, volledig afgeworpen. Het maakt hem vandaag tot één van de meest complete tenoren in het operabedrijf. Zijn dictie is quasi perfect en hij zingt Lohengrin net niet als een baritonaal getimbreerde heldentenor. Soms laat hij de stem wat overslaan, een typisch maniërisme waarmee Sandor Konya, één van de grote Lohengrins uit het verleden, zich liet opmerken en met wie hij een gelijkaardig timbre deelt. "Das süsse Lied verhallt","Höchstes Vertrauen" en "In fernem Land" stelden nergens teleur.

De volgende afspraak met Piotr Beczala is gepland met "Das Land des Lächelns" in Zürich.

maandag 23 november 2015

Florentine Klepper met ARABELLA in Salzburg (****)


EINER WIRD KOMMEN, DER WIRD MICH BEGEHREN

Wanneer Hugo von Hofmannsthal op 15 juli 1929, twee dagen na de zelfmoord van zijn zoon, bezwijkt aan een beroerte, laat hij drie bedrijven na van Arabella. Het eerste bedrijf heeft hij nog net herwerkt, de dramaturgische zwakheden van het tweede en derde bedrijf wachten tevergeefs op de definitieve goedkeuring van zijn hand. Desondanks voltooit Richard Strauss de compositie. Voor zijn operacarrière betekent de dood van zijn belangrijkste librettist meer dan het begin van een crisis. De opera's die nog volgen zullen nooit meer het niveau halen van de werken ontsproten aan de 20 jaar lange samenwerking met Von Hoffmansthal.

Het lijkt erop dat Strauss enkel op zijn best kon zijn wanneer zijn librettist dat ook was. Zo hoeft het ons niet te verbazen dat het eerste bedrijf van Arabella het sterkste is van de drie. Binnen het oeuvre van Strauss getuigt het van een zeldzame perfectie en inspiratie. Citeren we enkel de hoogtepunten : het duet Arabella-Zdenka ("Aber der Richtige"), Mandryka's presentatie als huwelijkskandidaat bij Graaf Waldner, de monoloog "Mein Elemer" waarbij Arabella zich op sleeptouw laat nemen door de weemoed van een solerende altviool. Ook het tweede bedrijf bevat vintage Strauss : het duet Arabella-Mandryka culminerend in "Und du wirst mein Gebieter sein" en het komische intermezzo met Die Fiakermilli, een showcase voor coloratuursopranen. Het derde bedrijf is een fiasco. Na de meer dan behoorlijke prelude, die aan "Der Rosenkavelier" herinnert, is het wachten op de laatste 10 minuten van de geweldige verzoeningsfinale waarin een hoofdrol is weggelegd voor een glas water (een knipoog naar "Tristan und Isolde" !). Die laatste akte kost de componist vandaag een ster in deze beoordeling.

De pers was niet mals voor Florentine Klepper toen deze productie vorig jaar in Salzburg haar première beleefde. Haar stijlvolle maar ook klassieke en risicoloze art-deco enscenering werd door niemand gesmaakt. Ze is typerend voor de esthetische keuzes die de Semperoper o.l.v. Christian Thielemann tegenwoordig maakt in Dresden, want dat was de uiteindelijke bestemming van deze productie. Klepper noemt Arabella "interpretationsresistent". Daar valt over na te denken. Zelf had ik er niet de minste moeite mee. Wat maakt het ook uit wanneer alle vertolkers zich zo vol overgave smijten en de muzikale uitvoering het ideaal wel erg dicht benadert? Het is een conclusie die conservatieve en theateronkundige chefs als Thielemann wel vaker voor zichzelf trekken. Menig perscommentaar kloeg ook over een imperfecte balans en een te kleine projectie bij de hoofdvertolkers, Renée Fleming en Thomas Hampson. Sommigen herkenden nog amper de schim van de befaamde bariton. Het Grosse Festspielhaus kennende kan ik mij dat goed voorstellen. Maar in deze captatie van de Osterfestspiele (ondertussen ook beschikbaar op dvd bij C-Major)is daar helemaal niets van te merken. Ik zal dit soort opmerkingen dus blijven maken tot het gezeur eindelijk opdroogt van al diegenen die menen dat opera in alle omstandigheden beter klinkt in het theater. Wat een onzin !

Had Klepper niets nieuws te vertellen op het toneel, deze Arabella was anderzijds perfect gecast en dat tot in de kleinste rollen.

Renée Fleming bevestigde haar reputatie als de grote Straussiène van haar generatie. Ze liet geen noemenswaardige problemen horen met de registerovergangen. Nog steeds weet ze dat romige geluid te produceren dat haar die aparte zinnelijkheid verleent die zo goed past bij die nobele vrouwenrollen in het Straussrepertoire. Voor de medeklinkers van haar tekst heeft ze nog steeds geen aandacht maar ze begrijpt er wel elke nuance van. Haar vertolking is er niet minder om.

Met dictie heeft Thomas Hampson dan weer helemaal geen probleem. Zijn vertolking als Mandryka was weergaloos, zowel in het charme-offensief ten aanzien van Graaf Waldners oudste oogappel als in zijn boertige verontwaardiging over het door Zdenka in het leven geroepen misverstand. Voorlopig heeft niets zijn gecultiveerde frasering en intelligente tekstzegging aangetast. Hij is daarin nauwelijks te overtreffen, althans in dit soort rollen. Dat dit in het theater niet in dezelfde mate wordt waargenomen ligt ook helemaal in de lijn van mijn meest recente live-ervaring van de bariton als Le Roi Arthus in Parijs.

Hanna-Elisabeth Müller verbaasde vriend en vijand met een fantastisch roldebuut als Zdenka. Ze hanteert daarbij een technisch perfecte, jeugdig stralende sopraan. Ook Daniel Behle liet een zeer gave en temperamentvolle Matteo horen.Albert Dohmen als Graf Waldner wist zijn vibrato heel goed onder controle te houden, iets dat hem veel minder lukt in de zwaardere Wagnerpartijen. Dat de 68-jarige Gabriela Benackova ) (Adelaide) nog zo goed bij stem is, was wonderlijk om te horen. Daniela Fally liet de meest verrukkelijke coloraturen horen als Die Fiakermilli.

In geen enkel repertoire kan Christian Thielemann mij zo overtuigen als in Strauss. Op zijn pupiter lag de originele partituur die Clemens Krauss had gebruikt bij de wereldpremière, compleet met al zijn aantekeningen. Of het veel verschil maakte weet ik niet maar de partij van Die Fiakermilli heb ik nooit zo uitgebreid gehoord. De Staatskapelle Dresden speelde het stuk zonder enige coupure, net als bij de première in het onzalige jaar 1933. Het orkest klonk bedwelmend in alle lyrische passages, glashelder in de folkloristische motieven. Wanneer onrust de gemoederen dreigde op te jagen leek het wel alsof de componist van Elektra weer aan het werk was. De balans met de solisten was perfect; elk detail was hoorbaar. Na de minder goede ervaring met Lulu zaterdagavond ben ik haast geneigd om een lans te breken voor niet-live vertoningen in de cinema.

vrijdag 28 augustus 2015

Katharina Wagner met TRISTAN UND ISOLDE
in Bayreuth



Professor Michael Meeuwis beleefde Katharina Wagners "Tristan und Isolde" live in Bayreuth en stuurde mij volgend verslag :

TRISTAN UND ISOLDE UND MARKE

De driehoek is de dominante vorm doorheen Katharina Wagners productie van Tristan und Isolde zoals die dit jaar in Bayreuth van start is gegaan. In elk bedrijf is de vloer van de bühne herleid tot deze vorm en de vorm komt ook in andere manifestaties terug. "Die Katharina" heeft het idee gehad het verhaal van de opera te herdenken tot een driehoeksverhouding tussen Tristan, Isolde en Koning Marke. Marke is niet de begripsvolle, Schopenhaueriaanse altruïst die de twee geliefden een gezamenlijke toekomst gunt, maar een ziedende, bedrogen echtgenoot, die zich op Tristan wenst te wreken en aan het eind van het stuk, na de dood van zijn liefdesrivaal, zijn eega doodeenvoudig terug mee naar huis sommeert, waar het huwelijksleven goed- of kwaadschiks verder zal moeten gaan.

Sommige van Katharina's ideeën zijn best spits gevonden. In het eerste bedrijf bijvoorbeeld wil ze niet, zoals Wagners tekst het voorschrijft, dat Tristan en Isolde tot aan het drinken van de drank uit elkaars gezichtsveld blijven, maar doet ze hen van bij het begin vurig naar elkaar verlangen, verwoede pogingen ondernemend elkaar zo snel mogelijk in de armen te vliegen. Maar ze worden daarin verhinderd door het samenwerkende, saboterende duo Brangäne en Kurwenal, die dus als dienaren van echtgenoot Marke, eerder dan van de twee geliefden afzonderlijk, worden neergezet. Hun pogingen worden ook bemoeilijkt door een Escher-achtig labyrint van trappen, waarin ze de weg naar elkaar wel zoeken maar niet vinden, met doorgangen die Kurwenal telkens net op tijd onbruikbaar maakt.

In het tweede bedrijf voert Katharina het idee van de bedrogen echtgenoot en de driehoeksrelatie verder door. Het koppeltje zit gevangen in een hoge, wederom driehoekige, structuur, met Marke en Melot die hen heel de tijd van bovenop de muren gadeslaan. Met de witte schijnwerpers die Marke genadeloos op Tristan en Isolde laat schijnen, in welk hoekje ze ook proberen weg te kruipen, vertegenwoordigt Marke het Rijk van de Dag, waaruit het koppeltje uiteraard probeert te ontsnappen, op zoek naar dat van de Nacht -- de plekjes waar Markes lampen even niet schijnen, of onder een zelf opgetrokken tentzeiltje. Kurwenal, de handlanger van Marke eerder dan van Tristan, wil ook weg uit de Nacht, en tracht als een bezetene de hoge wanden van de verticale structuur te beklimmen, richting Dag en Licht. Maar hij valt bij elke poging weer gefrustreerd naar beneden. Kurwenals gesukkel houdt 2/3e van het hele tweede bedrijf aan en dit is waar Katharina's aanpak begint te ergeren. Telkens weer heeft ze een aanvaardbaar initieel idee, maar telkens weer herhaalt ze dat dan 'over and over again', wat elke subtiliteit ondermijnt.

Het derde bedrijf begint met een visuele esthetiek die er eerlijk gezegd wel mocht zijn: een van boven naar onderen pikzwarte, wat mistige bühne (het Rijk van de Nacht waarin Tristan zich even bevindt, weet u wel...), met enkel in de rechterhoek Kurwenal, Tristan en herder die rond een vuurtje (kaarsen) hun ellende delen. Best wel mooi om zien. Dan haalt Katharina het idee boven om Tristans hallucinaties weer te geven door middel van zwevende, hel verlichte driehoeken waarin een spooky Isolde verschijnt en hem tot haar wenkt. Zijn pogingen om tot bij haar te geraken mislukken keer op keer, nu eens omwille van Isoldes plotse verdwijning, dan weer door haar onthoofding, dan weer door haar desintegratie. En, jongens, dit spelletje met zwevende driehoeken duurt de hele tijd door. Wat Katharina ons bovenal leert is dat Inszenierung niet enkel bestaat uit interessante vondsten, maar ook uit de kunst om die vondsten een echte ontwikkeling te geven, te laten evolueren tot een minimale gradatie van complexiteit, wat niet hetzelfde is als ze in variantjes te herhalen. Of, doodeenvoudig, om te weten wanneer je ze moet loslaten.

Evelyn Herlitzius heeft een stem die de rol van Isolde 'aankan', wat de krachtinspanning betreft bedoel ik dan. Maar haar stem is niet 'mild' en zeker niet 'leise'. Schuurhard en -- excuseer de woordspeling -- driehoekig. Dat past misschien in het deel van het eerste bedrijf tot aan het drinken van de liefdesdrank, om Isoldes woede neer te zetten (en ze zou ook wel een Brünnhilde in Götterdämmerung aankunnen bijvoorbeeld, en zeker een Koningin van de Nacht). Maar nergens waar zachtheid vereist is krijgen we iets voorgeschoteld dat daar van ver of van nabij op gelijkt. "Er sah mir in die Augen" in het eerste bedrijf, "O sink hernieder" in het tweede en "Ah ich bin's, ich bin's" (en uiteraard de Liebestod) in het derde horen zijdezachte lyriek te zijn; in plaats daarvan kregen we kasseistroken. De andere zangers staken daar sterk tegenaf -- ze verdienen elk een score van zeer goed tot uitmuntend, met Iain Paterson (Kurwenal) misschien als enige die gewoon 'goed' was, niets opvallends maar ook niets op aan te merken.

Stephen Gould beschikt over een stemcontrole, accuratesse en toonpracht die hij vervolledigt met een begrip van hoe de rol van Tristan op elk moment gezongen moet worden. Hij heeft de kunde om de rol niet gewoon van buitenaf te zingen en te acteren, maar om hem van binnenuit met stem en lichaam te beleven. Zelfs tijdens de korte applausrondes tussen de bedrijven 'was' hij nog Tristan: naar binnen gekeerd, met een blik die het diepste verlangen om de wereld -- ons, dus-- te verlaten, niet sterker kan weergeven.

Georg Zeppenfeld hebben we in Vlaanderen reeds in 2013 kunnen horen, met name in de rol van Gurnemanz in Gürbaca's Parsifal en klaarblijkelijk gaat hij die rol ook volgend jaar in Bayreuth op zich nemen. Zijn Koning Marke greep me van bij de eerste frase van de monoloog aan het eind van het tweede bedrijf bij de keel. Power én emotie die je omver blazen, en een groot gevoel voor opbouw.

Christa Mayer zette Brangäne geslaagd neer -- geen foutje, geen zwakte te bespeuren. In haar lichamelijke bewegingen misschien een beetje overgeacteerd in het eerste bedrijf, maar haar zang was onberispelijk en gepast dramatisch.

Christian Thielemann, tenslotte, verraste vriend en vijand met een redelijk on-Thielemann interpretatie en leiding. Hij deed het orkest, en het publiek, bij wijlen alle hoeken van het Festspielhaus zien, gedragen door een verbluffende stuwkracht en energie, die toch nooit vervielen in overhaasting en zeker genoeg ruimte lieten voor detail en transparantie.

zaterdag 8 augustus 2015

Katharina Wagner met TRISTAN UND ISOLDE in Bayreuth (***½)



THE KINGS PICK, THE SERVANTS LICK

Het is behoorlijk impressionant, het driedimensionele labyrinth uit staal en aluminium dat Frank Philipp Schlößmann en Matthias Lippert hebben ontworpen voor het eerste bedrijf van "Tristan und Isolde". Minstens twee keer zal een loopbrug, geruisloos en behoorlijk snel en synchroon met de muziek, in staat zijn een verticale liftbeweging uit te voeren. Verder zullen de gangen en trappen van de aan Escher herinnerende constructie vooral verhinderen dat de geliefden tot mekaar komen als Kurwenal en Brangäne, die het problematische van de situatie inzien, het al niet verhinderen. Wanneer ze in de laatste scène dan toch bij elkaar geraken vliegen ze mekaar om de hals. Origineel is het geenszins maar Katharina Wagner verduidelijkt dat de liefdesdrank -een flacon met de hippe paarse tint van Bionade- er helemaal niet toe doet. De in spirituele gemeenschap verkerende geliefden zullen de drank ritueel uitstorten over hun handen. Het is zowat het interessantste wat er te beleven valt in deze productie. Het meeste van wat volgt staat haaks op de bedoelingen van de componist en is klinkklare nonsens.

Koning Marke is zeer goed op de hoogte van de overspelige verhouding van zijn verloofde en zijn knecht. Bij het begin van het tweede bedrijf laat hij hen onder dwang naar een folterkamer brengen. Daar worden ze bespied met grote zoeklichten. De koning en zijn trawanten slaan het verliefde stel gade vanuit de hoogte, deels met minachting, deels met leedvermaak. De geliefden vluchten onder een tentzeiltje waar ze een kerstboomsfeertje creëren met lichtgevende sterretjes. Ze hebben ook een masochistisch trekje: ze verwonden zich aan de stangen van een metalen kooi. "O sink hernieder, Nacht der Liebe" zingen ze met de rug naar het publiek, hun evenbeeld gadeslaand op video, traag marcherend naar een van licht verzadigde toekomst.

Wanneer de koning de nachtelijke idylle verstoort heeft dat niet het effect van een betrapping op heterdaad. Met zijn mosterdgele outfit en dito hoed lijkt hij meer op een pooier en Georg Zeppenfeld speelt dat als een variant van zijn succesvolle Sparafucile, compleet met bedreigingen en knipmes. Welke koning zingt minutenlang over "dies wundervolle Weib" wanneer hij haar een uur lang heeft gadegeslaan in zijn folterkamer? Met zijn monoloog solliciteert de koning naar de empathie van de toeschouwer. Hier werkt dat niet omdat de toeschouwer zijn vuile spel heeft doorzien en al lang geen greintje sympathie meer voor hem heeft. Melot krijgt nauwelijks profiel. In zijn bruin lamé hemd en mosterdgele cardigan lijkt hij ontsnapt uit een operette of een balorkest. Van hem krijgt Tristan een mes in de rug op de meest gratuite manier die maar denkbaar is. Het is een ergerlijk soort dilettantisme dat inmiddels bezit heeft genomen van de voorstelling. Een argument voor deze omduiding kregen we niet te horen.

Het derde bedrijf wordt illustratief opgeleukt met beelden als van een goedkope horrorfilm. Pop-up pyramides tonen avatars van Isolde: een vallende, een bloedende, een imploderende, één die haar hoofd verliest. Het zijn beelden die de voordracht van Tristan eerder ondermijnen dan ondersteunen.
Wanneer de koning uiteindelijk zijn verzoenende tussenkomst houdt voert hij zijn hypocriete spel nog éénmaal op. Versteend als een standbeeld neemt Isolde afscheid van haar vriend om zich vervolgens door de koning te laten meeslepen in het echtelijke gareel. Nochtans had zijzelf de gemeenschappelijke liefdesdood geïnitieerd en laat ze de vriend nu koudweg in de steek. Deze "liefdesdood" werkt natuurlijk voor geen meter.

Opmerkelijk is dat het uitgerekend een vrouwelijke regisseur is die tot zulke cynische en onsentimentele duiding komt. Verzaking is geen bijzaak maar een hoofdthema in het werk van Wagner. Net als bij Hans Sachs heeft hij met de verzaking van Koning Marke een moreel superieur personage willen tekenen in plaats van een boef. Hoe kunnen de Bayreuth pelgrims dat laten passeren? Zij reageerden met oorverdovend instemmend applaus.

De schare fans die Evelyn Herlitzius bij pers en publiek aan zich weet te binden blijft verbazen. Hysterisch gekrijs kan nooit verward worden met zingen, toch? Mevrouw Herlitzius heeft gewoon de uitrusting niet om een dramatische sopraan te vertolken. Ze komt tot een niet onaardige projectie maar steeds loert dat flakkerende vibrato om de hoek en blijft menige syllabe steken in de keel. Isolde kan met succes gezongen worden door een gave lirico-spinto sopraan zoals Nina Stemme herhaaldelijk aantoont. Zo'n gave lirico-spinto is mevrouw Herlitzius niet. Maar zelfs dat is niet het ideaal. De stem van de ware Isolde heeft vlees nodig in het middenregister, type Kirsten Flagstad. Of zoals Jens Malte Fischer het ooit formuleerde : de koepel van de hoogte moet door krachtige zuilen worden gedragen. De stem van Herlitzius heeft gewoon geen zuilen, de kern ontbreekt om echte zinnelijkheid te bereiken in de voordracht.

Beter uitgerust is Stephen Gould. Voor alle duidelijkheid, hij is geen Max Lorenz maar nergens brengt de partij hem in de problemen. Nooit hoeft hij zijn toevlucht te zoeken tot geschreeuw. Probleemloos kan hij de lyrische passages nemen in mezzo voce zonder de kern van zijn stem te verliezen. Hij leek zich te sparen tot in de finale van het tweede bedrijf. De tropische temperaturen binnen in het Festspielhaus zullen daar niet vreemd aan geweest zijn. Het zweet parelde over zijn voorhoofd. Zijn derde bedrijf werd uiteindelijk niet de verwachte vervoerende reis doorheen het emotionele landschap van zijn koortsdromen maar dat lag vooral aan de scène.

Georg Zeppenfeld leende zijn gecultiveerde maar naar mijn smaak te jeugdige bas aan Koning Marke. Het is door zijn levenservaring dat Marke in staat is zich uiteindelijk te verzoenen met de spirituele verbintenis tussen zijn knecht en verloofde. In de visie van de regisseuse is dat niet relevant. De uitsmijter van zijn monoloog "Die kein Hinmmel erlöst, warum mir diese Hölle" kon hij onvoldoende laten donderen in het auditorium.

Christa Mayer zong een gave en mooi getimbreerde Brangäne,Iain Patterson een weinig boeiende Kurwenal.

Christian Thielemann leverde onberispelijk werk af in de orkestbak met een lezing die zowel dynamisch als agogisch kon boeien over de hele lijn.

Voor Katharina Wagner is deze Tristan und Isolde van groot belang. Zij heeft heel veel tijd gehad om hier iets van te maken. Een excuus voor een artistieke flop is er dus niet. Katharina en Christian zijn goede maatjes.Beide houden mekaar de hand boven het hoofd. Nog maar pas werd voor hem de nieuwe functie van muziekdirecteur ingevoerd. Dat wijst op een collusie voor de langere termijn. Of die voor Bayreuth voordelig zal zijn is twijfelachtig. Hoe de Stiftung Bayreuth dit alles zal beoordelen wanneer de verlenging van haar contract te sprake zal komen in 2020 is moeilijk te voorspellen maar het mag duidelijk zijn dat de Wagnerdynastie op het artistieke vlak compleet is uitgezongen.

Deze voorstelling kwam niet bijzonder goed over in de cinema omdat het een heel duistere productie is en het beeld dan al snel aan scherpte en definitie verliest.

Katharina Wagner bevestigde voor de camera dat de nieuwe Parsifal van Uwe-Eric Laufenberg volgend jaar ook weer in de cinema te zien zal zijn met Bayreuth-lieveling Klaus Florian Vogt als Parsifal. Zij leek dat een grote aanwinst te vinden.

Het volgende rendez-vous met "Tristan und Isolde" is gepland in Baden-Baden o.l.v. Simon Rattle met Stuart Skelton, Eva-Maria Westbroek en Stephen Milling in de regie van Mariusz Trelinski.

donderdag 5 maart 2015

Seizoen 2015-2016 : Semperoper Dresden


Na de "Rauswurf" van Serge Dorny is de artistieke leiding van de Semperoper tijdelijk in handen van haar financiële directeur Wolfgang Rothe. Dresden is m.a.w. nog steeds op zoek naar een intendant die de Semperoper uit het slop haalt (moeilijk) en die met Christian Thielemann overweg kan (nog moeilijker). Van de 6 geplande premières is er geen enkele die mij interesseert. Van de beide producties die Dorny op de sporen had gezet (Rihms "Die Eroberung von Mexico" en "Pelléas et Mélisande" door La Fura dels Baus) valt niets meer te bespeuren.

GMD Christian Thielemann zelf is slechts in huis om 2 voorstellingen van Arabella, 3 voorstellingen van Die Walküre en 4 voorstellingen van Lohengrin te dirigeren. Wat een geweldige GMD! En toch kan hij, blijkens de aanvaring met Dorny, eenzijdig zijn wil opleggen. Begrijpe wie begrijpen kan. Alle premières worden gedirigeerd door een verschillende dirigent. Zou de redding voor de Semperoper niet kunnen zijn dat hij gewoon verdwijnt? Anders uitgedrukt: Wolfgang Rothe zal wellicht intendant en bezoldigd slippendrager blijven zolang de GMD Thielemann heet.

Anna Netrebko en Piotr Beczala moeten hun Lohengrindebuut zingen in de 30-jaar (!) oude productie van Christine Mielitz.

Nina Stemme zingt één van haar schaarse Brünnhildes in de saaie "Die Walküre" van Willy Decker, samen met Georg Zeppenfeld, Johan Botha, Markus Marquardt, Petra Lang.

Good luck, Semperoper Dresden! Vergeet uw gevel niet te zandstralen !

vrijdag 7 maart 2014

The World of the Ring (dvd)



Was u al een tijdje op zoek naar een spannende documentaire over de Ring? Entertainend en toch met voldoende diepgang? Hij bestaat sinds kort. Eric Schulz draaide hem en DG bracht hem uit als "The world of the Ring", een zes uur durende analyse van De Ring in het gezelschap van Udo Bermbach, Christian Thielemann, Stefan Mikisch, Laurence Dreyfus, Stephan Mösch, Friedrich Dieckmann en Dieter Borchmeyer. Journaliste Elke Heidenreich praat de delen aan mekaar, vertelt de inhoud heel beknopt en interviewt de grote Thielemann. Dat laatste is niet zo'n geslaagd idee want zoals alle dirigenten geplaagd door een superego heeft hij uiteindelijk niets te vertellen. Verder is het aangenaam grasduinen door 15 uren muziek in dit gezelschap.

De zinnigste uitspraken komen van Udo Bermbach. Voor Bermbach is de Ring door en door politiek. Toch doet hij een beetje aan wishful thinking wanneer hij stelt dat Wagner tot op het einde steeds de linkse radicaal is gebleven. Bermbach bevestigt dat Wagners kunst een belangrijke identiteitsstichtende rol vervulde binnen de Duitse cultuur en tot 1945 door een rechtse politieke context werd gerecupereerd.
Luister hoe Bermbach brandhout maakt van het fabeltje dat Wagner antifeminist was. Terecht meent Bermbach dat Wagner één van de eersten was in de 19e eeuw die emancipatorisch dacht over de situatie van de vrouw. We hebben het al eens anders gehoord in belachelijke BBC documentaires. Of luister hoe Wagner de politiek wilde afschaffen en vervangen door zijn kunst en daarin uiteraard totaal mislukte.

Stephan Mösch herinnert ons eraan dat Wagner zich foto's liet opsturen van de zangers en dus in feite de eerste was die aan typecasting deed in de opera. Van hem is ook de uitspraak: de beste zangers zijn diegenen die hun stem als instrument beschouwen en zich in de orkestklank weten in te passen. En ook : wanneer de scène en de muziek zo nauw op mekaar zijn afgestemd dat ze mekaar bevleugelen, wanneer men werkelijk met de ogen meent te horen en met de oren meent te zien dan kan een Wagneropvoering nauwelijks vervelend zijn. Met andere woorden: de meeste voorstellingen zijn dat dus wel.

Zeer goed gekozen fragmenten uit de 3 landmark Ringen van de laatste 35 jaar (Chéreau, Kupfer en La Fura dels Baus) leveren het scènische illustratiemateriaal. Kortere fragmenten uit de oersaaie Bechtolf Ring van Wenen hebben als enige verdienste dat je de grote Thielemann in zijn licht arrogante omgang met orkest en solisten aan het werk kan zien. Uiteraard in één van zijn kleurige polo's van Cricket en Co.

Het knappe aan deze documentaire is dat de orkestfragmenten naadloos overgaan in de piano van Mikisch of omgekeerd. Niet zelden krijg je dezelfde scène te zien in elk van de 3 landmark Ringen. Zo kan je erg goed vergelijken en genadeloos de vinger leggen op de zwakke en de sterke punten van elke productie. Want, laten we wel wezen, de perfecte Ring bestaat nog steeds niet. En dan merk je plots hoe de arme Siegfried Jerusalem als Siegfried constant aan de grenzen van zijn mogelijkheden zit te zingen en zijn vocaal kapitaal langzaam maar zeker naar de verdoemenis helpt. Of hoe Lance Ryan de spannendste Siegfried neerzet van de laatste 35 jaar. Het beste deel is dan ook Siegfried, niet in de laatste plaats omdat de fragmenten van La Fura hier duidelijk superieur zijn. Liefhebbers van Siegfried krijgen ook goede argumenten te horen waarom Siegfried muzikaal het beste deel is van de Ring.

Mikisch duikt met zijn bekende ironiserende causerieën in de partituur, delft allerlei kostbaarheden op en geeft soms te denken. Zoals bijvoorbeeld over de finale in D-Dur, wat de toonaard is van Wotan, en dus alleen maar kan betekenen dat Wotan in zijn opdracht niet heeft gefaald!
Kortom, verplichte kost voor de Wagneriaan in u. Ondertiteling in het Engels en het Duits.

woensdag 5 maart 2014

De soap van Dresden: Dorny versus Thielemann


Geformuleerd in zelden geziene krasse bewoordingen moest Serge Dorny onlangs uit de media vernemen dat hij als intendant van de Semperoper in Dresden niet langer voldeed en met onmiddellijke ingang zijn bureau diende op te ruimen aan de Elbe. Dorny, aangeworven met de bedoeling om het al decennia in winterslaap verkerende operahuis van Dresden terug op te krikken tot de Champions League, had al zijn krediet verspeeld. Er volgde een welles-nietes spelletje tussen cultuurminister Sabine von Schorlemer en Dorny. Eén ding werd al snel duidelijk : het probleem lag bij Christian Thielemann en de Staatskapelle.

Dorny, die opera, ballet en de Staatskapelle onder zijn beheer kreeg, bleek in de praktijk over de Staatskapelle weinig of niets te zeggen te hebben, iets waarvan hij naar eigen zeggen niet op de hoogte was. Over de bevoegdheden van Thielemann was al die tijd mist gespoten. Blijkt dat de Staatskapelle een staat is binnen de staat en dat Thielemann zijn usurpatorische bevoegdheden, na zijn vorige debacle in München, in zijn contract had laten betonneren. Of zoals Die Welt het uitdrukte : "Es darf einfach keinen Gott geben neben Thielemann". Dat Schorlemer dit conflictpotentieel niet van bij de aanvang heeft weten in te schatten, spreekt niet voor haar IQ. Het afhandelen van deze zaak zegt al evenveel over haar EQ.

Op de persconferentie vorige week toonde Thielemann, die altijd bijzonder veel moeite moet doen om niet arrogant over te komen, zich verbolgen over het feit dat Dorny zijn Ring-projekt had teruggefloten. Stel je voor zeg, een Wevelgemse musicoloog die de grote Thielemann een Ringcyclus uit handen neemt. Wat een onbeschaamdheid! De grote Thielemann vertelt er niet bij op welke basis die afwijzing gebeurde. Waren er al verregaande artistieke engagementen of dacht Dorny zijn ambitie in eerste instantie te moeten realiseren via het minder voor de hand liggende repertoire dan De Ring? Hoedanook, als we zien welke gedrochten door het filter van Thielemann op de scène geraken (Parsifal-Salzburg, De Ring van Wenen), dan weet je snel aan welke kant te gaan staan. Van Dorny staan er nu twee producties in de steigers: Rihms "Die Eroberung von Mexico" (met Vladimir Jurowski) en Pelléas et Melisande door La Fura dels Baus. Beide zou ik alvast graag willen zien.

Rest de vraag : welke intendant van naam en faam zal na dit debacle nog geïnteresseerd zijn om het schoothondje van Thielemann te spelen ? En heeft Thielemann zijn kansen op de opvolging van Simon Rattle bij de Berliner Philharmoniker nu niet ernstig gehypothekeerd, wetende welk slijmspoor van conflicten (Nürnberg, Berlijn, München) hij ondertussen achter zich laat? Feit is dat in de Duitse perscommentaren het vooral Thielemann en Von Schorlemer zijn die de boter moeten eten. Dorny van zijn kant overweegt juridische stappen.